Column: Recalcitrant Turkije

Turkije is al sinds jaar en dag lid van de NAVO, en heeft ooit op de drempel gestaan om toe te treden tot de Europese Unie (EU). Het land gaat tegenwoordig zijn eigen weg op het gebied van defensie en internationale betrekkingen. Het is de vraag hoe dit zich verhoudt tot de rol van Turkije als NAVO-lid. In dit artikel wordt een drietal scenario’s belicht over de toekomst van Turkije en zijn positie t.o.v. de NAVO.

Het afbrokkelende Amerikaanse leiderschap

Met het verschuiven van de Amerikaanse politieke aandacht naar het Oosten, een proces dat al begon in 2012, werd Europa gedwongen in toenemende mate voor zijn eigen veiligheid te gaan zorgen. Met het aantreden van Trump als president die hamerde op het verhogen van de Europese defensie-uitgaven ontstond een gespannen verhouding tussen de Verenigde Staten (VS) en de EU. Door de beslissing om Amerikaanse troepen uit Duitsland te verplaatsen naar elders raakten de verhoudingen nog verder verstoord. Toen Trump openlijk zijn twijfel uitsprak over de Amerikaanse bijdragen aan de NAVO en het land zich uit meerdere internationale instituties begon terug te trekken, erodeerde de geloofwaardigheid van de VS als wereldleider geleidelijk. Naar verwachting zal de Amerikaanse politiek onder de huidige president Joe Biden Europa niet terugbrengen op de Amerikaanse agenda.

Deze ontwikkelingen werken in het voordeel van Turkije dat zichzelf graag positioneert in een regionale leiderschapsrol om zo een eigen koers te kunnen varen in het oostelijke deel van de Middellandse Zee. Alhoewel Turkije een substantieel aandeel levert aan de militaire macht van de NAVO en het afschrikwekkend vermogen daarvan, is deze ontwikkeling in strijd met waar de NAVO voor staat en zorgt zo voor toenemende spanningen met de overige lidstaten.

Afhankelijk van Turkije

Lange tijd heeft Turkije een cruciale rol gespeeld in de NAVO-afschrikking als eerste lidstaat die de stationering van Amerikaanse kernwapens op zijn grondgebied faciliteerde. Tot op de dag van vandaag is het land van groot strategisch belang voor de NAVO gezien de ligging in de nabijheid van zowel Rusland als Iran en de mogelijkheid om van Turkse uitvalsbases gebruik te maken. Daarbij heeft Turkije het op één na grootste leger van de alliantie en het grootste in de regio. Zonder de Turkse bijdrage zou de NAVO er nauwelijks over een geloofwaardige afschrikking beschikken. Het land bewijst de Europese mede-lidstaten van de NAVO een grote dienst door het huisvesten van het grootste contingent vluchtelingen uit Syrië en Irak. Overigens heeft Turkije ook veel baat bij het lidmaatschap van de NAVO, zoals de beschikking over hoogwaardige westerse militaire kennis, het profiteert ook van de vergaande standaardisatie binnen de NAVO en het is hierdoor in staat complexe militaire operaties uit te voeren. De Turkse defensie-industrie verdient miljarden dollars aan militaire orders die terug te leiden zijn tot het lidmaatschap van de NAVO. Zo hebben Turkije en de NAVO beide baat bij het NAVO-lidmaatschap van het land; deze onderlinge afhankelijkheid zorgt er echter voor dat de onderlinge relaties ook meer complex zijn geworden.

Europese landen met aantallen asielzoekers; Syrische vluchtelingen in de regio

Turkije gaat zijn eigen weg

Spanningen tussen Turkije en zijn NAVO-partners zijn niets nieuws. Al in 1974 met de Turkse inval in Noord-Cyprus verslechterde de relatie met buurland Griekenland in hoog tempo. In de afgelopen tijd is daar weinig verbetering in gekomen, integendeel:

  • De provocerende booractiviteiten van Turkse schepen in het oostelijk deel van de Middellandse Zee lokte militaire actie uit tot op de rand van oorlog.
  • De vluchtelingendeal van zes miljard Euro is een zware last waardoor Europa min of meer is overgeleverd aan de Turkse grillen; zij zorgt ervoor dat Erdogan voortdurend druk op Europa kan uitoefenen om zijn strategische doelen te bereiken.
  • Na jaren vergeefs onderhandeld te hebben met de VS over de levering van het Patriot luchtverdedigingssysteem heeft Turkije het Russische S-400 wapensysteem gekocht voor zijn luchtverdediging. Hierdoor zijn de spanningen tussen de VS en Turkije verder toegenomen en het lijkt erop dat Erdogan het op dit moment beter met Poetin kan vinden dan met staatshoofden van de NAVO-landen.
  • De Turkse inmenging in Libië stuit op steeds meer verzet. Het steunt militair de Regering van Nationaal Akkoord (GNA) met het oogmerk om meer invloed te krijgen in het aan Libië grenzende deel van de Middellandse Zee en direct daarmee de toegang tot de Libische olie- en gasvoorraden. Deze politiek van steun aan de Libische president Serraj brengt Erdogan rechtstreeks in conflict met NAVO-partners Griekenland en Frankrijk.
  • Voorts heeft Turkije zich ook gemengd in het conflict in Nagorno-Karabach en is het militair aanwezig in Libië, Jemen en Qatar; democratische instituties in Turkije zijn onder toezicht gesteld van de Moslim Broederschap.
  • De grootste steen des aanstoots voor het Westen is echter de gestaag toenemende toenadering tot China. Samenwerking met de Chinezen zou voor Turkije kunnen leiden tot minder afhankelijkheid van het Westen; China ziet kansen voor de uitbreiding van zijn Belt and Road Initiative. Zou de uitbreiding van de economische relaties met China leiden tot het aantrekken van de relaties op veiligheidsgebied met China dan zal dat onvermijdelijk leiden tot een herbezinning op de relatie met de NAVO. Tekenend is het feit dat Turkije zijn hulp aan de Oeigoeren in China heeft gestaakt.

De hierboven genoemde Turkse handelwijze staat in schril contrast met de visie van de NAVO op deze onderwerpen. Voor wat betreft de toekomst van Turkije in relatie tot de NAVO komt een drietal scenario’s in aanmerking.

