Ieder roept maar wat: kan het iets terughoudender? (NL)

 In januari 2008 betoogde ik dat Geert Wilders een gevaar is voor de nationale veiligheid. Want de door het kabinet aanvaarde ’Strategie Nationale Veiligheid’ stelde dat de nationale veiligheid in het geding is als maatschappelijke ontwrichting dreigt. De film ’Fitna’, die toen het nieuws bepaalde, was een bewuste provocatie die sociale spanningen kon vergroten en extremisten kon aanzetten tot aanslagen.

Ik werd in mijn redenering gesteund toen de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, mede om die laatste reden, het dreigingniveau voor Nederland naar ’substantieel’ verhoogde. Mijn stukje werd via internet verspreid. Honderden hatemails boden vervolgens een ontluisterend zicht op een groep grimmige, boze landgenoten met te korte lontjes. Maar politici wilden hun vingers niet aan mijn redenering branden.

Tot mijn verrassing explodeerde het debat deze week alsnog. De herdenking van de dood van Theo van Gogh viel samen met het uitlekken van een volgens de Volkskrant ’explosief’ wetenschappelijk rapport over de PVV. Wilders zou de sociale cohesie en de democratie ondermijnen, dus staatsgevaarlijk zijn. Politici buitelden nu wél over elkaar heen om de mogelijke conclusies van een ongepubliceerd rapport aan te grijpen om de PVV-voorman in de hoek te zetten.

En dat alles net op het moment dat ik me zelf steeds minder druk maak om Wilders. Hij is verworden tot een gewone populistische politicus die volgens beproefd recept tegenstellingen creëert, de tegenstander tot vijand en zichzelf tot slachtoffer en underdog bombardeert.

Het verschil tussen een populist die de geschiedenisboekjes haalt, en een die niet eens een voetnoot wordt, is het effect van hun gedram.

Tot nu toe heeft Wilders geen succes gehad in zijn poging het land te ontwrichten. Ondanks ’Fitna’, lieten moslims zich niet gek maken. In tegendeel. De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding meldde tijden geleden dat moslims weerbaarder tegen radicalisering zijn geworden en vorige week stelde hij in NRC-Handelsblad dat Hofstadachtige groepen passé zijn.

Kennelijk heeft Wilders daarom een nieuwe vijand bedacht: de elite, in het bijzonder de linkse kerk, en vooral de PvdA. De ingetogen wijze waarop moslims op ’Fitna’ reageerden staat in schril contrast met de toon waarop politici het debat voeren die zelf nu doelwit van Wilders zijn geworden. Ook nu weer wordt het beproefde recept gevolgd. Volgens Wilders zijn politici, zoals integratieminister Eberhard Van der Laan knettergek. En als die reageert, vindt Wilders dat hij gedemoniseerd wordt.

Ik kan dat soort debatten niet meer verdragen. Wel ben ik er zo langzamerhand van overtuigd dat de PVV niet wordt bevolkt door louter moslimhaters, maar door mensen die woedend zijn over van alles en nog wat, en afgeknapt zijn op zittende politici. Een stem op Wilders is dus een proteststem.

Na de moord op Van Gogh heette het dat de vrijheid van meningsuiting medeslachtoffer was geworden, terwijl Wilders zich juist beroept op die fundamentele vrijheid en dus alles wil kunnen zeggen.

Met de vrijheid van meningsuiting zit het nog wel goed. Want iedereen roept wat hij of zij wil. Het gevaar zit juist in het gebrek aan terughoudendheid. Ons democratisch bestel wordt ondermijnd door politieke hypes, debatten gebaseerd op ongenuanceerde meningen, bewust gecreëerde vijandbeelden en verdachtmakingen en subjectieve morele oordelen over mensen die volgens de wet niets fout doen, zoals inmiddels voormalig Rotterdams hoogleraar Ramadan.

Dit soort ongeremdheid verwacht je in de kroeg, niet in de politiek, die daardoor zijn autoriteit, geloofwaardigheid, legitimiteit en respect verliest. In die zin is het er vijf jaar na de moord op Van Gogh alleen maar slechter op geworden.

Trouw

Belangrijke zege Taliban in Afghanistan (NL)

 Rob de Wijk discusses an important victory of the Taliban in Afghanistan.

