HCSS Digest | Week 16

Is Africa more important than many people in Europe think? What’s going on in Putin’s mind? What are the opportunities for the Netherlands in space? And why am I seeing ads for the Sputnik vaccine on Twitter? Find out in the new HCSS Digest!

“Africa is much more important than many people in Europe think,” HCSS Senior Strategic Analyst Jack Thompson remarked in an interview with Nederlands Dagblad. “There are many reasons for the EU to pay attention to Africa. Many raw materials come from there and European countries and companies invest significantly. Meanwhile, the presence of China and Russia is growing, making it even more important for the EU to assert its presence in Africa.”

Europe is stronger than we think, Rob de Wijk said in an extensive interview in Algemeen Dagblad this week. Europe’s strength lies in “regulatory power” and economic influence. There, Europe is the number 1 internationally, and the Russians, Chinese and Americans know that too. Apart from Algemeen Dagblad, the interview was also published in BN De Stem, the Eindhovens Dagblad and Tubantia.

President Putin addressed the Russian people this week, with the whole world waiting in anticipation as international tensions mount. HCSS Director of Political Affairs Han ten Broeke commented on the situation in WNL’s Goedemorgen Nederland. “The faith of the Russian people in Putin as a strong leader is faltering,” said Ten Broeke. “A foreign adventure is often the way out. That is why we look at that speech with great anticipation.”

It’s wasn’t just about Russia though; jack of all trades Han ten Broeke also shared his opinions on the Super League, the strength of Queen Elisabeth and of course Henk Krol’s bed & breakfast real life soap.  

What’s going on in Putin’s mind? How is he trying to regain his popularity? Trouble was brewing in and around Russia this week, which means HCSS Russia expert Helga Salemon was a much desired commentator for the media. It’s a dangerous ‘Putin cocktail’, she commented on Podcast De Dag, while also appearing in EenVandaag and on Radio 1’s Met Het Oog Op Morgen.

“You can show your dissatisfaction by imposing sanctions, but know that in practice it changes little for Navalry’s situation“, Rob de Wijk commented on RTL Nieuws. “Russia has never been impressed by sanctions.” According to De Wijk, the west can only make a fist if it pulls the plug from, for example, the Russian gas pipeline Nordstream 2.

Is “Space” far away? There are many opportunities for the Netherlands in the space, says HCSS Strategic Analyst Patrick Bolder, who urges the government to come up with a vision on the space domain, in newspaper Tubantia. The Netherlands has a lot of expertise, but we have to capitalize on it.

As China is rapidly emerging from the covid crisis and engaging in vaccine diplomacy, corona-skeptic populists are being exposed and Europe finally has a chance to engage in geopolitics. Read the new column by Han ten Broeke in the Militaire Courant.

In newspaper TrouwHelga Salemon explained that the ads for the Sputnik vaccine that Twitterers all over Europe are seeing have a political purpose: to speed up EMA approval and ignite discussion on other vaccines.

“By turning off the gas valve, the last vestige of independence that the Netherlands had disappeared,” Rob de Wijk wrote this week about the geopolitical consequences of the Dutch gas policy in his column for EnergiePodium.

What is the real story behind the discovery of the Groningen gas field? In an article for Energeia, HCSS Energy Expert Jilles van den Beukel dispels the myths about the gas field and what it means for the Netherlands.

It would take a hundred years to turn early medieval Uruzgan into a beautiful province, Rob de Wijk writes in his weekly column for Trouw about the withdrawal of Western troops from Afghanistan. Internal security is now a problem for the Afghans themselves, and will only become our problem again when terrorists return to using Afghanistan as a training camp and base for attacks against the West.

PODCAST: Drone strikes may pose a fundamental challenge to the international legal standards and lawful limitations on the permissible use of force. In the JASON Institute’s latest podcast episode, HCSS Strategic Analyst Patrick Bolder discusses the intricate humanitarian issues behind drone warfare.