Turkije en de NAVO, drie mogelijke scenario’s

1. Turkije verlaat de NAVO en gaat zijn eigen weg

De huidige Turkse politiek die strijdig is met de positie van de NAVO gaat onverminderd door zonder rekening te houden met de overige leden van de alliantie. Desondanks lijkt een Turks lidmaatschap meer de NAVO te versterken dan dat Turkije er zelf baat bij heeft. Het beseft dat de NAVO niet bij machte is om lidstaten te royeren. De overtuiging wint veld dat zijn veiligheidsbelangen het beste gediend worden door volledige autonomie op dat gebied in plaats van te vertrouwen op een zwak en verdeeld bondgenootschap. Het ambieert niet langer een bruggenhoofd tussen Oost en West te zijn en het zal blijven streven de leidende macht in de regio te worden.

2. Turkije blijft NAVO-lid, maar dan op zijn eigen voorwaarden

Erdogan’s streven om zijn land tot een van de grote machten in de wereld op te stoten wordt geremd door de slechte economische positie en afnemende binnenlandse steun voor zijn plannen. In plaats daarvan verlegt hij zijn doelstelling om meer kortetermijn voordelen binnen te halen. Daartoe zal hij met de NAVO moeten samenwerken, zij het op zo klein mogelijke schaal en zonder zijn eigen doelen uit het oog te verliezen. Hij beseft dat hij tot veel in staat is zolang zijn opstelling ook in het belang van de NAVO, en de VS in het bijzonder, is. Turkije zal de grenzen van wat getolereerd wordt blijven opzoeken en indien nodig er niet voor terugschrikken de NAVO te gijzelen met deze politiek. Zo heeft Turkije onlangs al de NAVO-plannen voor de bescherming van de Baltische staten afgewezen, tenzij de NAVO Turkije ’s stellingname tegen de Koerdische strijdkrachten (YPG) als een bedreiging van de Turkse nationale veiligheid ondersteunt. In dit scenario zouden zowel de NAVO als Turkije voordeel kunnen hebben van beider opstelling.

3. Turkije legt zich neer bij de opstelling van zijn NAVO-bondgenoten

Als gevolg van de verslechterende economie en de afbrokkelende binnenlandse steun voor zijn expansieve politiek laat Turkije zijn plannen op dit gebied varen. De bevolking ondervindt er nadelen van en dat zou ten koste kunnen gaan van de steun voor de heersende AK-partij. Om het tij te keren heeft Erdogan geen andere keus dan zijn koers te verleggen, de verhoudingen met de NAVO-partners te normaliseren en zich terug te trekken uit allerlei buitenlandse avonturen. Het houdt in dat Turkije de cruciale rol van de NAVO bij het verwezenlijken van zijn strategische belangen op zijn waarde moet schatten, en het zal de nodige inspanningen vergen om de verstoorde verhoudingen met de NAVO te herstellen. Naar alle waarschijnlijkheid is dit een scenario dat pas na het Erdogan-tijdperk werkelijkheid kan worden, of een andere mogelijkheid is dat het zich afspeelt na een mogelijk gewelddadige regime change in Turkije. Beide situaties zullen grote gevolgen hebben voor de verhouding van Turkije tot de EU en tot de NAVO, maar er zullen zeker kansen zijn voor een verzoening.

Welke kant gaat het op met Turkije en de alliantie?

De door de economische en politieke toestand veroorzaakte binnenlandse instabiliteit in Turkije, die nu nog aangewakkerd is door de COVID-19 pandemie, zal, in ieder geval tijdelijk, leiden tot een tempering van de Turkse ambitie om een leidende rol te spelen in de regio door de creatie van een Pax Ottomania. Zolang Erdogan aan de macht blijft is een volledige terugkeer naar het naleven van de NAVO-gedragsregels niet aannemelijk. Zijn binnenlandse populariteit is immers het hoogste onder nationalistische Turken die niet veel op hebben met eisen van de NAVO en zich goed kunnen vinden in de huidige ambities van Turkije. Toegeven aan de NAVO zou ernstig gezichtsverlies voor Erdogan betekenen, en zou kunnen leiden tot het einde van zijn presidentschap. Aan de andere kant zal de NAVO niet snel het strategisch belang van Turkije voor de alliantie ontkennen. De toegang tot de Zwarte Zee, het sterke Turkse leger en de Turkse vliegbases zoals Konya en vooral Incirlik met de opslag van kernwapens zijn te belangrijk voor de NAVO als afschrikking om op te geven. Het belang van het behoud van Turkije als NAVO-lid overstijgt alle nadelen van deze politiek.

De staat van de economie is echter bepalend voor de binnen- en buitenlandse politiek van Turkije. De verslechterende economische toestand van het land heeft in hoge mate bijgedragen tot de afnemende populariteit van Erdogan als president en van zijn AK partij. De geringe waardering van de Turken voor de NAVO, het laagst van alle inwoners van NAVO-lidstaten, is echter niet het enige dat bepalend is voor de buitenlandse politieke koers. Een verslechterende economie zou Erdogan juist kunnen verleiden tot een meer assertieve houding t.o.v. het buitenland om zo de aandacht af te leiden van binnenlandse problemen. Dit beleid is echter niet houdbaar: om op langere termijn gesteund te blijven zal hij zijn focus moeten richten op het verbeteren van de economie. En omdat deze in hoge mate verbonden is met die van de EU kan Erdogan het zich niet veroorloven de banden met EU-landen, die in de meeste gevallen ook NAVO-bondgenoten zijn, te verbreken. De noodzaak voor Erdogan om de economische situatie in zijn land te verbeteren geeft de Europese regeringsleiders, die bezorgd zijn over de Turkse ambities, de nodige handvatten om deze in toom te houden. Een aantal consequenties van de economische ontwikkeling en het binnenlandse draagvlak voor de NAVO wordt hieronder toegelicht aan de hand van een blik vooruit in de toekomst en de eerder beschreven scenario’s.