Please note that this interview is in Dutch, and that the interview starts at approximately 11:25 minutes.

For the full interview please see:

www.rtl.nl/xl/#/u/f98aa667-39f8-3f9b-aa00-71f2ab969d12

 

Photo credit: ResoluteSupportMedia via Foter.com / CC BY

Obama moet een hardere lijn kiezen tegen Iran (NL)

 Vorige week is in Pittsburgh geschiedenis geschreven. Er is daar een stap in de richting van een nieuwe wereldorde gezet. De G20 –en niet de G7 van belangrijkste westerse industriële mogendheden– bepaalt voortaan het mondiale economische beleid.

De nieuwe rol van de G20 betekent dat het Westen verzwakt is en nieuwe economieën als Rusland en China opkomen. „Dramatische veranderingen in de wereldeconomie worden niet altijd weerspiegeld in de mondiale architectuur voor economische samenwerking”, constateerden de wereldleiders. Sinds vorige week is daar dus verandering in gekomen.

Daarbij hoort ook een grotere invloed van opkomende economieën in het Internationale Monetaire Fonds IMF. De wereldleiders hebben er in hun slotverklaring al beloftes over gedaan. Zij willen een verandering in de stemverhouding ten nadele van de rijke landen en ten voordele van de opkomende economieën en ontwikkelingslanden. En hetzelfde moet gaan gelden voor de Wereldbank.

Dat deze ontwikkeling de Europese stem marginaliseert is duidelijk. De G7 blijft bestaan, maar wordt een club waarin de posities van westerse landen onder Amerikaanse leiding worden afgestemd. Meer stemgewicht voor landen als China in het IMF en de Wereldbank gaat per definitie ten koste van de Europese stem.

In de praktijk is het al te merken. President Obama liet zich weinig gelegen liggen aan de Europese stem toen hij in de aanloop naar de G20 besloot tot het opzeggen van het anti-raketschild in Polen en Tsjechië. Die stap was vooral bedoeld om energiegigant Rusland voor de nieuwe wereldorde te paaien. Obama heeft de steun van het Kremlin nodig voor een nieuw akkoord dat eind dit jaar het aantal intercontinentale kernraketten van Rusland en Amerika verder aan banden legt. Hij heeft het Kremlin ook nodig voor het oplossen van de kwestie-Iran. Toen de Amerikaanse president drie weken gelden het raketschild naar de prullenbak verwees, stelde hij dat de Iraanse dreiging tegen Amerika minder ernstig is dan onder Bush. Maar in Pittsburgh pleitte hij alweer voor zwaardere sancties. Want Iran blijkt in het geniep een tweede nucleaire centrale te hebben. Op de achtergrond speelt dat Israël laat doorschemeren Iraanse installaties te zullen bombarderen als de nationale veiligheid dat gebiedt. Maar voorlopig gunt Israël de Amerikanen het voordeel van de twijfel door Obama’s dubbelstrategie te aanvaarden.

De kans dat deze strategie werkt lijkt mij gezien de geschiedenis van de Amerikaans-Iraanse betrekkingen niet al te groot. Naar wat Israël dan gaat doen kan ik slechts gissen. Wel is duidelijk dat een eventuele Israëlische aanval dramatische gevolgen kan hebben, zoals het met mijnen afsluiten van de Straat van Hormoes, waardoor de olievoorziening van delen van de wereld gevaar loopt. Ook is het uiterst onzeker of een Israëlische aanval het Iraanse atoomprogramma stopt of vertraagt. Daarvoor lijken de gegevens van de inlichtingendiensten te onbetrouwbaar, blijkens de bekendmaking van een nieuwe verrijkingsfabriek en de discussie over hoever Iran van een kernwapen is verwijderd.

Zeker is dat die nieuwe Iraanse fabriek in één klap Obama’s politiek van toenadering heeft doen ontsporen. Dit betekent dat de Amerikanen een hardere lijn moeten inzetten.

In Pittsburgh werd geschiedenis geschreven omdat daar de contouren van een nieuwe wereldorde zijn gepresenteerd. Maar het is de vraag of de opkomende landen van die nieuwe wereldorde, zoals China en Rusland, bereid zijn samen met Amerika de problemen van de oude wereldorde op te lossen. China is afhankelijk van Iran’s olie en gas. En Rusland gunt Amerika geen diplomatieke successen.

