Luxembourg Outstanding Environmental Peace Prize Awarded to Water, Peace and Security (WPS) Consortium

We are proud to announce that The Luxembourg Peace Prize 2020/2021 for Outstanding Environmental Peace has been awarded to the Water, Peace and Security (WPS) Consortium. The WPS partnership is a collaboration between the Netherlands Ministry of Foreign Affairs and a consortium of six partners: IHE Delft (lead partner), World Resources Institute (WRI), Deltares, The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS), Wetlands International and International Alert.

The Water, Peace and Security (WPS) partnership was founded in 2018 to pioneer the development of innovative tools and services that help identify and address water-related security risks. These tools and services can link hydrological, social, economic and political factors to pinpoint changes in short-term water availability and provisionally assess their potential impacts on society. Based on this information, evidence-based actions can be triggered to prevent or mitigate human security risks. WPS can also facilitate this process by raising awareness, developing capacities and supporting dialogue that together underpin effective coordinated action.

Patrick Bolder bij De Standaard: Nog altijd wachten op de foto van de eerste Chinese Marsrover

Hoewel de Chinese Marsrover vrijdagnacht al zou zijn geland, is het nog wachten op bewijsmateriaal. Allicht komt dat pas als de moedersonde Tianwen-1 opnieuw in de juiste positie staat – en na controle van de Chinezen.

Zeker is dat de Chinezen vrijdagnacht Belgische tijd op z’n minst een poging tot landing op Mars hebben ondernomen. Dat kunnen we afleiden uit verschillende bronnen van uiteenlopende aard, gaande van de Chinese staatsmedia tot een groepje Duitse amateur-radioastronomen. Die laatste hebben met hun radiotelescoop in Bochum gezien dat de Marssonde Tianwen-1, die al sinds februari rond onze buurplaneet draait, vrijdagnacht naar een lagere baan is gezakt om vandaaruit de lander met de Marsrover Zhurong los te laten. In de uren daarna zouden lander en rover zich veilig en wel aan de grond hebben gezet ergens op de enorme vlakte van de Utopiainslagkrater, op het noordelijke halfrond van de planeet. Bij het ter perse gaan van deze krant was het nog steeds wachten op een panoramisch kiekje van de kratervlakte gemaakt door Zhurong. Vooralsnog moeten we het doen met de foto’s die de Amerikaanse Marslander Viking-2 er in 1976 van doorstuurde. Wat de vraag oproept: is de eerste Chinese Marsrover echt veilig geland, zoals zowat alle media het voorbije weekend berichtten? Als je heelhuids op je bestemming bent aangekomen, laat je dat toch meteen weten? Althans dat deed de Perseverance, de Amerikaanse Marsrover die halfweg februari landde in de Jezerokrater en meteen een beeldenstroom (waaronder enkele selfies) naar de aarde stuurde.

Tekeningen
Het contrast tussen de laatste Amerikaanse en de eerste Chinese Marslanding is groot. Terwijl de Nasa het grote publiek zelfs (online) in de controlekamer toeliet, waar de spanning vlak voor de landing te snijden was, gebeurde de verslaggeving op de Chinese staatstelevisie in uitgesteld relais en werden alleen artist’s impressions getoond van hoe de landing is verlopen – onder meer een computeranimatie van Zhurong boven op het uitgeklapte landingsplatform. Dat beelden uitblijven, hoeft volgens ruimtevaartexperts vooralsnog niet te betekenen dat er iets is misgelopen. ‘Het Chinese ruimtevaartagentschap heeft zelf al gezegd dat de landing geslaagd is’, zegt Patrick Bolder, strategisch (ruimtevaart) analist aan het The Hague Centre for Strategic Studies. ‘Dat doet het alleen als het er ook zeker van is dat dat effectief zo is.’ De Nederlander verwijst naar vroegere Chinese raketlanceringen die bijvoorbeeld pas live (of met wat vertraging) op de buis kwamen zodra er nog maar weinig kon misgaan.

De reden voor het lange wachten is wellicht zowel technisch als geopolitiek van aard. Peking communiceert met Zhurong via zijn ‘moedersonde’ Tianwen-1, die als een satelliet rond Mars blijft draaien. Daarvoor moet de Chinese ‘Marssatelliet’ wel in de juiste positie staan, en dat kan verklaren waarom er nog altijd geen beelden zijn. Daarbij komt dat de Chinezen wellicht eerst een selectie zullen maken voor ze die vrijgeven. ‘Ik denk dat ze niet zomaar de eerste de beste foto’s zullen verspreiden (zoals de Nasa wel deed, red.)’, aldus Bolder.

Rivaliteit
De Perseverance is op het vlak van radiocommunicatie veel minder geïsoleerd. De Amerikaanse Marsrover staat elke dag een vijftal keer in verbinding met de controlekamer in Californië dankzij het Mars Relay Network, een constellatie van vijf Amerikaanse en Europese satellieten. ‘Maar dan nog is het contact telkens beperkt tot een paar minuten’, zegt de Belgische geologe Vinciane Debaille (ULB), een van de wetenschappers die met de Perseverance de Marsbodem onderzoeken. ‘Grote hoeveelheden data (zoals het recente filmpje van de minihelikopter Ingenuity, red.) worden daarom in pakketjes verdeeld en apart doorgestuurd, als de stand van de Marssatellieten dat toelaat.’ Door de rivaliteit met de Verenigde Staten kan China geen gebruik maken van dat Marsnetwerk. Met Europa verloopt de samenwerking vooralsnog beter. Zo hielp de ESA met haar grondstation in Frans-Guyana Tianwen-1 naar de ruimte te navigeren en de juiste interplanetaire route te vinden. En mogelijk stuurt Zhurong straks ook beelden door via de Europese Mars Express-satelliet. De komende maanden zal daarvoor een verbinding worden aangelegd.


Blind geland
Dat de Chinezen het grotendeels op eigen houtje moesten doen, verklaart ook waarom de Zhurong pas drie maanden na aankomst bij Mars is geland – hoewel Tianwen-1 enkele dagen eerder aankwam dan de Amerikaanse missie. Terwijl de Amerikanen meteen overgingen tot de landing, moest China – bij gebrek aan betrouwbare informatie over het Marsoppervlak – eerst op zoek naar een geschikte landingsplek. Dat Zhurong dan nog 40 kilometer ver van de uitgekozen plek in de Utopia-krater terechtkwam, toont aan dat de Chinezen veel ‘blinder’ moesten navigeren dan de Amerikanen.

Dit artikel verscheen voor het eerst in De Standaard.

Han ten Broeke bij WNL: Nog geen staakt-het-vuren tussen Israël en Palestijnen

In drie artikelen legt HCSS Directuer van Politieke Zaken Han ten Broeke duidelijk uit wat er speelt tussen Israël en de Palestijnen.