  • Als de economie opveert en de steun voor de NAVO blijft bestaan, dan zal de Turkse houding niet veel veranderen en blijft het land hangen in scenario 2. Bij een verdere verbetering van de economie na vijf jaar en Turkije minder afhankelijk wordt van het Westen is het aannemelijk dat het land opschuift naar het eerste scenario.
  • Als de economie verder verslechtert en de steun voor de NAVO afneemt zal Turkije voor scenario 2 kiezen en het lidmaatschap van de NAVO continueren. In dit geval heeft het land meer baat bij de status quo dan bij het verlaten van de NAVO. Maar als deze toestand nog vijf jaar voortduurt dan zal Turkije waarschijnlijk de NAVO de rug toekeren. Het lidmaatschap heeft dan geen toegevoegde waarde meer voor de economie.
  • Als de economie opveert maar het binnenlandse draagvlaak voor het NAVO-lidmaatschap verdwijnt, zal Turkije waarschijnlijk naar het eerste scenario neigen en daarbij blijven. Zodra het de NAVO vaarwel heeft gezegd is een eventuele terugkeer nagenoeg uitgesloten. Maar als de economie instort en de steun voor de NAVO toeneemt zal Turkije naar scenario drie bewegen en weer een toegewijd NAVO-lid worden.

Schematische weergave van de mogelijke ontwikkeling van de drie scenario’s

Wanneer is de tijd rijp voor actie?

Het trekken van stevige conclusies over de Turkse toekomst heeft veel gemeen met het raadplegen van een kristallen bol. Het antwoord zal in het beste geval een beredeneerde vooruitblik zijn. Gelet op alle problemen die gepaard zullen gaan met het uittreden uit de NAVO is het aannemelijk dat een Turkije onder Erdogan een luis in de pels van de NAVO zal blijven. Het zal blijven zoeken naar medestanders buiten zijn huidige invloedssfeer en een logische partner voor die aspiraties is China. Het IMF en de OESO voorzien beide een geleidelijk herstel en voorzichtige groei van de Turkse economie, waardoor een overstap naar scenario 1 voor de hand ligt. Uiteraard is dit niet het favoriete scenario dat de EU en de NAVO (en zelfs Rusland) voor ogen staat, maar het is wel het meest logische. Zelfs het afnemen van de steun voor Erdogan zal in de toestand weinig verandering brengen omdat zijn grootste binnenlandse politieke tegenstrever Soylu een nog grotere antiwesterse nationalist is dan Erdogan.

Voor de beleidsmakers in de NAVO en de EU is de tijd nu rijp om over een ingrijpende verschuiving in de geopolitieke machtsbalans na te denken. Het op zijn beloop laten van de nu in gang zijnde ontwikkelingen zal het vermogen van de belanghebbende landen, om nog invloed op de ontwikkelingen uit te oefenen en daardoor de eigen belangen te dienen, negatief beïnvloeden. Al jaren is Turkije de olifant in de porseleinkast van de NAVO. Iedereen ziet het probleem maar niemand durft het aan te pakken. De NAVO is aan zet, maar of de discussie hierover zal leiden tot besluitvorming blijft te bezien. Maar een ding is zeker: beide bondgenootschappen, NAVO en EU kunnen het zich niet veroorloven om naar de grond te blijven staren als Turkije weerhouden moet worden van het verder ondermijnen van hun belangen.

Dit artikel is geschreven door Patrick Bolder en Dorith Kool en verscheen voor het eerst in Carré.

Een meer diepgaande analyse van de Turkse NAVO-politiek is te vinden in het HCSS rapport: ‘Turkey ’s Recalcitrance and NATO’s Nuisance

Wat heeft Nederland te zoeken in de ruimte?

Boven ons lijkt zich een ruimtevaartwedloop af te spelen. Traditionele grootmachten als de Verenigde Staten en Rusland hebben de afgelopen jaren concurrentie gekregen. Ze wedijveren met China, Israël en India. En dan heb je natuurlijk ook de Elon Musks en Richard Bransons van deze wereld die een leven op mars zien zitten.

Hoe hard gaat het eraan toe in deze ruimtevaartwedloop? Zijn er wetten en regels waaraan je je moet houden? En Nederland dan? Ook ons land speelt een rol in de ruimte. Van landbouw en voedsel tot volksgezondheid. We kunnen niet zonder, maar wat heeft Nederland in de ruimte te zoeken? En bestaat er een Nederlandse Elon Musk die wil investeren in een eigen ruimtevaartbedrijf?

Dat ga je horen in deze aflevering van De Strateeg. Te gast zijn:

– Patrick Bolder, strategisch analist bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies

– Jeroen Rotteveel, directeur bij ISISpace en SpaceNed.

HCSS Digest

HCSS Digest | Week 18

The first Dutch military satellite is launching, the Netherlands is reaching for the stars and the price of petrol has rocketed sky high: this HCSS Digest take you to a galaxy not so far away – and to our new website!

“This is a most timely book. After the end of the Cold War, interest in deterrence waned, yet a more volatile security environment has brought it back with a vengeance,” Michael Rühle wrote in his NATO Review of Tim Sweijs and Frans Osinga’s book: “Deterrence in the 21st Century“, concluding that the volume is a “thought-provoking contribution to the evolution of deterrence research.”

“Now that Great Power competition is back on the geopolitical agenda, our freedom should no longer be an abstract concept,” HCSS Strategic Analyst Patrick Bolder wrote in a column for De Telegraaf about the costs of freedom.

Rob de Wijk watched the political debate in the Netherlands in recent weeks with growing bewilderment and concern, he wrote in his weekly column for Trouw. While our country is still in the middle of the corona crisis and has to recover economically, it is important to work together and present a united front.

Virgin Orbit will launch the first military satellite for the Dutch Airforce next month, the nanosatellite BRIK-II. HCSS Strategic Analyst Patrick Bolder explains all about the satellite and the need for a Dutch space policy on BNR’s De Ochtendspits (starting at 2h08m45s).

Don’t be alarmed when you’re at the gas station, because the price of a liter of petrol has gone to the highest level ever. HCSS energy expert Lucia van Geuns explained why this happened on BNR Nieuwsradio’s In De Middag.

Corona shows that Europe is still very dependent on other powers (read: China). In their podcast on BNR this Saturday, Arend Jan Boekestein & Rob de Wijk will discuss how we can protect ourselves against the Chinese threat, with their guest MEP Tom Berendsen (CDA).