Trouw

Photo credit: jurvetson via Foter.com / CC BY

Het is feest voor extremisme in Irak en Afghanistan (NL)

 Extremisten in Irak, Pakistan en Afghanistan zijn deze dagen grensverleggend bezig. Het dodental van de aanslagen van afgelopen zondag in Bagdad steeg deze week naar ruim 150. Extremisten, met inbegrip van Al-Kaida in Mesopotamië, lijken opnieuw in opmars en verleggen grenzen door het zwaar bewaakte regeringscentrum van Bagdad onder vuur te nemen. Inmiddels liggen de ministeries van buitenlandse zaken, justitie en financiën en het gebouw van het provinciaal bestuur in puin.

In Pakistan is het niet veel anders. Eerder deze maand bezette de Pakistaanse taliban het hoofdkwartier van de krijgsmacht. Ook dat zette een nieuwe standaard. Dinsdag volgde een verpletterende aanslag in Peshawar. Weer ruim 80 doden. De timing was uitstekend. Want op dat moment overlegde de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Clinton in Islamabad met de Pakistaanse autoriteiten.

De stroom van slecht nieuws uit Afghanistan, vooral uit het zuiden, lijkt niet te stuiten. Maar met de aanslag op medewerkers van de VN in Kaboel, de eerste in zijn soort in Afghanistan, werd een nieuwe grens overschreden. Het was een represaille voor de rol van de VN in het verkiezingsproces en volgens Talibanzegsman Zabilullah Majahid een waarschuwing aan degenen die op 7 november voor de tweede ronde in de presidentsverkiezingen naar de stembus willen gaan. De combinatie van de toename van het aantal Amerikaanse troepen, de verhoogde militaire druk op de Taliban in het zuiden en de aanloop naar de verkiezingen lijken een belangrijke verklaring voor de snel verslechterende veiligheidssituatie vanaf het midden van dit jaar. En dat terwijl er in overige delen van Afghanistan een bescheiden, maar gestage verbetering zichtbaar is.

Bij elkaar opgeteld waren het feestweken voor extremisten: de bomaanslagen in Irak waren de dodelijkste sinds 2007, oktober was voor de Amerikanen de dodelijkste maand tot nu toe en in Pakistan werd het leger in het hart getroffen.

Het betekent dat extremisten zich strategischer gaan gedragen. In alle gevallen zijn het aanslagen op de legitimiteit van de regeringen. In het geval van Irak en Afghanistan is het zelfs een rechtstreekse beïnvloeding van aanstaande verkiezingen. De gedachte is simpel: maak met aanslagen de bevolking duidelijk dat machthebbers hun veiligheid niet kunnen garanderen. Een vleugellamme regering is een stap in de richting van een extremistische machtsovername. In Irak en Afghanistan lijkt de steun voor de presidenten Al-Maliki en Karzai inmiddels af te nemen.

Ten tweede lijkt er een relatie te zijn tussen de aanpak van extremisten in de drie genoemde landen. Zij zien de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit de straten van Irak ongetwijfeld als een overwinning en een aanmoediging om door te gaan. De redenering is, juist of niet, dat de terugtrekking van Amerikaanse troepen in Irak het gevolg is van aanhoudenden aanslagen en dat die aanpak ook in Pakistan en Afghanistan moet kunnen werken. Dat plaatst de discussie over gaan of blijven in Afghanistan, die in steeds meer Navo-landen woedt, in een andere context. Deze discussie is een duidelijke aanmoediging om meer aanslagen te plegen. Dit plaatst de Navo voor een welhaast onoplosbaar dilemma: de strijd intensiveren in de wetenschap dat daardoor het aantal slachtoffers aan eigen zijde verder kan oplopen en de publieke en politieke steun verder erodeert, of toegeven en weggaan waardoor de extremisten aan een overwinning worden geholpen en gemotiveerd worden hun strijd verder te verleggen naar landen als Jemen, Somalië, Egypte en Indonesië. Zeker is dat door verkiezingsfraude en de drugs- en CIA-activiteiten van de broer van Karzai de Afghaanse leiding zelf flink meehelpt om dat afbrokkelende draagvlak binnen de Navo verder te ondermijnen.