1. ‘Allahoe akbar’ bij pro-Palestina demonstratie in Rotterdam: ‘Conflict slaat over naar andere landen’

Het conflict tussen Israël en de Palestijnen heeft ook geleid tot demonstraties in Nederland. In Rotterdam kwamen dinsdag honderden demonstranten naar een pro-Palestina en anti-Israël demonstratie op het Schouwburgplein.

Een groep jonge mannen scheidde zich van de mars en trok door de binnenstad. Ze schreeuwde ‘Allahoe akbar’ en bespuugden voorbijgangers. Tal van minderjarigen jongens voegden zich bij de groep.

Hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) Esther Voet vreest dat het conflict in Israël en Gaza wordt geïmporteerd, zegt ze in Goedemorgen Nederland op NPO 1. “Je ziet altijd dat als er een conflict is in het Midden-Oosten dat overslaat naar andere landen. Dat zag je in Rotterdam. Er kan ook nooit normaal gedemonstreerd worden, het gaat altijd agressief. Dat is natuurlijk uitermate zorgelijk.”

Noodtoestand in Lod

Het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen laaide de afgelopen dagen weer op. Er vielen zeker 35 doden in de Gazastrook, onder wie ook kinderen. Gewapende Palestijnen hebben sinds maandagmiddag vanuit de Gazastrook meer dan duizend raketten afgevuurd op Israël, zegt het Israëlische leger. Daarbij kwamen tot dusver vijf mensen om het leven.

Aan beide kanten van de grens moeten burgers schuilen voor de aanhoudende beschietingen. Het einde van het geweld lijkt nog niet in zicht te zijn. Het Israëlische leger maakte woensdag via Twitter bekend sleutelfiguren binnen de inlichtingentak van Hamas te hebben gedood. “Kennelijk waren onze inlichtingen beter”, luidde het commentaar.

Ondertussen heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu woensdag de noodtoestand uitgeroepen in de stad Lod, omdat onder de inwoners van Arabische afkomst “grootschalige rellen” zouden zijn uitgebroken. Volgens lokale media zijn er drie synagogen in brand gezet in de stad, die 15 kilometer ten zuidoosten van Tel Aviv ligt.

‘Er werden verschrikkelijke dingen gebruld’

Voet vreest dat de escalatie van het conflict niet bij de landgrenzen ophoudt. “We hebben in 2014 gezien dat het hier ook totaal uit de klauwen liep, tijdens de laatste echte grote confrontatie tussen Gaza en Israël. Er werden verschrikkelijke dingen gebruld op De Dam in Amsterdam en bij andere demonstraties. Er kwamen partijen echt gigantisch tegenover elkaar te staan.”

Volgens Voet wordt het Israëlisch-Palestijns conflict “continu geïmporteerd naar de Westerse wereld en dus ook naar Nederland”. “Ik vrees dat als deze escalatie aanhoudt, dat zeker ook consequenties zal hebben voor de partijen hier in Nederland”, aldus de hoofdredacteur van het NIW.

‘In Nederland soms harder gesproken dan ter plekke’

Het geweld tussen Israël en de Palestijnen is opgelaaid na het besluit van Israël om zestig Palestijnse gezinnen uit hun huizen in Oost-Jeruzalem te zetten. Deze mensen moeten plaats maken voor Joodse kolonisten. De Palestijnse protesten tegen dit besluit hebben geleid tot een groot conflict waarbij Israël en de Palestijnse militante beweging Hamas raketaanvallen uitwisselen.

“Het is een soort phantomconflict”, zegt directeur politieke zaken van denktank HCSS Han ten Broeke. “In de Tweede Kamer wordt soms harder gesproken over het conflict dan ter plekke. Dat lijkt misschien heel gek, maar in werkelijkheid is het zo Palestijnen en Israëliërs op veiligheidsgebied heel goed kunnen samenwerken, op momenten dat er niet dit soort forse ongeregeldheden plaatsvinden.” Dat is een realiteit die soms aan Nederland en Europa voorbij lijkt te gaan, zegt het voormalig Kamerlid.

“Ze weten daar heel goed dat ze uiteindelijk weer op dat kleine stukje grond samen moet leven”, legt Ten Broeke uit. “Dat gaat heel moeizaam en daar moeten ze een oplossing voor vinden.”

Jongeren schreeuwen ‘Allahoe akbar’ bij pro-Palestina demonstratie (wnl.tv)

2. Grondoffensief Israël in Gazastrook steeds dichterbij: ‘Israël wil niet praten’

Israël en Palestijnse milities hebben elkaar ook vannacht bestookt met raketten. Midden-Oosten correspondent van De Telegraaf Ralph Dekkers spreekt van oorlog. “We lagen net te slapen toen de tweede grote raketsalvo uit Gaza kwam. 130 raketten werden afgevuurd op Tel Aviv en omgeving.” Daarbij vielen twee doden.

Israëliërs moesten vluchten naar veilige locaties om te schuilen voor aanvallen. Tegelijkertijd voelden bewoners van Gaza hun huizen trillen en lichtte de lucht op van rondvliegende raketten en luchtafweergeschut. Scholen in Israël zijn gesloten en ziekenhuizen zijn in noodtoestand.

Dekkers werkt al tien jaar als correspondent in het gebied. Volgens hem is de situatie aan het escaleren. “In 2014 was hier een grote oorlog. Toen trok Israël de Gazastrook binnen.” Hij vreest nu hetzelfde scenario vanwege “de actie van Hamas de afgelopen dagen”. “Israël gaat niet morgen een grondoffensief beginnen, maar het wordt wel steeds waarschijnlijker als dit zich de komende uren en dagen zo voortzet”, zegt Dekkers in Goedemorgen Nederland op NPO 1.

32 Palestijnen omgekomen

Bij de raketaanvallen van dinsdag tussen Israël en Gaza zijn 35 mensen overleden, onder wie 32 Palestijnen. De uitwisseling van raketten dinsdag is de zwaarste sinds 2014. De Palestijnse Hamas-beweging zei 200 raketten te hebben afgeschoten op Israël, als vergelding voor een luchtaanval van Israël op de Gazastrook waarbij een torenflat instortte.

Het geweld tussen Israël en de Palestijnen is sinds enkele dagen opgelaaid omdat de Israëliërs tientallen Palestijnen uit hun woningen in bezet Oost-Jeruzalem willen zetten om daar Joodse kolonisten te vestigen. De Palestijnen bestookten Israël al met honderden raketten. Israël op zijn beurt neemt Hamas-doelwitten in de dichtbevolkte Gazastrook onder vuur.