What is the importance of space for the Netherlands? Is there a Dutch Elon Musk? This Sunday morning, listen to the new episode of our BNR podcast De Strateeg to find out what the future of space travel looks like for the Netherlands. Featuring Jeroen Rotteveel, founder and director of ISISpace and chairman of SpaceNed, the branch organization for the Dutch aerospace companies, together with Patrick Bolder, and contributions from MP Jeroen van Wijngaarden (VVD), who recently asked parliamentary questions to MinDef Bijleveld about the new HCSS Space Alert by Hugo van Manen, Tim Sweijs, Patrick Bolder and Benedetta Girardi.

Last but not least: HCSS launched its completely new website last week, and with it, our logo underwent a facelift as well. Stay tuned as we’ll bring you new features!

rob de wijk

Column: Joe Biden ‘sensibiliseert’ lastpakken net zo goed

Terwijl in Nederland de politiek in de modus van beschuldigen bleef hangen, loodste president Biden aan de andere kant van de Atlantische Oceaan steunpakketten van duizenden miljarden dollars zonder noemenswaardige problemen door het Congres. Ik ben diep onder de indruk van Biden, maar constateer ook dat de Amerikaanse politiek na Trump wel erg saai is geworden. Voor politiek vuurwerk moet je in Nederland zijn, terwijl ook dit land nog volop in de coronacrisis zit en er economisch bovenop moet zien te komen.

Toegang tot het Witte Huis

Van Biden is bekend dat hij zijn tegenstanders inpakt. De eerste belangrijke vergadering met senatoren vond niet plaats met Democraten, maar met Republikeinen. Tegelijkertijd weet hij zijn Democratische Partij te disciplineren. Vooraf werd voorspeld dat de ‘socialis­tische’ senator Bernie Sanders op ramkoers met de president zou komen, omdat zijn programma niet links ­genoeg zou zijn. Andere radicale Democraten, zoals ­Elizabeth Warren en afgevaardigde Alexandria Ocasio-Cortez, en activistische Congresleden van het type-Pieter Omtzigt werden gesensibiliseerd. Zij worden aan­gemoedigd om kritisch te zijn en krijgen makkelijk toegang tot het Witte Huis, waardoor ze beter onder controle kunnen worden gehouden.

Het is nu alle hens aan dek

Sanders heeft dat niet nodig. Hij constateerde na een bezoek aan het Witte Huis dat Biden, net als zijn vroege voorganger Roosevelt, weet dat het land voor een buitengewone crisis staat, dat het alle hens aan dek is en dat het nu belangrijk is om samen te werken.

In Nederland zijn ze nog niet zo ver. Ik heb de afgelopen weken met stijgende verbazing en ongerustheid naar het politieke debat gekeken. Natuurlijk zijn er in de toeslagen­affaire vreselijke fouten gemaakt. Maar de rel die door het zinnetje ‘Positie Omtzigt, functie elders’ ontstond, had niets met macht en tegenmacht te maken, maar met inquisitie en de sloop van de democratie.

Relpolitiek van Wilders en Azarkan

PVV-leider Wilders en later Azarkan van Denk namen niet eens de moeite het democratische proces te doorlopen en kwamen direct met een motie van wantrouwen. Wilders wilde dat het opgestapte kabinet opstapte. Hij eiste met SP-leider Marijnissen op hoge toon nieuwe verkiezingen, terwijl er nog geen kabinet was geformeerd. Beiden konden hun verkiezingsnederlagen niet verkroppen en hoopten met relpolitiek een betere uitslag af te dwingen. Velen sloten Rutte uit, die net op persoonlijke titel zijn VVD verreweg de grootste had gemaakt. Ze eisten de transparantie die in hun eigen fracties ontbrak.

Rutte personifieerde een foute bestuurscultuur, waar bijna alle partijen in de Kamer zelf verantwoordelijk voor waren. Ze beschuldigden hem van leugens, terwijl hij zelf belastende ministerraadsnotulen openbaarde. En waarom zou er niet over Kamerleden mogen worden gesproken en zouden ‘lastpakken’ geen andere functie mogen krijgen? Alleen over de sulligste Kamerleden maakt een kabinet zich niet druk.

Denkt u echt dat Biden de lastigste leden van het Congres niet in het vizier heeft en geen strategie heeft om die te sensibiliseren of weg te werken? Natuurlijk wel, anders zou hij nooit zijn plannen erdoor kunnen krijgen. De Democratische partij moet eenheid uitstralen, net als de coalitie in Nederland en het daaraan ge­lieerde smaldeel in de Kamer. Dat levert weinig vuurwerk op, maar je kunt dan wel mooie dingen voor je land doen.

Joe Biden ‘sensibiliseert’ lastpakken net zo goed | Trouw

Rob de Wijk is hoogleraar internationale relaties en veiligheid aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij schrijft wekelijks over internationale verhoudingen. Lees zijn columns hier terug.

Vrijheid

Column: Besef van wat vrijheid kost is verdwenen

Anno 2021 en 76 jaar na het einde van WO II vinden we in Nederland vrijheid gewoon en staan op onze achterste benen als tijdelijke maatregelen onze vrijheid iets beperken. Deze beperkingen vallen echter in het niet bij hoe het zo’n tachtig jaar geleden in Nederland en een groot deel van Europa eraan toeging. Na de oorlog zijn we onder de NAVO paraplu veilig en onder steeds diepere EU samenwerking kenden we grote economische groei. Met Rusland als bedreiging van onze democratie en vrijheid in de Koude Oorlog, hadden de VS en de NAVO gelijke veiligheidsbelangen. Daarom zijn we ruim 75 jaar gewend aan vrijheid en is het idee over wat dat mag kosten volledig uit ons Nederlandse denken en woordgebruik verdwenen. Nu Great Power competitie weer terug is op de geopolitieke agenda, o.a. zichtbaar in Russische verstoringen en moordacties, Chinese powerplay en interne onderdrukking, dreiging van een Iraans atoomprogramma, Noord-Koreaanse raketten en jihadistische strijdgroepen en dat ook nog eens in een geglobaliseerde wereld, moet onze vrijheid geen abstract begrip meer zijn.