PODCAST: The rise of “techno nationalism” can clearly be observed in the ongoing technological race between China and the United States, Rob de Wijk explained in the podcast “In Retrospect” about the US-China tech race (also on Apple Podcasts).

PODCAST: Hear all about  China’s coal machine, the search for gas in the Southern North Sea and the real story behind the discovery of the Groningen gas field, in the latest episode of podcast Blik op Olie en Gas with HCSS Energy Expert Jilles van den Beukel.

HCSS Subject Matter Expert Heiko Borchert published a piece on a (possible) transatlantic geo-economic agendaarguing that supply chain management should become a key transatlantic priority as supply chain interoperability is the geo-economic equivalent to defense interoperability. In addition, Borchert was recently appointed as Senior Research Fellow at the German Institute for Defence and Strategic Studies.

Should we use our agriculture as a strategic resource? Listen to the Minister of Agriculture Carola Schouten in our BNR podcast De Strateeg, online this Sunday morning, on the BNR app, website and on Spotify and Apple Podcasts.

Column: In de verbouw van Afghanistan tot een gezellige, welvarende democratie heb ik nooit geloofd

Als het kabinet er tien jaar voor uittrekt om van achterstandswijken prachtwijken te maken, moet je er honderd jaar voor uittrekken om van het vroegmiddeleeuwse Uruzgan een prachtprovincie te maken, schreef ik in mei 2007. Toch was ik destijds voorstander van de gang naar Afghanistan. Ik vond het ondenkbaar dat het Taliban-regime onderdak bood aan terroristen die de aanslagen van 11 september 2001 op het Wereldhandelscentrum in New York en op het Pentagon in Washington op hun geweten hadden.

Wat mij betreft hadden we het gehouden bij het verdrijven van het Taliban-regime en de stationering van troepen om de wederopstanding van deze terroristische dreiging de kop in te drukken. Dit is gelukt en zo bezien is de missie een succes.

Maar in de verbouw van Afghanistan tot een gezellige en welvarende democratie naar Nederlands voorbeeld heb ik nooit geloofd. Toch wilden de Westerse landen, Nederland incluis, per se een wederopbouwmissie. De wens om meisjes weer naar school te sturen werd een belangrijk argument om aan de wederopbouwmissie deel te nemen.

Een goede exit-strategie

In 2015 verschoof het zwaartepunt naar training en opleiding ten behoeve van een leger- en politiemacht waarmee Afghanistan voor zijn eigen veiligheid moest gaan zorgen. Dat leek mij uitstekend en vormde bovendien een goede exit-strategie. Uiteindelijk bestond operatie Resolute Force uit ongeveer tienduizend militairen uit verschillende landen. Dat was een fractie van de ruim 100.000 die ooit waren ingezet.

Tienduizend is minder dan tweemaal de sterkte van de politie van Amsterdam. Daarom vielen die militairen nauwelijks op in een land met ruim 36 miljoen inwoners en een oppervlakte ter grootte van Frankrijk. Kortom, gezien het geringe aantal troepen dat nog in het land aanwezig is, moeten de gevolgen van hun vertrek niet worden overschat. Vechten deden die militairen allang niet meer. Dat blijkt uit de cijfers. Sinds 2015 is het aantal omgekomen militairen beperkt en staat het in geen verhouding tot 2010 toen 710 militairen sneuvelden.

De afgelopen jaren waren westerse special forces cruciaal. Daarmee konden gericht terroristen en extremistische Taliban worden aangepakt. Vaak faciliteerden westerse eenheden hun Afghaanse collega’s. Amerikaanse special forces zullen als laatste worden teruggetrokken. Het vertrek van alle troepen is onderdeel van een ondoordacht vredesakkoord van Trump met de Taliban, waarbij de Afghaanse regering niet betrokken was. Maar als Biden dit akkoord niet honoreert, zal de Taliban de oorlog aan Amerika verklaren.