Veiligheidsraad komt bijeen

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zal woensdag bijeenkomen voor een spoedoverleg over het conflict tussen Israël en de Palestijnen in Gaza. De speciale coördinator van de VN voor het vredesproces in het Midden Oosten, Tor Wennesland, zegt dat wordt gevreesd voor een “totale oorlog”, waarvan de kosten groot zijn en moeten worden betaald door “gewone” mensen.

Volgens Dekkers kan de Veiligheidsraad echter weinig doen. “De dynamiek is nu op de grond”, zegt hij. “Egypte, het land dat normaal bemiddelt tussen Hamas en Israël, heeft geprobeerd dat weer te doen, maar Israël wil niet eens praten. Israël zegt: we zijn een operatie gestart en gaan Hamas, de Islamitische Jihad en andere terreurgroepen in de Gazastrook verzwakken.”

Het zorgt voor veel spanning bij burgers, zegt Dekkers. “De kans om in Tel Aviv geraakt te worden is uiterst klein. Maar veel mensen hier, waaronder ik, hebben kinderen. Luchtalarmen en rennen naar schuilkelders zorgt voor een hoop stress, zeker onder de jongsten.”

‘Israël kan raketten op Jeruzalem niet accepteren’

“Dit lijkt een herhaling te worden van de situatie in 2014, toen Israëlische troepen Gaza binnengingen om Hamas een zware klap toe te dienen”, zegt directeur politieke zaken van denktank HCSS Han ten Broeke. “Men accepteert niet dat er voortdurend raketten worden afgevuurd op bewoond gebied. Nu is het zelfs zover dat niet alleen de stad Tel Aviv wordt geraakt, maar er ook raketten op Jeruzalem worden afgevuurd. Dat kan Israël niet accepteren.

Grondoffensief Israël in Gazastrook steeds dichterbij: ‘Israël wil niet praten’ (wnl.tv)

3. Nog geen staakt-het-vuren tussen Israël en Palestijnen

Het Israëlische leger heeft vannacht opnieuw luchtaanvallen uitgevoerd op meerdere plekken in Gaza-stad. Ook vanuit Gaza zijn raketten afgevuurd. “Er is een enorme escalatie geweest in twee weken tijd”, zegt directeur politieke zaken van HCSS, Han ten Broeke, in Goedemorgen Nederland op NPO 1.

“Dit begon met huisuitzettingen in Oost-Jeruzalem. Het eindigt nu met Hamas, dat vanuit Gaza probeert de sympathie van de Palestijnen weer te winnen. Dat doen ze maar op één manier, door raketten af te vuren op Israël, op doelen die nog nooit zo ver zijn geweest.”

Israel heeft een afweersysteem, de Iron Dome, om raketten tegen te houden. “Meer raketten dan ooit hebben nu toch doel getroffen”, zegt Ten Broeke. “Israël reageert dan heel hard, en heeft ook het recht op zelfverdediging. Het internationaal recht geeft hen daarin de ruimte, mits ze dat proportioneel doen.”

Staakt-het-vuren

Het afgelopen weekend werd er een staakt-het-vuren verwacht, zegt Ten Broeke. “De VN-veiligheidsraad heeft daar ook op aangedrongen, maar zo ver zijn we nog niet. Ik denk wel dat het snel gaat gebeuren.”

Ondertussen leidt het conflict in de rest van de wereld tot demonstraties, ook in Nederland. “Het leeft in de hele wereld, in Europa zie je dat ook. Het leeft in het bijzonder bij moslims in Europa die zich solidair verklaren met het lot van het Palestijnse volk. Je ziet helaas gisteren in Amsterdam, maar ook in andere hoofdsteden, dat die demonstraties niet alleen gepaard gaan met kritiek op de Israëlische regering, maar zich ook richten op Joden. Daar moeten we erg alert en waakzaam op zijn. We zeggen altijd dat we de vinger moeten leggen bij antisemitisme. Laat ik dat dan bij deze doen. Veel van die demonstraties waren puur antisemitisch.”

Nog geen staakt-het-vuren tussen Israël en Palestijnen (wnl.tv)

Rob de Wijk bij FD: Adviesraad kabinet: “Nederland verliest controle op beveiliging internet”

In het kort:

  • Nederland dreigt zijn digitale autonomie te verliezen.
  • We worden te afhankelijk van Amerikaanse en Chinese techbedrijven, stelt de Cyber Security
    Raad.
  • Den Haag moet daarom een eigen veiligheidsindustrie steunen.

Het kabinet moet onmiddellijk ingrijpen om te voorkomen dat de economie te afhankelijk
wordt van Amerikaanse en Chinese technologie. Zo niet, dan dreigt Nederland zijn greep
op de beveiliging van het internet te verliezen en eigen technologische kennis kwijt te
raken. Daarvoor waarschuwt de Cyber Security Raad in een nieuw advies.
De ‘tijd dringt’, aldus het adviesorgaan, dus ‘er moet én kan nu actie worden ondernomen
om strategische autonomie te waarborgen’. Internationaal maken overheden zich grote
zorgen over hun cyberveiligheid. Vorige week nog werd een belangrijke Amerikaanse
oliepijpleiding platgelegd door een cyberaanval.


Digitale autonomie


Nederland is voor zijn digitale diensten nu grotendeels afhankelijk van Amerikaanse
bedrijven als Microsoft, Amazon, Google en Oracle. Deze afhankelijkheid van nietEuropese aanbieders brengt Nederland onder controle van andere landen, waarschuwt de raad. Hierdoor kan de overheid niet langer zelf de regels bepalen rond bijvoorbeeld
spionage en privacy. Om die ontwikkeling tegen te gaan zou ‘digitale autonomie’ centraal
moeten staan in het kabinetsbeleid.


Dit kan door strategisch waardevolle techbedrijven te steunen, zo nodig door het nemen
van een belang. Vorig jaar investeerde het kabinet al onverwacht €20 mln in het
Eindhovense hightechbedrijf Smart Photonics om een buitenlandse overname te
voorkomen.


Daarnaast moeten overheden veel IT-diensten niet langer openbaar aanbesteden. In plaats
daarvan moeten ze kunnen selecteren op nationale veiligheid, zoals het ministerie van
Defensie al doet. Daarmee kunnen ze Amerikaanse of Chinese partijen buiten een
aanbesteding houden, zonder de regels te overtreden. Nu is de prijs vaak leidend.


Merkwaardig


‘Helemaal mee eens’, zegt directeur Rob de Wijk van de Haagse denktank HCSS. ‘De
Europese Commissie roept de lidstaten nadrukkelijk op om minder afhankelijk te worden
van met name China. Het wordt tijd dat Den Haag luistert.’