Uniek

In veel andere landen bestaat een vrijheid zoals wij die kennen helemaal niet. Wij mogen ongestraft zeggen wat we willen, we mogen geloofsbelijdenis afleggen bij welke god of goden dan ook, seksuele geaardheid en voorkeur zou geen reden voor discriminatie meer moeten zijn, we mogen kiezen uit een hele waaier van politici en we kunnen reizen naar waar we maar willen. Dat is uniek en wordt veel te weinig beseft. Met name Rusland en China proberen de machtige EU uit elkaar te spelen om zelf daar economisch van te profiteren. Ten koste van onze welvaart en onze vrijheid. Daarnaast is de uitbreiding van de Chinese invloedssfeer, duidelijk zichtbaar in Hong Kong en rondom Taiwan, een reden voor de VS om daar meer aandacht aan te besteden. Aandacht die ten koste gaat van Europese verdediging. Daar mogen we na jaren van zelfgenoegzaamheid wel weer zelf iets aan doen. Terecht heeft de Obama regering in 2014 al opgeroepen om meer Europese NAVO inspanningen te verrichten en hebben alle Europese staatshoofden ingestemd met verhoging van hun defensiebudget naar de beroemde 2% in 2024. In Nederland is daar zeven jaar na dato nog weinig van terecht gekomen, we zitten nog niet eens op het Europees gemiddelde, terwijl we wel tot de rijkste Europese landen (en wereldwijd) mogen worden gerekend.

Risee van de NAVO

Zoals de commandanten van de Marine, Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee onlangs al openlijk zeiden: we zijn zo’n beetje de risee van de NAVO geworden. Ook de minister van Defensie heeft al opgeroepen voor meer budget om de dreigingen die op Nederland, Europa en het bondgenootschap afkomen te kunnen beantwoorden. Bij gebrek aan een vocabulaire over vrijheid en vechten voor vrijheid, blijft de politiek angstig stil. In de verkiezingsprogramma’s lijkt Defensie meer een verplicht nummer dan een belangrijk beleidsterrein. En ook in de toch al moeizaam lopende formatie lijkt geen enkele politieke partij oog te hebben wat er buiten Nederland gebeurt en wat er voor nodig is om onze welvaart te onderhouden. Dat is een veilig Nederland in een veilige wereld. Waarin vrijheid niet abstract is, maar waar offers voor moeten worden gebracht.

Deze column door HCSS Strategisch Analist Patrick Bolder verscheen voor het eerst in De Telegraaf op zaterdag 1 mei 2021.

Book review: Deterrence in the 21st Century – Insights from Theory and Practice

Book review: Deterrence in the 21st Century – Insights from Theory and Practice

This is a most timely book. After the end of the Cold War, interest in deterrence waned, yet a more volatile security environment has brought it back with a vengeance. But what is deterrence really about?

Edited by Frans Osinga and Tim SweijsDeterrence in the 21st Century – Insights from Theory and Practice (free download) is the 2020 edition of the Netherlands Annual Review of Military Studies. In 26 chapters and over 500 pages, the contributors examine the concept of deterrence from every conceivable – and occasionally inconceivable – angle. Given the size and scope of this volume, this review will focus on those contributions that may be most relevant from a NATO perspective.

In his lucid introduction, Sir Lawrence Freedman, the doyen of deterrence research, argues that deterrence works best when clear red lines exist, when vital interests are at stake, and when capabilities are known. By contrast, even if deterrence “will continue to be seen as the ideal response to most types of security threats”, Freedman is much less confident when it comes to deterrence in the “grey area”.

Undeterred by this warning, the editors, claiming to lay the groundwork for a new wave of deterrence research, set out to explore deterrence from its core to its outer limits – and, by and large, they succeed.

Prof Dr Frans Osinga (seen on the right) presenting a copy of NL ARMS 2020 to Ank Bijleveld, Netherlands Minister of Defence (seen on the left), on behalf of the Netherlands Defence Academy during the presentation of the book on 28 January 2021. Osinga’s co-editor, Dr Tim Sweijs, can be seen standing in the centre.

Understanding the basics

In the first chapter, Michael Mazarr of the RAND Corporation explains the basics of deterrence, highlighting the need to understand the viewpoint of one’s opponent, and not just to focus on making threats but also on offering assurances.

Sten Rynning of the University of Southern Denmark analyses NATO’s post-Crimea reorientation towards deterring Russia – a reorientation that, due to NATO’s rather moderate force deployments in Eastern Europe, focuses on deterrence by punishment rather than by denial. Rynning is less worried about NATO’s deterrence posture than about what he sees as NATO’s limited ability to read the “character and intent of its rival”. In Rynning’s view, NATO continues – wrongly – to cultivate an image of Russia as a difficult partner rather than a threat.

RAND analyst Karl Mueller examines different approaches to conventional deterrence, arguing that it will remain a major tool for war-prevention. Mueller disagrees with those who argue that nuclear weapons have superseded conventional deterrence. After all, since the threat of nuclear weapons was not credible except in the most existential of circumstances, investments in conventional deterrence remained sound.

Alexey Arbatov of the Institute of World Economy and International Relations in Moscow worries about the “self-destructive tendencies” inherent in nuclear deterrence, such as the continuous quest for new technologies like hypersonic missiles, which shorten warning times and thus could erode strategic stability. He is equally critical of concepts of limited nuclear war, which seek to control damage even after the start of a nuclear exchange.

Arbatov is also concerned that new nuclear and non-nuclear weapons systems will become indistinguishable, leading the other side to assume the worst, that is, a nuclear payload, and react accordingly. He also notes emerging parallels between US and Russian thinking on the continued importance of nuclear weapons. He makes a plea for a new approach to arms control that would take account of potentially destabilising new technologies.

MIT analyst Paul van Hooft dissects “extended deterrence”, namely the “nuclear umbrella” that the United States provides for its allies. His comparison of the different nuclear requirements for the European and Asian theatres is particularly insightful, as is his analysis of the credibility problems of the very concept of extended deterrence. However, his focus on military capabilities over politics makes his analysis overly alarmist, all the more so as he struggles to come up with viable alternatives. Extended nuclear deterrence may look precarious in theory, yet it appears to work pretty well in practice.