Trouw

Koude Oorlog is in Oost-Europa nog niet uitgewoed (NL)

 Twintig jaar geleden zaten de net aangetreden secretaris-generaal Michiel Patijn en ik op het ministerie van defensie uren voor de televisie. De Europese revolutie van 1989 kwam op snelheid, nadat eerder dat jaar de Poolse vakbond Solidariteit de communistische regering door stakingen en onderhandelingen tot verkiezingen had gedwongen. De Volksrepubliek Hongarije was zojuist opgeheven en in de DDR broeide het, hoewel het veertigjarig bestaan groots was gevierd.

Mijn banen bij de Leidse Universiteit en de VPRO had ik tot verbijstering van veel luisteraars van Het Gebouw, ingeruild voor een positie bij het ministerie. De defensietop, inclusief minister Bolkestein en zijn opvolger Ter Beek, zagen dat de wereld dramatisch veranderde en wilden vers bloed om de organisatie te helpen zich aan de nieuwe tijd aan te passen.

Vlak daarvoor toerde ik voor de VPRO nog door Oost-Europa en mijmerde in Oost-Berlijn over de val van de Muur. Die zou binnen vijf jaar wel eens kunnen verdwijnen. Hij viel binnen een paar weken. Sindsdien houd ik alles voor mogelijk en geloof geen deskundige die zegt dat iets niet kan gebeuren.

In Oost-Berlijn interviewde ik nog net een generaal van een ideologische afdeling in het inmiddels afgebroken, astbestrijke Volkspaleis. Ik vond een door hem geschreven boekje over de ’agressief-imperialistische’ Navo-strategie in een winkel aan de Alexanderplatz. Net op de Navo gepromoveerd, leek het mij aardig hem daarover te ondervragen. De Oostblokgeneraal vertelde in ronkende communistische retoriek dat de Navo misbruik ging maken van het verval van het Warschaupact. De Navo zou de hele boel inlijven. Geloven in zijn eigen verhaal deed hij niet. Want toen de microfoon uitging verzuchtte hij dat hij dit nu eenmaal zo moest zeggen.

Zijn vrees kwam uit, maar anders dan voorspeld: in de jaren negentig liepen de voormalige Sovjet-satellieten in hoog tempo naar de Navo over. Zo ontstond een scheidslijn tussen voormalige Warschaupactlanden en de oorspronkelijke lidstaten, die tot op de dag van vandaag voortduurt en een regelrechte bedreiging is voor de cohesie van het bondgenootschap.

Hoe hardnekkig die scheidslijn is bleek vorige week vrijdag in Luxemburg tijdens een sessie over de toekomstige Navo-strategie onder leiding van de voormalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright. De nieuwe leden sidderen nog steeds voor de Russen, terwijl de oude leden de Navo wilden omvormen voor nieuwe taken, zoals de huidige missie in Afghanistan. Deze kloof tussen die twee werelden lijkt onoverbrugbaar.

Toen ik in de jaren tachtig in Oost-Europa en de Sovjet-Unie rondreisde kwam ik tot de conclusie dat het met de dreiging tegen het Westen nogal mee viel. Chaos, gebrek aan initiatief en inefficiëntie konden nooit de basis vormen voor een goed functionerende krijgsmacht. Anders dan de Russische retoriek wil doen geloven is het nog steeds slecht gesteld met die krijgsmacht. Maar net zoals de Navo van toen, zijn de Oost-Europeanen hiervan niet nog steeds niet overtuigd. Daarom organiseren de nieuwe lidstaten hun krijgsmachten nog steeds tegen de Rus, waardoor deze te statisch zijn om effectief ver weg, zoals in Afghanistan, te kunnen worden ingezet. En als ze naar Afghanistan gaan, doen deze landen dat om zich te verzekeren van Amerikaanse steun voor als de Russen komen.

Twintig jaar geleden, na de implosie van het Oostblok, konden we niet vermoeden dat de Russische dreiging de Navo zou gaan verscheuren, terwijl die de lidstaten tijdens de Koude Oorlog juist verenigde. De Koude Oorlog leeft voort. Niet in de oude lidstaten, maar in de nieuwe, die net zoals wij decennia geleden achter elke boom een Rus zien staan.

Trouw

Rob de Wijk en Frank van Kappen over de missie in Uruzgan (NL)

 Rob de Wijk en Frank van Kappen discuss the mission in Uruzgan.
Please note this interview is in Dutch.