De Wijk noemt het ‘heel merkwaardig’ dat telecombedrijf KPN een gevoelig deel van zijn
5G-netwerk inkoopt bij het Chinese bedrijf Huawei. ‘KPN kiest voor de goedkoopste,
doordat het de staat zoveel moest betalen voor zijn 5G-frequentie. In plaats daarvan zou de
staat KPN moeten dwingen om Europees in te kopen.’

Ook Michiel Steltman van Stichting Digitale Infrastructuur Nederland juicht de plannen
toe. ‘Grote internationale partijen hebben een voorsprong die zonder ingrijpen en actieve
steun groter blijft dan goed voor ons is. Zo kunnen we onze eigen digitale mkb-bedrijven
verliezen.’ Hij denkt bij steun onder andere aan meer publiek-private samenwerking en
meer betrokkenheid bij de ontwikkeling van internationale standaarden. ‘Zo ongeveer alle
standaarden voor cyberveiligheid zijn nu Amerikaans.’

Minder afhankelijk


Den Haag zou bovendien moeten investeren in detectiesystemen voor computerinbraken.
Bedrijven die kritieke infrastructuur beheren, zoals banken, telecomoperators en
waterleidingbedrijven, kunnen dan verplicht worden om deze systemen te gebruiken. Dit
zou de overheid meer grip geven op de digitale veiligheid van Nederland.

Volgens IT-advocaat Judica Krikke van Stibbe zou het Rijk vaker geheime aanbestedingen
kunnen doen op het gebied van kritieke infrastructuur en technologie, om zo te
voorkomen dat Nederland te afhankelijk wordt van buitenlandse leveranciers. Het
aanbestedingsrecht biedt daar mogelijkheden voor, benadrukt ze. En het gebeurt ook al,
bijvoorbeeld bij het onderhoud van het koninklijk paleis.


Krikke: ‘In koopmansland Nederland voelt het al snel contra-intuïtief om niet openbaar
aan te besteden, we hebben altijd geprofiteerd van openheid en handel. Maar we moeten
oppassen dat we de greep op onze digitale werkelijkheid behouden.’

Cyberexpert Ronald Prins van Hunt & Hackett benadrukt dat het niet realistisch is om alle
vitale IT-infrastructuur in Nederland zelf te fabriceren, maar grip is volgens hem ook te
vergroten door netwerken te laten controleren door Nederlandse bedrijven, die
geaccrediteerd kunnen worden. ‘Voor de vitale sector zou je dat verplicht kunnen stellen.’


Eigen veiligheidsindustrie


Het nieuwe beleid zou een breuk vormen met het verleden. Nu valt veelbelovende
Nederlandse technologiekennis vaak vroegtijdig in buitenlandse handen. Zo kocht een
Brits bedrijf in 2015 het belangrijke cyberveiligheidsbedrijf Fox IT. Ook kleinere
Nederlandse spelers gaan veelvuldig naar buitenlandse kopers, zoals het Delftse
encryptiebedrijf SecretHub, dat vorige maand in Canadese handen kwam.


De Raad waarschuwt met name voor Amerikaanse partijen, die hier op zoek zijn naar de
interessantste technologie. ‘Amerikaanse bedrijven monitoren voortdurend nieuwe
innovaties en start-ups, die zij vervolgens in een vroeg stadium overnemen en in het eigen
aanbod integreren.’ Vooral succesvolle Europese start-ups die grote investeringen nodig
hebben, zijn een prooi voor Amerikanen.

Voorbeeld nemen aan CIA


Ook de investeringstak van de Amerikaanse geheime dienst CIA, In-Q-Tel, investeert actief
in Europese technologie die belangrijk is voor de Amerikaanse nationale veiligheid. Zo
heeft het belangen in het Spaanse cybersecuritybedrijf CounterCraft, dat onder meer is
gefinancierd met Europese onderzoekssubsidies en het Duitse Morpheus Space. Deze
fabrikant van aandrijfsystemen voor mini-satellieten komt voort uit de technische
universiteit van Dresden.


De CSR adviseert Europees geld te claimen voor strategische investeringen in Nederlandse
technologie. Brussel stelt veel geld beschikbaar voor digitale innovaties, waaronder €134,5
mrd uit het EU Resilience and Recovery Fund.

Dit artikel verscheen voor het eerst in het Financiële Dagblad.

NATO 2021: #MondayBook tip

In preparation for the NATO2021 conference, the NATO Defense College Foundation recommends the book Future NATO: Adapting to New Realities as mandatory reading.

The volume published by RUSI examines how the Alliance can adapt to face the challenges of the 21st century. HCSS Director of Research Tim Sweijs contributed the chapter “Maintaining NATO’s Technological Edge”, together with Frans Osinga. The chapter is available here.

Column: In de strijd tegen China knoopt het Westen nauwe banden aan met de Indo-Pacific

Onlangs lanceerde de Europese Unie een strategie voor de Indo-Pacific. Brussel wil de banden met deze regio aanhalen en wil uiteindelijk een strategisch partnerschap sluiten met de Asean, waarin tien Zuidoost-Aziatische landen samenwerken. Niet vreemd dus dat de Unie de onderhandelingen over een handelsverdrag met India na acht jaar ook weer opstart. Ook niet vreemd is dat de G7, de groep van rijkste industrielanden, India, Australië, Zuid-Korea, Zuid-Afrika en Asean, vroeg aan te schuiven bij hun diner.

Er staat veel op het spel. In deze regio huist 60 procent van de wereldbevolking en wordt 60 procent van het mondiale bbp geproduceerd. Maar het is de gezamenlijke vrees voor China die de landen tot elkaar brengt. Ze zoeken naar een antwoord op de opkomst van een land met een totaal ander wereldbeeld dat grip op de wereld wil krijgen. Precies daarom zoekt ook de Navo tot die landen toenadering.

Samen een vuist maken tegen een dreiging is niet nieuw. Het grote verschil met vroeger is dat machtspolitiek niet meer met legers wordt gevoerd, alhoewel de Russische president Poetin die conclusie nog niet heeft getrokken. Tegenwoordig draait het om ‘geo-economie’. De EU, die de mondiale economische regels in belangrijke mate bepaalt, is daar zonder enige twijfel het beste in. Dit tot chagrijn van China, dat geen antwoord heeft.