De interne veiligheid is een probleem voor de Afghanen geworden

Inmiddels heeft de Taliban ongeveer de helft van het land onder controle en lijkt ze de belangrijkste politieke macht te worden. De verdere opmars zal de kleine successen op het gebied van vrijheden en mensenrechten ongedaan kunnen maken. Islamitische Staat heeft een filiaal in het land opgericht en Al-Qaida is er nog steeds actief. Tienduizend adviseurs en trainers kunnen daar weinig aan veranderen. Want de interne veiligheid is een probleem voor de Afghanen zelf geworden.

Dit wordt weer ons probleem als terroristen Afghanistan weer als trainingskamp en uitvalsbasis voor aanvallen tegen het Westen gaan gebruiken. Dan worden de Amerikanen en hun bondgenoten gedwongen terug te keren. Ik neem aan dat de Taliban dit achter de schermen heel erg duidelijk is gemaakt.

Rob de Wijk is hoogleraar internationale relaties en veiligheid aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij schrijft wekelijks over internationale verhoudingen. Lees zijn columns hier terug.

Podcast: Autonomous Weapons: The Intricacies of Armed Drones

Unmanned Aerial Vehicles (UAVs), better known as drones, are increasingly deployed by states and non-state actors in- and outside of armed conflicts. They are mainly being used for target strikes deep into national territory, targeting individuals and public infrastructures. Such drone strikes pose fundamental challenges to the international legal standards, the prohibition of arbitrary killings, the lawful limitations on the permissible use of force and the very institutions established to safeguard peace and security. In the Jason Institute’s latest podcast episode, Uditi Saha interviews Lieutenant-Colonel Patrick Bolder and Dr Katharine Fortin on the intricate humanitarian issues linked to UAVs.

Listen to the podcast here.

Column: China, China en nog eens China

Hoe vaak de Amerikaanse president Trump het ook riep: ‘China virus!’, hij wist zijn herverkiezing er niet mee zeker te stellen. Sterker nog, hoewel hij de infectie overleefde, deed het virus hem politiek de das om. De statistieken van volle ziekenhuizen en oplopende dodenaantallen blijken zelfs de meest geharde populisten te kunnen treffen. De ‘pandemic populists’ vallen dan ook in twee categorieën uiteen. Zij die het virus heel serieus nemen: Orban (Hongarije), Vucic (Servië), Netanyahu (Israël), Rajapaksa (Sri Lanka), Modi (India), Duterte (Filippijnen), Erdogan (Turkije) en Morawiecki (Polen). Aan de andere kant de populisten die, net als Trump, het niet serieus namen: Lukashenko (Belarus), Bolsonaro (Brazilië), Obrador (Mexico), Ortega (Nicaragua). In ons eigen land worden de beide categorieën vertegenwoordigd door respectievelijk Geert Wilders en Thierry Baudet. U mag zelf uitmaken welke categorie van populisten dit jaar de verkiezingen winnen.

Ondertussen is China zelf, nu een jaar na de COVID-19-uitbraak in Wuhan, razendsnel uit de hoek gekomen. Het is de enige grote economie ter wereld die over 2020 stabiele groeicijfers heeft laten zien. En terwijl de wereldwijde investeringen met meer dan veertig procent afnamen, namen Chinese investeringen alweer licht toe. Met uitzondering van een paar landen (Zuid-Korea, Taiwan, Nieuw-Zeeland) is China dan ook het enige land ter wereld dat geen scherpe keuze hoeft te maken tussen het openstellen van de economie of het in de benen houden van de gezondheidszorg. Het autoritaire Chinese systeem kan immers snel mobiliseren en vrijheden onderdrukken en boekt daarmee op medisch, diplomatiek en economisch terrein veel succes en wint wereldwijd aan reputatie.