Jörg NollOsman Bojang and Sebastiaan Rietjens of the Netherlands Defence Academy examine the three Baltic States’ perceptions of the deterrent provided by NATO’s enhanced Forward Presence.

Download for free here.

They use the concept of “strategic culture” to show “why Estonia and Latvia at first sight appear to be content with NATO’s recent strategy, but ‘secretly’ tending towards deterrence by denial and why Lithuania perceives NATO’s and its own strategy much more as deterrence by denial.”

The reader may wonder whether these differences should matter much in practice, as the key issue is what deters Russia, yet the authors believe that they do matter: “… NATO … needs to define its strategy more clearly. Different perceptions, not only in the host countries, point to a divide within NATO. It jeopardizes the alliance’s solidarity and commitment.” This is a non-conclusion deriving from a non-analysis. It confirms the warnings by the very inventor of the term “strategic culture”, Jack Snyder, that this concept should only be regarded as an “explanation of last resort”.

A new wave of deterrence research?

In a contribution that clearly forms the centrepiece of this volume, Tim Sweijs of The Hague Centre for Strategic Studies and Samuel Zilincik of the Masaryk University offer a comprehensive overview of cross domain deterrence — that is, the use of threats in one domain to deter activities in another. Arguing that a new wave of deterrence research has arrived, they state that “deterrence is no longer only about fear nor about convincing opponents to refrain from certain behaviour.”

Instead, they seek to reconceptualise deterrence “by making it about dissuading but also persuading instead of deterring.” This expanded concept of dissuasion “implies a more diverse range of instruments, both military and non-military, which can be used both as a stick and a carrot, both to compel and to deter, both to persuade and to dissuade, which brings it back to the broader coercive diplomacy literature from which it originally emerged.”

Alas, the authors offer no indications that any of these conceptual refinements actually work. To simply list the myriad of actions or combinations of actions – such as attribution, sanctions and cyberattacks – that a state could potentially undertake to dissuade an adversary from doing unwelcome things does not equal effective deterrence or dissuasion. Quite the contrary, in the real world, determined hybrid aggressors have proven fairly immune to the defender’s dissuasion measures. Why? Because their cost-benefit calculus does not correspond to Western expectations, and because many dissuasion measures that the authors enumerate are next to impossible to apply coherently in practice.

Hence, if the new wave of deterrence research wants to be more than a short-lived fashion, it will not be enough to invent new terminology, such as “deterrence by entanglement”, or stretching the term deterrence into something it is not, such as “persuasion”. Still, the chapter is a must-read for everyone who wants to know about the future of deterrence research.

Deterrence à la Ruse

In his chapter on Russia, Dmitry Adamsky of Herzliya University notes that Russia’s understanding of deterrence is much broader than the West’s. “Deterrence à la Ruse stands for the use of threats, sometimes accompanied by limited use of force, to preserve the status quo (“to deter” in Western parlance), to change it (“to compel” in Western parlance), to shape the strategic environment within which the interaction occurs, to prevent escalation and to de-escalate during actual fighting.”

Adamsky argues that, after the collapse of the Soviet Union 1991, Russia developed a theory of achieving regional deterrence by nuclear means. This was followed by a phase in the early to mid-2000s, when Russian experts focused on non-nuclear deterrence. The third and current stage of theory development – which seeks to amalgamate the previous two stages – has been associated with the notion of “strategic deterrence”.

According to Adamsky, it is “a repertoire of interrelated influence efforts across all domains in accordance with the current understanding of the nature of war in Russia.” It implies not only the “demonstration of capability and resolve to use it … but also the actual employment of limited force to shape the strategic behaviour of the adversary.”

Adamsky explains the evolution of Russia’s deterrence thinking through the lens of that country’s “strategic culture”. He thus warns of the misperceptions that will occur should one try to apply the Western terminological framework to explain Russian concepts. Since Russia sees itself in a permanent struggle with its adversaries – and given the Kremlin’s sensitivity to the non-kinetic challenge of political subversion – Russia may opt for the use of force even in cases that the West would not consider worth doing so.

Wider views

Dean Cheng of the Heritage Foundation notes that the Chinese deterrence terminology embodies both dissuasion and compellence. Nuclear weapons play an important part in this strategy. Although China’s nuclear arsenal is smaller than those of the United States and Russia, it is more than mere minimal deterrence. Cheng also explains “space deterrence”, economic means of deterrence and “information deterrence”, that is, compelling the adversary to abandon his resistance through the display of information advantage or the expression of deterrent/coercive information.

Eitan Shamir of the Begin-Sadat Centre looks at the challenge of deterring violent non-state actors, concluding that unlike in the case of nuclear deterrence, practice led theory. Deterring violent non-state actors was “like deterring crime and, after trial and error, successful practices [such as targeting the groups’ leadership or cash flow, or launching covert operations] have been developed and improved upon before being conceptualized as such.”

Some contributions in this volume sit uneasily with the others. For example, Cees van Doorn of the NL Army Reserve and Theo Brinkel of Leiden University analyse deterrence in the context of the downing of the Malaysian airliner MH17 over Ukraine in July 2014. Their interesting case study concludes that The Netherlands, although subject to a massive Russian disinformation campaign, handled the situation well, and that the Dutch population was resilient against Russian propaganda.

Their conclusion, however, that the case of flight MH17 offered “a prime example of how a resilient society can deter an actor from conducting effective disruptive campaigns” is a clear example of analytical overstretch. Not falling for a rather clumsy Russian disinformation campaign does not equal successful deterrence of the next campaign. Societal resilience is important, but if a similar tragedy were to happen again, would Moscow really be deterred from trying to lie its way through?

Chapters on Israel, Japan, India and Pakistan, Iran and Syria, as well as on deterrence in counterinsurgency and in peace operations broaden the range of subjects even more. Chapters on targeted sanctions as a means of deterrence, on cyber deterrence, on Artificial Intelligence, as well as several contributions on the psychological dimensions of deterrence complete this impressive volume.

While some overly complex contributions in “Deterrence in the 21st century” bring to mind the warning expressed in an American country song – “don’t outsmart your common sense” – this volume is both a solid primer on the subject and a thought-provoking contribution to the evolution of deterrence research.

This review by Michael Rühle was originally published in NATO Review.

The book is now available in open access or as hardcover.