Nederlandse parlement heeft geen idee meer wat er in de buitenwereld gebeurt

In maart zette de EU stappen in de richting van ‘due diligence’-wetgeving met in potentie grote gevolgen. Op grond van die nieuwe wetgeving worden bedrijven gedwongen om hun hele handelsketen door te lichten. Als bijvoorbeeld blijkt dat producten of grondstoffen door middel van dwangarbeid worden gefabriceerd, dan moeten maatregelen worden genomen. Daarmee wordt de aanval ingezet op de autoriteiten in Peking die Oeigoeren tot dwangarbeid verplichten. De EU zet daarmee een standaard die, als deze door andere landen wordt overgenomen, verstrekkende gevolgen voor China kan hebben. Dit idee zat ook al in het investeringspact dat de EU en China eind vorig jaar sloten, dat mede door de ruzie over de positie van de Oeigoeren nu even in de ijskast ligt. En nu gaan de grote democratieën ook nog een VN-conferentie over deze kwestie houden.

Daaraan doet ook Amerika mee. Bovendien omarmt president Biden het multilateralisme en is hij ook druk doende de relatie met de Indo-Pacific te verbeteren. Volgens zijn voorlopige strategische richtlijn is die regio zelfs de kern van zijn diplomatieke activiteiten. Hij verstevigde de Quad, het samenwerkingsverband van Amerika met Australië, Japan en India, en hij wil net als de EU de banden in de regio met gelijkgestemde, democratische landen en organisaties aanhalen.

Inmiddels lijkt er een race plaats te vinden tussen de EU en de Verenigde Staten in het aanhalen van de banden met gelijkgestemde landen en organisaties in dit deel van de wereld. Dat moeten we toejuichen. Dit is economisch voordelig, verstevigt het bolwerk van democratische landen en damt China in. China wordt zo niet verhinderd een supermacht of de grootste economie van de wereld te worden, maar kan zo niet zijn grip op de wereld versterken. Intussen bakkeleit het Nederlandse parlement al wekenlang over het vertrouwen in premier Rutte en heeft het geen idee meer wat er in de buitenwereld gebeurt.

In de strijd tegen China knoopt het Westen nauwe banden aan met de Indo-Pacific | Trouw

Rob de Wijk is hoogleraar internationale relaties en veiligheid aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij schrijft wekelijks over internationale verhoudingen. Lees zijn columns hier terug.

Patrick Bolder bij de NOS: Qassam-raketten vs. Iron Dome: de luchtstrijd in Israël uitgelegd

In drie dagen tijd zijn vanuit de Gazastrook ruim 1500 raketten afgevuurd op Israël. Zo’n projectiel kost meestal een paar honderd dollar om te maken, en wordt vervolgens onderschept door een raket ter waarde van zo’n 50.000 dollar.

Een asymmetrisch conflict, zo bestempelen experts de strijd tussen het Israëlische leger en Hamas-militanten. Israël is militair en technologisch superieur aan zijn tegenstander. Ook qua slachtoffers is er asymmetrie: de Palestijnen melden 83 doden, de Israëliërs zeven.

Premier Netanyahu’s belangrijkste verdediging tegen de honderden raketten is afweersysteem Iron Dome. “Dat is een zeer geavanceerd luchtverdedigingssysteem. Het is door Israëli’s zelf ontworpen en gemaakt, specifiek voor hun situatie”, zegt luitenant-kolonel Patrick Bolder, verbonden aan het Den Haag Centrum voor Strategische Studies.

“Ze proberen Iron Dome te overbelasten door er heel veel goedkope projectielen op af te schieten.”

– Wouter van der Wiel, onderzoeksbureau TNO

Het Iron Dome-systeem bestaat uit diverse radar- en detectie-eenheden, onbemande lanceerinstallaties en een mobiel bestuurscentrum. Zodra er een raket nadert, berekenen sensoren of het projectiel een gevaar vormt.

‘Op goed geluk’

Dat is geregeld niet het geval, omdat de zogenoemde Qassam-raketten van Hamas ongeleide, in elkaar geknutselde explosieven zijn. “Het zijn eigenlijk stalen buizen die op goed geluk worden gelanceerd”, zegt Bolder. “Ze zijn vooral bedoeld om angst te zaaien.”

Een vijfde van alle raketten kwam volgens het Israëlische leger uiteindelijk in Gaza zelf terecht. Maar als een Qassam-raket bijvoorbeeld een huis in Israël dreigt te raken, schiet uit de lanceerinstallatie een raket (of soms meerdere) omhoog om die te onderscheppen.

De prijs van één zo’n ‘tegenraket’ wordt geschat op 20.000 tot 100.000 dollar. Fabrikant Rafael Advanced Defense Systems claimt dat Iron Dome ruim 90 procent van alle dreiging onklaar maakt. Maar het aantal tegenraketten is beperkt en dat wordt gezien als de achilleshiel van het systeem.

“De militanten proberen Iron Dome te overbelasten door er heel veel goedkope projectielen op af te schieten”, zegt Wouter van der Wiel. Hij is projectleider lucht- en raketverdediging bij onderzoeksbureau TNO. “In een zo’n launcher zitten twintig raketten en zodra die op zijn, sta je met lege handen.”

Luchtaanvallen met F-16’s

Ook luitenant-kolonel Bolder vermoedt dat dit de strategie is achter de vele honderden afgevuurde raketten. Daarom is het volgens hem belangrijk voor het Israëlische leger om aanvullende actie te ondernemen, om zo overbelasting van het afweersysteem te voorkomen. “Dat wordt een combinatie van inlichtingen inwinnen en vervolgens luchtaanvallen uitvoeren op lanceerinstallaties en commandoposten.”

De Israëlische krant Haaretz schrijft dat er inmiddels honderden luchtaanvallen zijn uitgevoerd op Hamas-doelwitten in de Gazastrook. Volgens Israël zijn daarbij enkele belangrijke Hamas-commandanten gedood.

In het pand uit de video zat een belangrijk commandocentrum van Hamas, stelt het Israëlische leger. Er zaten ook appartementen in, een aantal bedrijven en een tandartsenkliniek, schrijft persbureau AP. Een drone vuurde vijf waarschuwingsschoten om de mensen in het gebouw te waarschuwen voor het bombardement.

Knock on the roof

Zo’n knock on the roof is niets nieuws volgens Bolder. Het geeft de bewoners van een pand de kans om te vluchten. “Flatgebouwen worden soms gebruikt als dekmantel voor Hamas. Maar de gezinnen die er wonen hebben in wezen niets te maken met het conflict. Die krijgen vervolgens een x-aantal minuten om hun flat uit te gaan en alles wat ze achterlaten, raken ze kwijt.”

Aan beide kanten zijn burgers getroffen door bombardementen of raketinslagen. In Gaza werd bijvoorbeeld een taxichauffeur met twee inzittenden geraakt en gedood door een Israëlische luchtaanval. En in de Israëlische stad Lod werden een 52-jarige man en zijn 16-jarige dochter in de achtertuin getroffen door een Qassam-raket. De man was een Arabische Israëliër.