In februari 2020 belde de CEO van het Chinese SINOVAC-Biotech in lichte paniek met de partijleiding omdat hij per direct toegang tot alle Chinese laboratoria nodig had en een fabriek voor de productie van een vaccin. Drie maanden later stond er bij Beijing een fabriek en werd het Chinese vaccin geproduceerd in hoeveelheden die tegen het einde van 2020 naar 400.000 per dag en aan het einde van 2021 maar liefst de grens van totaal 1 miljard zullen hebben bereikt. Voor het Sinovac-vaccin is al met 24 landen een deal gesloten.

Het moge duidelijk zijn. Het virus is wellicht van Chinese origine, het land zelf heeft er relatief weinig last van gehad en boekt met haar vaccinatie-diplomatie veel succes. China ziet zichzelf vooral bevestigd in haar vermeende ideologische superioriteit. De geopolitieke machtsverhoudingen zijn door het coronavirus versneld in het voordeel van China gekanteld. Maar wat moeten we met die constatering? De meeste analyses in de VS en Europa beschrijven de relatie met China als ‘geopolitieke competitie’ of in termen van ‘systeemrivaliteit’. Er is ook vrij brede consensus onder de analisten dat China niet politiek zal hervormen omdat het een economische hegemonie, althans in eigen regio, is geworden. Het gevaar bestaat zelfs dat in de Sino-Amerikaanse competitie ons Europese continent een soort ideologisch slagveld kan worden tussen de botsende geopolitieke continenten VS en China. Begrijpelijk willen Europese landen dat voorkomen en dus is de term ‘strategische soevereiniteit’ bedacht. Het gaat hierbij om het zekerstellen van onze vrijheid als continent zelf een positie te bepalen tussen deze reuzen van de 21e eeuw. En om die soevereiniteit te tonen sloot de EU, vlak voor de jaarwisseling, een investeringsakkoord met China. In de Tweede Kamer ging het niet over het akkoord, maar over de vraag of er door de Chinezen genocide wordt gepleegd door Oeigoeren in werkkampen in de provincie Xinjiang te plaatsen. Nederland past veertig keer in de provincie, er wonen elf miljoen Islamieten die hun religie moeten ontkennen en tegelijk worden vrijwel al onze duurzame zonnepanelen er in elkaar geschroefd en komt het katoen van uw overhemd er waarschijnlijk vandaan.

Europa moet nu kiezen. En omdat COVID-19 het populisme wereldwijd heeft verdeeld in twee categorieën, waarbij die van de ontkenners is ontmaskerd, hebben we een kans om geopolitiek te bedrijven. Dat is een politiek die op de instemming van de bevolking kan rekenen, omdat ze de les trekt uit deze pandemie en het succes van China: geopolitiek is veiligheid, vrijheid en gezondheid.

Dit artikel verscheen voor het eerst in de Militaire Courant.

Han ten Broeke was van 2006-2018 Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij was woordvoerder Buitenlandse Zaken en werd in 2012 voorzitter van de vaste commissie voor Defensie. Nu werkt hij als Director Political Affairs bij het Haags Centrum voor Strategische Studies.

Column: Stoppen met gaswinning betekent nieuw buitenlands beleid

De discussie over gas is in Nederland verengd tot ‘Groningen’. Laat er geen misverstand over bestaan dat de Groningers niet te benijden zijn. Maar dit betekent niet dat de discussie over de onvermijdelijke geopolitieke gevolgen van het dichtdraaien van de gaskraan niet gevoerd mag worden. Gronings gas wordt gecompenseerd door Russisch gas en LNG uit onder meer de Verenigde Staten en Qatar. Dit betekent voor Nederland dat het afhankelijk wordt van leveranciers die met hun energieleveranties politieke druk op de regering kunnen uitoefenen.