HCSS Digest - Week 17

HCSS Digest | Week 17

Can the Netherlands use it strong agricultural position for geopolitics? Should Dutch politicians pay more attention to a space policy? And just what kind of president is Joe Biden, 100 days into his term? Find out in a fresh HCSS Digest!

How does the Netherlands position itself worldwide as an agricultural powerhouse? Can we use our strong agricultural position to influence China? Is the Netherlands too dependent on other countries? In short, what will our foreign food policy be? Listen to outgoing Minister of Agriculture, Nature and Food Quality Carola Schouten in the BNR/HCSS podcast De Strateeg.

Responding to the podcast on BNR Nieuwsradio, HCSS Deputy Director Michel Rademaker stated he’s also in favor of using agriculture as a means of pressure. ‘The trick is to link a European or Dutch interest to a Chinese interest. We can use agricultural goods in exchange for, for example, raw materials that we need for the energy transition.’

Should politicians pay more attention to a Dutch space policy? MP Jeroen van Wijngaarden (VVD) asked parliamentary questions to Minister of Defense Ank Bijleveld (CDA) this week about the new HCSS Space Alert by Hugo van Manen, Tim Sweijs and Patrick Bolder, with contributions from Benedetta Girardi.

The Netherlands can play a major geopolitical role and limit Chinese power on the world market, by setting up an OPEC for semiconductor producing countries together with other countries, Paul Verhagen wrote in an op-ed for Elsevier Weekblad.

The EU is increasingly becoming the protector of our prosperity and way of life against emerging superpowers, which, according to Rob de Wijk, is due to the increased regulatory power in Brussels, he writes in an op-ed in NRC this week. Xi has been overplaying his hand for over a year now. The European Union can no longer be run over. In fact, the 21st century may well become the century of Europe and not that of China.

Biden promised a radical change of course from Trump under the guise of “America is Back”. The US would return as a leader on the world stage under Biden’s presidency. Does the world look different under the new President, or is he still continuing some of his predecessor’s policies? In NPO Radio 1’s Fris, HCSS very own Paul Verhagen looks back.

Joe Biden surprised friends and foes with an energetic start to his presidency. Arend Jan Boekestijn and Rob de Wijk discussed the new POTU’s first 100 days with former America correspondent Charles Groenhuijsen on their BNR podcast.

What role does soft power play in contemporary conflict dynamics? Find out on May 3rd in a presentation by HCSS Strategic Analyst Dorith Kool for the SIB (Dutch United Student Association in Amsterdam).

PODCAST: Analyzing the first 100 days of the Biden administration: listen to HCSS data scientist Paul Verhagen in the final US Special podcast by Jonge Atlantici.

Many Russians took to the streets for opposition leader Navalny, and 1500 people were arrested. On NPO Radio 1’s Nieuwsweekend, Helga Salemon, HCSS Russia expert, analyzed what drives these citizens to risk their lives for Navalny, who decided to return to Russia went on a hunger strike.

“The speed with which Biden is demolishing Trump’s legacy is something to think about. Because his successor could do the same,” Rob de Wijk wrote in his weekly column in Trouw, about the change in American foreign policy and the consequences for transatlantic relations.

And in other news… did you notice HCSS has a new website?

HCSS website 2021

Kamervragen Space Alert: Towards a Dutch Space Policy

Op 28 april 2021 zijn er kamervragen ingediend door Jeroen van Wijngaarden, Kamerlid Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, aan minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten, over de HCSS publicatie ‘Towards a Dutch Space Policy, Action Points for Safeguarding security and Prosperity in the Space Age’:

  1. Bent u bekend met de publicatie van HCSS en Clingendael van maart 2021 ‘Towards a Dutch Space Policy, Action Points for Safeguarding security and Prosperity in the Space Age’[1]?

  2. Kunt u zich vinden in de aanbevelingen van het HCSS/Clingendeal-rapport, zoals bijvoorbeeld die over het verbeteren van de Nederlandse en Europese ‘situational awareness in space’? Zo ja, hoe gaat u invulling geven aan deze aanbeveling?

  3. Welke maatregelen treft u om invulling aan te geven aan de constatering in het rapport dat de Nederlandse kwetsbaarheden voor verstoringen in het ruimtedomein groot zijn en om maatregelen vragen, voor de veiligheid van Nederland en de effectiviteit van de krijgsmacht?

  4. Hoe zorgt u ervoor dat de Nederlandse militaire ruimtevaartinspanningen op een juiste wijze worden ingepast in die van de EU en zo bijdraagt aan de Europese (NAVO) verdediging, aangezien er binnen de EU geen militair ruimtevaartprogramma of –beleid is en het European Space Agency zich vooral richt op wetenschap en industrie?

  5. Is de ‘Defensie space strategie’, die u in uw antwoorden op vragen van het lid Bosman (VVD) van september 2019[2] aankondigde, inmiddels gepubliceerd? Zo nee, waarom nog niet?

  6. Deelt u de mening dat vanuit het ruimtedomein ingewonnen informatie belangrijk is voor de behoefte vanuit de Nederlandse regering en het parlement aan een zelfstandige informatiepositie om te kunnen besluiten over deelname aan militaire missies en zo afhankelijkheid van andere landen en buitenlandse diensten te verminderen, en betekent dat Defensie en de diensten meer eigen ruimtemiddelen zouden moeten hebben?

  7. Hoe functioneert de BRIK II satelliet, die volgens eerdere antwoorden van uw zijde in het voorjaar van 2020 zou worden gelanceerd? Welke lessen zijn geleerd en welke opvolgende satellieten met wat voor toepassingen staan er op het programma van Defensie?

  8. Is het Space Security Centre, dat door de Luchtmacht wordt gefinancierd, inmiddels omgevormd naar een Defensie Space Security Centre en zijn daar separate en additionele fondsen voor gereserveerd?

  9. Betekent het door u, bij de publicatie van Defensievisie 2035, aangegeven extra benodigde geld voor Defensie en dat er zwaarder moet worden ingestoken op Informatie Gestuurd Optreden dat er binnen het huidige budget meer geld voor militaire ruimtevaart wordt uitgetrokken én dat bij een verhoging van het budget, zoals u aanbeveelt, er ook meer geld naar militaire ruimtevaart ontwikkelingen gaat? Om welke bedragen gaat dat dan en aan welke concrete projecten wordt dan extra geld uitgegeven?