Ruim 300 Palestijnen zijn de afgelopen twee dagen gewond geraakt. 86 waren kind en 39 vrouw, meldt het ministerie van Gezondheid van Hamas. In Israël raakten tientallen mensen gewond. “Uiteindelijk zijn onschuldige burgers het slachtoffer, dat is altijd triest”, sluit de luitenant-kolonel af.

Zowel tegen terreurbeweging Hamas als tegen het Israëlische leger loopt een onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden. Het Internationaal Strafhof in Den Haag buigt zich daarbij over de Gazaoorlog in 2014.

Dit artikel verscheen voor het eerst bij de NOS.

Column: Recalcitrant Turkije

Turkije is al sinds jaar en dag lid van de NAVO, en heeft ooit op de drempel gestaan om toe te treden tot de Europese Unie (EU). Het land gaat tegenwoordig zijn eigen weg op het gebied van defensie en internationale betrekkingen. Het is de vraag hoe dit zich verhoudt tot de rol van Turkije als NAVO-lid. In dit artikel wordt een drietal scenario’s belicht over de toekomst van Turkije en zijn positie t.o.v. de NAVO.

Het afbrokkelende Amerikaanse leiderschap

Met het verschuiven van de Amerikaanse politieke aandacht naar het Oosten, een proces dat al begon in 2012, werd Europa gedwongen in toenemende mate voor zijn eigen veiligheid te gaan zorgen. Met het aantreden van Trump als president die hamerde op het verhogen van de Europese defensie-uitgaven ontstond een gespannen verhouding tussen de Verenigde Staten (VS) en de EU. Door de beslissing om Amerikaanse troepen uit Duitsland te verplaatsen naar elders raakten de verhoudingen nog verder verstoord. Toen Trump openlijk zijn twijfel uitsprak over de Amerikaanse bijdragen aan de NAVO en het land zich uit meerdere internationale instituties begon terug te trekken, erodeerde de geloofwaardigheid van de VS als wereldleider geleidelijk. Naar verwachting zal de Amerikaanse politiek onder de huidige president Joe Biden Europa niet terugbrengen op de Amerikaanse agenda.

Deze ontwikkelingen werken in het voordeel van Turkije dat zichzelf graag positioneert in een regionale leiderschapsrol om zo een eigen koers te kunnen varen in het oostelijke deel van de Middellandse Zee. Alhoewel Turkije een substantieel aandeel levert aan de militaire macht van de NAVO en het afschrikwekkend vermogen daarvan, is deze ontwikkeling in strijd met waar de NAVO voor staat en zorgt zo voor toenemende spanningen met de overige lidstaten.

Afhankelijk van Turkije

Lange tijd heeft Turkije een cruciale rol gespeeld in de NAVO-afschrikking als eerste lidstaat die de stationering van Amerikaanse kernwapens op zijn grondgebied faciliteerde. Tot op de dag van vandaag is het land van groot strategisch belang voor de NAVO gezien de ligging in de nabijheid van zowel Rusland als Iran en de mogelijkheid om van Turkse uitvalsbases gebruik te maken. Daarbij heeft Turkije het op één na grootste leger van de alliantie en het grootste in de regio. Zonder de Turkse bijdrage zou de NAVO er nauwelijks over een geloofwaardige afschrikking beschikken. Het land bewijst de Europese mede-lidstaten van de NAVO een grote dienst door het huisvesten van het grootste contingent vluchtelingen uit Syrië en Irak. Overigens heeft Turkije ook veel baat bij het lidmaatschap van de NAVO, zoals de beschikking over hoogwaardige westerse militaire kennis, het profiteert ook van de vergaande standaardisatie binnen de NAVO en het is hierdoor in staat complexe militaire operaties uit te voeren. De Turkse defensie-industrie verdient miljarden dollars aan militaire orders die terug te leiden zijn tot het lidmaatschap van de NAVO. Zo hebben Turkije en de NAVO beide baat bij het NAVO-lidmaatschap van het land; deze onderlinge afhankelijkheid zorgt er echter voor dat de onderlinge relaties ook meer complex zijn geworden.

Europese landen met aantallen asielzoekers; Syrische vluchtelingen in de regio

Turkije gaat zijn eigen weg

Spanningen tussen Turkije en zijn NAVO-partners zijn niets nieuws. Al in 1974 met de Turkse inval in Noord-Cyprus verslechterde de relatie met buurland Griekenland in hoog tempo. In de afgelopen tijd is daar weinig verbetering in gekomen, integendeel:

  • De provocerende booractiviteiten van Turkse schepen in het oostelijk deel van de Middellandse Zee lokte militaire actie uit tot op de rand van oorlog.
  • De vluchtelingendeal van zes miljard Euro is een zware last waardoor Europa min of meer is overgeleverd aan de Turkse grillen; zij zorgt ervoor dat Erdogan voortdurend druk op Europa kan uitoefenen om zijn strategische doelen te bereiken.
  • Na jaren vergeefs onderhandeld te hebben met de VS over de levering van het Patriot luchtverdedigingssysteem heeft Turkije het Russische S-400 wapensysteem gekocht voor zijn luchtverdediging. Hierdoor zijn de spanningen tussen de VS en Turkije verder toegenomen en het lijkt erop dat Erdogan het op dit moment beter met Poetin kan vinden dan met staatshoofden van de NAVO-landen.
  • De Turkse inmenging in Libië stuit op steeds meer verzet. Het steunt militair de Regering van Nationaal Akkoord (GNA) met het oogmerk om meer invloed te krijgen in het aan Libië grenzende deel van de Middellandse Zee en direct daarmee de toegang tot de Libische olie- en gasvoorraden. Deze politiek van steun aan de Libische president Serraj brengt Erdogan rechtstreeks in conflict met NAVO-partners Griekenland en Frankrijk.
  • Voorts heeft Turkije zich ook gemengd in het conflict in Nagorno-Karabach en is het militair aanwezig in Libië, Jemen en Qatar; democratische instituties in Turkije zijn onder toezicht gesteld van de Moslim Broederschap.
  • De grootste steen des aanstoots voor het Westen is echter de gestaag toenemende toenadering tot China. Samenwerking met de Chinezen zou voor Turkije kunnen leiden tot minder afhankelijkheid van het Westen; China ziet kansen voor de uitbreiding van zijn Belt and Road Initiative. Zou de uitbreiding van de economische relaties met China leiden tot het aantrekken van de relaties op veiligheidsgebied met China dan zal dat onvermijdelijk leiden tot een herbezinning op de relatie met de NAVO. Tekenend is het feit dat Turkije zijn hulp aan de Oeigoeren in China heeft gestaakt.