For the full interview please see:
content1b.omroep.nl/b3705d20d4dff4cff19b8f5a0a9a8881/4dc7d2a8/radio1/vpro/bibui/20091014-15.mp3

Financial trouble for al-Qaeda

 Christa Meindersma discusses the financial troubles of al-Qaeda.

Please see:
www.rnw.nl/english/article/al-qaeda-running-low-funds-%E2%80%93-and-influence

Als de komende EU-president nu maar geen kneus is (NL)

 Niet langer worden de 460 miljoen inwoners van de Europese Unie in gijzeling gehouden door 3,6 miljoen Ieren. Na hun ’ja’ tegen het Verdrag van Lissabon, zijn dat er nog maar twee: de presidenten van Polen en Tsjechië. Zij aarzelen hun handtekening te zetten onder een verdrag dat door hun parlementen reeds is goedgekeurd. In Tsjechië krijgt president Klaus steun van senatoren die in een ultieme vertragingstactiek, het verdrag aan het grondwettelijke hof hebben voorgelegd in de hoop dat dit hof het als onconstitutioneel verwerpt.

Het zijn treurig stemmende acties van wanhopige politici die hun persoonlijke frustraties met Europa ondergeschikt maken aan het algemeen belang. Uit de monden van de dwarsliggers, die op een of twee handen te tellen zijn, zal het woord ’democratie’ voor altijd als een holle frase klinken.

Overigens, of zij alleen staan moet nog blijken uit de later te houden EU-top die in conclaaf gaat over de nieuwe president van de Unie. De ware stemming in Europa kan niet beter gepeild worden dan door de keuze die dan wordt gemaakt. Wordt het een kleurloze figuur of een krachtpatser die Europa verder zal brengen? Datzelfde geldt voor de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid die in de oude grondwet nog minister van buitenlandse zaken heette, maar nu onder een andere naam precies hetzelfde mag gaan doen. Deze functionaris gaat leiding geven aan de ’dienst voor externe actie’, ofwel de Europese diplomatieke dienst. Ook hier is weer de vraag of deze dienst wordt gevuld met kleurloze diplomaten of diplomatieke krachtpatsers.

De vraag hoe de nieuwe posten gevuld worden is van groot belang voor het toekomstige integratieproces en vooral voor de rol die de Unie in de wereld wil spelen.

Europa kan nu geen vuist maken in het machtspolitieke spel dat zich in hoog tempo ontrolt en dat een nieuwe dynamiek kreeg toen in Pittsburgh werd besloten om van de G20 het forum te maken voor het vormgeven van de nieuwe economische wereldorde.

De Unie wordt met het Verdrag van Lissabon een enkele rechtspersoon die zelfstandig verdragen kan afsluiten en zich met president en minister van buitenlandse zaken krachtiger op het wereldtoneel kan profileren. Daarmee vervallen beletsels om van de Unie een wereldwijde belangenbehartiger te maken. Mits er geen kneuzen op belangrijke posities worden neergezet. Als de juiste keuzes worden gemaakt, zal de Europese Unie bovendien een meer politieke en minder technocratische unie worden, die hopelijk dichter bij de mensen staat.

Of dat voldoende is om Eurosceptici te overtuigen valt nog te bezien. Ik heb steeds het beeld voor me van de vier Europarlementariërs van de PVV die mokkend over Europa tussen 781 collega’s zitten en niets klaar kunnen maken omdat ze zich nergens bij willen aansluiten, maar wel een partij vertegenwoordigen die een factor is in de Nederlandse politiek.

Voor hen moet Europa nu een autobus zijn geworden die door de Ieren uit de modder wordt getrokken en met de Europese president aan het stuur, zijn minister van buitenlandse zaken als bijrijder en verder gevuld met staatshoofden, regeringsleiders en Eurocommissarissen, in hoog tempo uit het zicht verdwijnt, terwijl de PVV’ers in koor ’stop, stop’ roepen. Moeten ze wanhopen?

Tip: sla Artikel 50 van het Unieverdrag er eens op na. Daarin wordt voor het eerst de uitredding geregeld. Daarvan kunnen ze dus een verkiezingsnummer maken of dit via een referendum trachten af te dwingen. Ik vermoed echter dat de gemiddelde burger geen zin meer heeft in dit oeverloze dwarsliggen als blijkt dat de Unie door het Verdrag van Lissabon daadwerkelijk een nieuw elan krijgt.