[1] https://hcss.nl/sites/default/files/files/reports/Strategic%20Alert%20-%20Space%20%28March%202021%29.pdf

[2] Vergaderjaar 2018-2019, nummer 3784

Het rapport “Strategic Alert: Towards a Space Security Strategy” is hier te lezen.

De kamervragen zijn hier terug te vinden.

De snelheid waarmee Joe Biden Trumps erfenis sloopt, geeft te denken

Net als zijn voorgangers Johnson en Roosevelt verbouwt de Amerikaanse president Biden zijn land ingrijpend met sociale wetgeving en herstelprogramma’s. De economie wordt aangejaagd met een pakket van bijna 2000 miljard dollar, onder meer voor armoedebestrijding. Een ander pakket van 3000 miljard dollar, om de infrastructuur te verbeteren, lijkt economisch een nog groter effect hebben.

In zijn eerste dagen als president ondertekende Biden bovendien een serie executive orders. Daarmee trad Amerika weer toe tot het klimaatakkoord van Parijs en werd de relatie met de Wereldhandelsorganisatie hersteld. Biden sloopt in hoog tempo de erfenis van Trump.

Voor Europa zijn de terugtrekking van troepen uit Afghanistan en het herstel van de nucleaire deal met Iran van belang. Voorts maakte Biden Poetin duidelijk dat er niet met hem te spotten valt. Door de Russische troepenopbouw aan de grens met Oekraïne leek het er even op dat we op de drempel van een nieuwe oorlog in Europa stonden, maar na wat verbaal geweld besloot Rusland te de-escaleren. Hopelijk is dit de aanzet voor een verdere verbetering van de relatie tussen West en Oost. Het meest opmerkelijk is dat al deze maatregelen zonder Trumpiaans spektakel zijn gepresenteerd. De revolutionaire verbouw van Amerika en de rest van de wereld viel nauwelijks op.

Inmiddels is in Den Haag te horen dat de trans-Atlantische betrekkingen weer de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid kunnen worden. Dat lijkt mij een teken van intellectuele gemakzucht die niet in lijn is met de grotere veranderingen die in de wereld plaatsvinden.

Natuurlijk ben ik een groot voorstander van een goede relatie met de Verenigde Staten en ben ik blij met Biden. Maar de snelheid waarmee hij de erfenis van Trump sloopt, geeft ook te denken. Zijn opvolger kan hetzelfde doen.

Niet in Europa, maar in Azië worden Amerikaanse belangen bedreigd

Voor Europa is cruciaal dat Biden de samenwerking met ‘The Quad’ heeft versterkt. Dat zijn Australië, Japan en India, die samen met Amerika een dam tegen China willen opwerpen. Dit maakt eens te meer duidelijk dat de Amerikaanse belangen vooral in Azië worden bedreigd en niet in Europa.

Dit heeft gevolgen voor de Navo, die in Den Haag als de kern van de trans-Atlantische betrekkingen wordt gezien. Daarbij komt, dat militaire macht een steeds minder bruikbaar instrument wordt: met de dreiging van een kernwapenoorlog weerhouden de grootmachten elkaar van militair avonturisme. Bovendien hebben de Amerikanen steeds meer militairen in Azië nodig. Dat gaat ten koste van Europa.

De meest bruikbare macht is nu de geo-economische macht. De Navo ziet dat ook en wil zich, mede op aandringen van de VS, nu ook richten op economische weerbaarheid. Denk aan het beschermen van investeringen en handelsroutes, het weren van Chinese bedrijven bij de aanleg van 5G of de opbouw van een halfgeleiderindustrie. Maar dit is allereerst een taak van de Europese Unie. Bovendien is de EU geo-economisch al de belangrijkste speler van de wereld.

Kortom, ondanks Biden zal de Navo steeds meer een bijrol spelen in een spel dat door de EU wordt gespeeld. Niet Washington, maar Brussel bepaalt dan hoe de trans-Atlantische betrekkingen eruit gaan zien. Parijs en Berlijn zouden daar wel eens andere ideeën over kunnen hebben dan Den Haag.

De snelheid waarmee Joe Biden Trumps erfenis sloopt, geeft te denken | Trouw

Rob de Wijk is hoogleraar internationale relaties en veiligheid aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij schrijft wekelijks over internationale verhoudingen. Lees zijn columns hier terug.

Column: Opkomst China noopt tot ‘OPEC van halfgeleiderlanden’

Als de westerse landen nu niet de handen ineenslaan, is China binnenkort oppermachtig in de wereld. Alleen de markt voor halfgeleider-chips ligt nog open. Nederland kan een geopolitieke hoofdrol spelen en de Chinese macht inperken, door samen met andere landen een OPEC voor halfgeleiderproducerende landen op te richten, schrijft strateeg Paul Verhagen in een artikel voor EW Podium.

Westerse geopolitiek is gebaseerd op een misvatting van enorme proporties. Over de afgelopen decennia zijn de consequenties van die misvatting glashelder geworden, maar er is gelukkig nog tijd om in te grijpen. Het idee dat ons geopolitiek de mist in heeft gevaren? Vrije markten leiden tot vrije mensen.

Dit idee is het fundament onder het neoliberalisme uit de jaren tachtig van Ronald Reagan, Margaret Thatcher en de filosoof Francis Fukuyama. De stelling is simpel: liberale democratie en de vrije markt vormen de bestuursvorm die als laatste overblijft na de strijd tussen de grote ideologieën in de twintigste eeuw. Een alternatief is er simpelweg niet. De vrije markt neemt de leiding. Via globalisering en vrijhandel komen we tot een mondiale democratisering. Met andere woorden, economische vrijheid leidt tot politieke vrijheid.

Specifiek die volgorde is problematisch: economische liberalisering komt eerst, gevolgd door politieke liberalisering. Als landen maar eerst integreren in de wereldeconomie, hun markten openstellen voor westerse goederen en intern dereguleren, dan volgen de democratisch vrijheden vanzelf. Wees dus vooral geduldig en blijf doorgaan met die vrijhandel…

Lees het volledige artikel door Paul Verhagen in EW.