De hierboven genoemde Turkse handelwijze staat in schril contrast met de visie van de NAVO op deze onderwerpen. Voor wat betreft de toekomst van Turkije in relatie tot de NAVO komt een drietal scenario’s in aanmerking.

Turkije en de NAVO, drie mogelijke scenario’s

1. Turkije verlaat de NAVO en gaat zijn eigen weg

De huidige Turkse politiek die strijdig is met de positie van de NAVO gaat onverminderd door zonder rekening te houden met de overige leden van de alliantie. Desondanks lijkt een Turks lidmaatschap meer de NAVO te versterken dan dat Turkije er zelf baat bij heeft. Het beseft dat de NAVO niet bij machte is om lidstaten te royeren. De overtuiging wint veld dat zijn veiligheidsbelangen het beste gediend worden door volledige autonomie op dat gebied in plaats van te vertrouwen op een zwak en verdeeld bondgenootschap. Het ambieert niet langer een bruggenhoofd tussen Oost en West te zijn en het zal blijven streven de leidende macht in de regio te worden.

2. Turkije blijft NAVO-lid, maar dan op zijn eigen voorwaarden

Erdogan’s streven om zijn land tot een van de grote machten in de wereld op te stoten wordt geremd door de slechte economische positie en afnemende binnenlandse steun voor zijn plannen. In plaats daarvan verlegt hij zijn doelstelling om meer kortetermijn voordelen binnen te halen. Daartoe zal hij met de NAVO moeten samenwerken, zij het op zo klein mogelijke schaal en zonder zijn eigen doelen uit het oog te verliezen. Hij beseft dat hij tot veel in staat is zolang zijn opstelling ook in het belang van de NAVO, en de VS in het bijzonder, is. Turkije zal de grenzen van wat getolereerd wordt blijven opzoeken en indien nodig er niet voor terugschrikken de NAVO te gijzelen met deze politiek. Zo heeft Turkije onlangs al de NAVO-plannen voor de bescherming van de Baltische staten afgewezen, tenzij de NAVO Turkije ’s stellingname tegen de Koerdische strijdkrachten (YPG) als een bedreiging van de Turkse nationale veiligheid ondersteunt. In dit scenario zouden zowel de NAVO als Turkije voordeel kunnen hebben van beider opstelling.

3. Turkije legt zich neer bij de opstelling van zijn NAVO-bondgenoten

Als gevolg van de verslechterende economie en de afbrokkelende binnenlandse steun voor zijn expansieve politiek laat Turkije zijn plannen op dit gebied varen. De bevolking ondervindt er nadelen van en dat zou ten koste kunnen gaan van de steun voor de heersende AK-partij. Om het tij te keren heeft Erdogan geen andere keus dan zijn koers te verleggen, de verhoudingen met de NAVO-partners te normaliseren en zich terug te trekken uit allerlei buitenlandse avonturen. Het houdt in dat Turkije de cruciale rol van de NAVO bij het verwezenlijken van zijn strategische belangen op zijn waarde moet schatten, en het zal de nodige inspanningen vergen om de verstoorde verhoudingen met de NAVO te herstellen. Naar alle waarschijnlijkheid is dit een scenario dat pas na het Erdogan-tijdperk werkelijkheid kan worden, of een andere mogelijkheid is dat het zich afspeelt na een mogelijk gewelddadige regime change in Turkije. Beide situaties zullen grote gevolgen hebben voor de verhouding van Turkije tot de EU en tot de NAVO, maar er zullen zeker kansen zijn voor een verzoening.

Welke kant gaat het op met Turkije en de alliantie?

De door de economische en politieke toestand veroorzaakte binnenlandse instabiliteit in Turkije, die nu nog aangewakkerd is door de COVID-19 pandemie, zal, in ieder geval tijdelijk, leiden tot een tempering van de Turkse ambitie om een leidende rol te spelen in de regio door de creatie van een Pax Ottomania. Zolang Erdogan aan de macht blijft is een volledige terugkeer naar het naleven van de NAVO-gedragsregels niet aannemelijk. Zijn binnenlandse populariteit is immers het hoogste onder nationalistische Turken die niet veel op hebben met eisen van de NAVO en zich goed kunnen vinden in de huidige ambities van Turkije. Toegeven aan de NAVO zou ernstig gezichtsverlies voor Erdogan betekenen, en zou kunnen leiden tot het einde van zijn presidentschap. Aan de andere kant zal de NAVO niet snel het strategisch belang van Turkije voor de alliantie ontkennen. De toegang tot de Zwarte Zee, het sterke Turkse leger en de Turkse vliegbases zoals Konya en vooral Incirlik met de opslag van kernwapens zijn te belangrijk voor de NAVO als afschrikking om op te geven. Het belang van het behoud van Turkije als NAVO-lid overstijgt alle nadelen van deze politiek.

De staat van de economie is echter bepalend voor de binnen- en buitenlandse politiek van Turkije. De verslechterende economische toestand van het land heeft in hoge mate bijgedragen tot de afnemende populariteit van Erdogan als president en van zijn AK partij. De geringe waardering van de Turken voor de NAVO, het laagst van alle inwoners van NAVO-lidstaten, is echter niet het enige dat bepalend is voor de buitenlandse politieke koers. Een verslechterende economie zou Erdogan juist kunnen verleiden tot een meer assertieve houding t.o.v. het buitenland om zo de aandacht af te leiden van binnenlandse problemen. Dit beleid is echter niet houdbaar: om op langere termijn gesteund te blijven zal hij zijn focus moeten richten op het verbeteren van de economie. En omdat deze in hoge mate verbonden is met die van de EU kan Erdogan het zich niet veroorloven de banden met EU-landen, die in de meeste gevallen ook NAVO-bondgenoten zijn, te verbreken. De noodzaak voor Erdogan om de economische situatie in zijn land te verbeteren geeft de Europese regeringsleiders, die bezorgd zijn over de Turkse ambities, de nodige handvatten om deze in toom te houden. Een aantal consequenties van de economische ontwikkeling en het binnenlandse draagvlak voor de NAVO wordt hieronder toegelicht aan de hand van een blik vooruit in de toekomst en de eerder beschreven scenario’s.