Trouw

Alle kans dat we tot 2014 in Afghanistan zijn (NL)

 Vorige week dinsdag, een paar uur nadat een kop in de Volkskrant de vraag opwierp hoe lang we nog in die zandbak van Uruzgan moeten blijven, stroomde mijn voicemail vol met verzoeken van journalisten om duiding. Ik heb dat in 1999 meegemaakt toen de oorlog in Kosovo kantelde en in 2003 toen de Amerikaanse inval in Irak stagneerde. Fascinerend hoe de media zich collectief afvragen hoe het verder moet. Een nationaal debat was geboren toen zelfs de militaire vakbond AFMP zich tegen verlenging van de missie uitsprak.

In het geval van Nederland was de trigger de dood van twee militairen, sergeant-majoor Mark Leijsen en commando Kevin van de Rijd, en de oproep van commandant der strijdkrachten Van Uhm om als één man achter onze militairen te blijven staan. Zo komt een sluimerend gevoel van onbehagen aan de oppervlakte, ondanks dat de steun voor de missie niet dramatisch is gedaald. In augustus bleek 32 procent tegenstander van de missie; een percentage dat maar enkele procenten hoger lag dan bij aanvang van de missie. De steun voor de missie brokkelt af: weinig en geleidelijk.

Veel belangrijker dan die gemeten steun is de rol van de media. Die is bepalend voor een politiek debat dat zij in belangrijke mate drijven.

Opmerkelijk is dat de afgelopen maanden in vrijwel alle belangrijke troepenleverende landen discussies op gang zijn gekomen. In Canada werd de discussie over weggaan het eerst gevoerd. In het Verenigd Koninkrijk werd verhit gediscussieerd over de kwaliteit van het ingezette materieel waardoor Britse soldaten onaanvaardbare risico’s zouden lopen. Duitsland ontwaakte uit de droom van een rustig noorden toen in Kunduz twee tankwagens werden gebombardeerd, met tientallen burgerslachtoffers tot gevolg. In Amerika is het democratische deel van het Congres overwegend sceptisch en moet de president het vooral van de republikeinen hebben. En afgelopen week toonde de hoogste militaire baas in Afghanistan, generaal McCrystal, zich pessimistisch over de veiligheidssituatie.

De omslag komt door de aanhoudend slechte veiligheidssituatie en de onmacht van politici om duidelijk maken waarom ’we’ daar zitten. Maar de lange duur en de aanhoudende veiligheidsincidenten zijn voorspeld op het moment dat de eerste troepen werden uitgestuurd. Het is helaas inherent aan dit soort operaties. Kijk naar de Balkan. Daar zitten ’we’ ook al ruim 15 jaar. Maar westerse maatschappijen, de politiek voorop, hebben niet genoeg geduld voor langdurige verplichtingen met weinig vooruitgang. Daarnaast raakt het verhaal sleets. Een Amerikaanse generaal vertelde mij vorige week dat de meeste soldaten niet weten waarom ze daar zitten. Want voor een twintigjarige soldaat is 11 september 2001 een vage herinnering. Die soldaat legt geen relatie meer tussen het terrorisme tegen Amerika en de strijd in Afghanistan. In Europa is ten onrechte de nadruk gelegd op hulp aan de Afghanen. Dat reduceert de operatie in Afghanistan tot een vorm van ontwikkelingshulp waarvoor je geen levens wil opofferen als de veiligheid slecht blijft en democratisering in het slop zit.

De Amerikanen vrezen dat Nederland, Canada en Duitsland uit het zuiden vertrekken. Dan is de strijd feitelijk verloren, hebben de extremisten een megaoverwinning geboekt, kunnen zij Afghanistan weer ombouwen tot vrijplaats van jihadistische moslimfundamentalisten en zullen zij in hun strijd tegen het Westen sterker gemotiveerd worden. Hierin zit het nieuwe verhaal: om te voorkomen dat dit gebeurt moet het Afghaanse veiligheidsapparaat met spoed worden opgebouwd. Als die klus geklaard is moeten we vertrekken, bijvoorbeeld in 2014. Dat we in de tussentijd nog wat scholen bouwen en waterputten slaan is vooral bedoeld om niet de hele Afghaanse bevolking tegen ons te krijgen.