  • Als de economie opveert en de steun voor de NAVO blijft bestaan, dan zal de Turkse houding niet veel veranderen en blijft het land hangen in scenario 2. Bij een verdere verbetering van de economie na vijf jaar en Turkije minder afhankelijk wordt van het Westen is het aannemelijk dat het land opschuift naar het eerste scenario.
  • Als de economie verder verslechtert en de steun voor de NAVO afneemt zal Turkije voor scenario 2 kiezen en het lidmaatschap van de NAVO continueren. In dit geval heeft het land meer baat bij de status quo dan bij het verlaten van de NAVO. Maar als deze toestand nog vijf jaar voortduurt dan zal Turkije waarschijnlijk de NAVO de rug toekeren. Het lidmaatschap heeft dan geen toegevoegde waarde meer voor de economie.
  • Als de economie opveert maar het binnenlandse draagvlaak voor het NAVO-lidmaatschap verdwijnt, zal Turkije waarschijnlijk naar het eerste scenario neigen en daarbij blijven. Zodra het de NAVO vaarwel heeft gezegd is een eventuele terugkeer nagenoeg uitgesloten. Maar als de economie instort en de steun voor de NAVO toeneemt zal Turkije naar scenario drie bewegen en weer een toegewijd NAVO-lid worden.

Schematische weergave van de mogelijke ontwikkeling van de drie scenario’s

Wanneer is de tijd rijp voor actie?

Het trekken van stevige conclusies over de Turkse toekomst heeft veel gemeen met het raadplegen van een kristallen bol. Het antwoord zal in het beste geval een beredeneerde vooruitblik zijn. Gelet op alle problemen die gepaard zullen gaan met het uittreden uit de NAVO is het aannemelijk dat een Turkije onder Erdogan een luis in de pels van de NAVO zal blijven. Het zal blijven zoeken naar medestanders buiten zijn huidige invloedssfeer en een logische partner voor die aspiraties is China. Het IMF en de OESO voorzien beide een geleidelijk herstel en voorzichtige groei van de Turkse economie, waardoor een overstap naar scenario 1 voor de hand ligt. Uiteraard is dit niet het favoriete scenario dat de EU en de NAVO (en zelfs Rusland) voor ogen staat, maar het is wel het meest logische. Zelfs het afnemen van de steun voor Erdogan zal in de toestand weinig verandering brengen omdat zijn grootste binnenlandse politieke tegenstrever Soylu een nog grotere antiwesterse nationalist is dan Erdogan.

Voor de beleidsmakers in de NAVO en de EU is de tijd nu rijp om over een ingrijpende verschuiving in de geopolitieke machtsbalans na te denken. Het op zijn beloop laten van de nu in gang zijnde ontwikkelingen zal het vermogen van de belanghebbende landen, om nog invloed op de ontwikkelingen uit te oefenen en daardoor de eigen belangen te dienen, negatief beïnvloeden. Al jaren is Turkije de olifant in de porseleinkast van de NAVO. Iedereen ziet het probleem maar niemand durft het aan te pakken. De NAVO is aan zet, maar of de discussie hierover zal leiden tot besluitvorming blijft te bezien. Maar een ding is zeker: beide bondgenootschappen, NAVO en EU kunnen het zich niet veroorloven om naar de grond te blijven staren als Turkije weerhouden moet worden van het verder ondermijnen van hun belangen.

Dit artikel is geschreven door Patrick Bolder en Dorith Kool en verscheen voor het eerst in Carré.

Een meer diepgaande analyse van de Turkse NAVO-politiek is te vinden in het HCSS rapport: ‘Turkey ’s Recalcitrance and NATO’s Nuisance

Wat heeft Nederland te zoeken in de ruimte?

Boven ons lijkt zich een ruimtevaartwedloop af te spelen. Traditionele grootmachten als de Verenigde Staten en Rusland hebben de afgelopen jaren concurrentie gekregen. Ze wedijveren met China, Israël en India. En dan heb je natuurlijk ook de Elon Musks en Richard Bransons van deze wereld die een leven op mars zien zitten.

Hoe hard gaat het eraan toe in deze ruimtevaartwedloop? Zijn er wetten en regels waaraan je je moet houden? En Nederland dan? Ook ons land speelt een rol in de ruimte. Van landbouw en voedsel tot volksgezondheid. We kunnen niet zonder, maar wat heeft Nederland in de ruimte te zoeken? En bestaat er een Nederlandse Elon Musk die wil investeren in een eigen ruimtevaartbedrijf?

Dat ga je horen in deze aflevering van De Strateeg. Te gast zijn:

– Patrick Bolder, strategisch analist bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies

– Jeroen Rotteveel, directeur bij ISISpace en SpaceNed.

HCSS Digest

HCSS Digest | Week 18

The first Dutch military satellite is launching, the Netherlands is reaching for the stars and the price of petrol has rocketed sky high: this HCSS Digest take you to a galaxy not so far away – and to our new website!

“This is a most timely book. After the end of the Cold War, interest in deterrence waned, yet a more volatile security environment has brought it back with a vengeance,” Michael Rühle wrote in his NATO Review of Tim Sweijs and Frans Osinga’s book: “Deterrence in the 21st Century“, concluding that the volume is a “thought-provoking contribution to the evolution of deterrence research.”

“Now that Great Power competition is back on the geopolitical agenda, our freedom should no longer be an abstract concept,” HCSS Strategic Analyst Patrick Bolder wrote in a column for De Telegraaf about the costs of freedom.

Rob de Wijk watched the political debate in the Netherlands in recent weeks with growing bewilderment and concern, he wrote in his weekly column for Trouw. While our country is still in the middle of the corona crisis and has to recover economically, it is important to work together and present a united front.

Virgin Orbit will launch the first military satellite for the Dutch Airforce next month, the nanosatellite BRIK-II. HCSS Strategic Analyst Patrick Bolder explains all about the satellite and the need for a Dutch space policy on BNR’s De Ochtendspits (starting at 2h08m45s).

Don’t be alarmed when you’re at the gas station, because the price of a liter of petrol has gone to the highest level ever. HCSS energy expert Lucia van Geuns explained why this happened on BNR Nieuwsradio’s In De Middag.

Corona shows that Europe is still very dependent on other powers (read: China). In their podcast on BNR this Saturday, Arend Jan Boekestein & Rob de Wijk will discuss how we can protect ourselves against the Chinese threat, with their guest MEP Tom Berendsen (CDA).

What is the importance of space for the Netherlands? Is there a Dutch Elon Musk? This Sunday morning, listen to the new episode of our BNR podcast De Strateeg to find out what the future of space travel looks like for the Netherlands. Featuring Jeroen Rotteveel, founder and director of ISISpace and chairman of SpaceNed, the branch organization for the Dutch aerospace companies, together with Patrick Bolder, and contributions from MP Jeroen van Wijngaarden (VVD), who recently asked parliamentary questions to MinDef Bijleveld about the new HCSS Space Alert by Hugo van Manen, Tim Sweijs, Patrick Bolder and Benedetta Girardi.

Last but not least: HCSS launched its completely new website last week, and with it, our logo underwent a facelift as well. Stay tuned as we’ll bring you new features!