Trouw

Verbazing over afgewezen prof en geketende zeilster (NL)

 Hoe was de vakantie? Moeilijk om terug te keren zeker? Ja, einde vrijheid, weet je wel. Maar dit jaar had ik meer zin om politiek asiel aan te vragen door wat Nederland in zijn ban hield.

Afgezien van een weeralarm waren dat een verzoek aan de regering om de kosten van immigranten te onderzoeken, een dertienjarig meisje dat de wereld niet mag rondzeilen en een hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, die wordt ontslagen. De overeenkomsten tussen hoogleraar Ramadan en zeilster Laura waren opmerkelijk. Ze doen niets illegaals, maar worden in hun vrijheid beknot vanwege maatschappelijke opvattingen over goed en fout. Er is geen trots over de durf van een zeilster en een kritische moslimintellectueel. Nee, ze worden afgewezen omdat ze zich niet aan conventies houden. De spreekwoordelijke Nederlandse tolerantie, respect voor andersdenkenden en open mentaliteit maken plaats voor dogma’s waartegen Erasmus al streed.

De uitkomst van het door de PVV geëiste onderzoek lijkt me irrelevant. Als het onderzoek het standpunt van de PVV onderbouwt, is het een goed onderzoek. Als dat niet het geval is, is het een bewuste verdraaiing van feiten door het linkse cordon sanitaire dat het immigratievraagstuk door roze en rode brillen ziet. Wat er ook uit komt, de conclusie is altijd dat in 2010 de grenzen dicht moeten. Eerlijk gezegd beschouw ik dit soort politieke spelletjes als folklore onder de Haagse kaasstolp.

Het gedoe over het weeralarm en Laura waren het zoveelste bewijs dat wij ons collectief druk om niets kunnen maken en de echt belangrijke zaken onbesproken laten. Zoals het ontslag van hoogleraar Ramadan. De gemeente Rotterdam heeft uiteraard het recht om een in hun ogen ongeloofwaardige bruggenbouwer te ontslaan, maar voor een universiteit ligt dan anders. Afgezien van een ingezonden brief van zijn vakgroepcollega’s was het in de universitaire wereld en de politiek ijzingwekkend stil. Na mijn vakantie vroeg ik een collega aan mijn universiteit of het ontslag nog tot enige debat had geleid. „Nou nee”, was het antwoord, „we waren blij dat het in Rotterdam speelde.” Er bleken ook geen Kamervragen over het ontslag te zijn gesteld, terwijl dat wel het geval was over ’afvaldumping bij wegwerkzaamheden bij de N36’ (SP).

Met het ontslag van Ramadam zijn in Nederland wederom de grenzen verlegd. Het ging er niet om wat hij op de Iraanse televisie zei, maar dat er een indirecte band met een verfoeilijk bewind zou zijn. Hij moet weg hoewel zijn functioneren als hoogleraar niet ter discussie stond en zijn studenten met hem wegliepen.

Voor een universiteit, van oudsher een vrijplaats voor onafhankelijke, kritische geesten, debat en argumentatie is de belangrijkste vraag of Ramadans wetenschappelijke integriteit en onafhankelijkheid is aangetast omdat hij de spreekbuis van de ayatollahs is. Is het antwoord ’nee’ dan is er geen reden tot ontslag. Als hij toch wordt ontslagen is dat een politieke keuze die de academische vrijheid aantast die universiteitsbestuurders en politici moeten bewaken, inclusief minister Plasterk van OCW die deze week in Nova meldde dat het aan de universiteiten is om de hoogleraar te handhaven of niet.

Als politici en universiteitsbestuurders niet pal voor de academische vrijheid staan, worden hoogleraren met controversiële standpunten vogelvrij en kunnen ze hun baan verliezen als Nieuwe Nederlandse Leiders concluderen dat er bijvoorbeeld geen plaats meer is voor een hoogleraar die zich als columnist in Trouw afzet tegen populisme, zich te genuanceerd over moslims uitlaat en daarom volgens hen een moslimvriend, een vertegenwoordiger van de linkse kerk en onpatriottisch is. Als dat het geval is, wordt het echt tijd om ergens politiek asiel te vragen.

Trouw