Daarmee komt Nederland in dezelfde situatie terecht als Duitsland. De regering Merkel zit al lang klem tussen de harde economische noodzaak om uit Rusland gas te importeren en de gevoelde noodzaak om Rusland te straffen. De meest recente ruzie gaat over de moordaanslag op de Rus Navalny en het conflict dat met Moskou ontstond nadat deze oppositieleider in een Duits ziekenhuis werd opgenomen. Uiteindelijk leidde de affaire tot EU-sancties.

“Zonder gaspijpleiding Nord Stream 2 zou Duitsland in een energiecrisis verzeild raken”

Het belangrijkste drukmiddel richting Rusland is het staken van het werk aan de gaspijpleiding Nord Stream 2. Maar dit lijkt onmogelijk. Mede door het overhaaste besluit om alle kerncentrales af te stoten, zou Duitsland dan in een energiecrisis verzeild raken. Door te dreigen met keiharde sancties dwong President Trump in zijn nadagen bedrijven te staken met de aanleg van de pijpleiding. Zijn opvolger, Biden, wil niet zo ver gaan en stelt dat het project daarvoor te ver gevorderd is.

Afbouwen is één ding, er gas door vervoeren is iets anders. Het zou mij niet verbazen als daar de toekomstige discussie met de Amerikanen over zal gaan. Biden ligt immers op ramkoers met Poetin. Hij noemde zijn Russische collega ‘een moordenaar’ en legde sancties op als vergelding met de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen en grootschalige cyberaanvallen, zoals de SolarWinds-hacks. Ook wil Biden een signaal afgeven om Poetin te dwingen zijn troepenopbouw aan de grens met Oekraïne te stoppen. Overigens is het cynisch dat Nord Stream 2 mede het gevolg is van de aanhoudende problemen tussen Moskou en Kiev over de doorvoer van gas door dat land. Biden zegt te willen de-escaleren, maar voorlopig is het omgekeerde het geval. In zo’n situatie wordt het denkbaar dat Biden druk op de Unie en Duitsland zet, bijvoorbeeld om de pijpleiding niet in gebruik te nemen.

“Door het dichtdraaien van de gaskraan is het laatste restje onafhankelijkheid dat Nederland had verdwenen”

Een wezenlijk probleem voor de Europese Unie is dat de kwestie Nord Stream 2 laat zien dat landen vooral aan zichzelf denken. Dat is verklaarbaar omdat zonder energie de economie en de maatschappij stil komen te liggen. Nederland is daarvan ook een goed voorbeeld. Ondanks het neerhalen van de MH-17 heeft Nederland in het geheim met Rusland gesproken over de aanleg van Nord Stream 2 en de levering van gas. Dit verzwakt onze onafhankelijke positie en maakt Nederland tot speelbal van de grootmachten. Dit kan Rusland zijn die gas levert, of Amerika die ons daarvan wil weerhouden.

Voor Nederland zijn de consequenties ingrijpender dan voor Duitsland. Nederland is de afgelopen jaren namelijk verzwakt. Door de Brexit zijn wij onze belangrijkste bondgenoot binnen de EU kwijt. Door Trump hadden we niets meer aan Amerika in de NAVO. Ondanks dat Biden de schade wil repareren, zal dat niet makkelijk zijn omdat voor de Amerikanen China de grootste dreiging is. En daar speelt de NAVO geen rol.

Door het dichtdraaien van de Groningse gaskraan is het laatste restje onafhankelijkheid dat Nederland had verdwenen. Inmiddels is men er ook achter dat Nederland met wind- en zonne-energie en waterstofgas nooit onafhankelijk van het buitenland kan worden. Kortom, mede door de Groninger gascrisis moet het Nederlandse buitenlandbeleid opnieuw worden uitgevonden.

Dit artikel verscheen voor het eerst in Energie Podium en is geschreven door Rob de Wijk.

Podcast: Blik op Olie en Gas met Jilles van den Beukel

Hoe gaat het met de zoektocht naar gas in de Zuidelijke Noordzee? Wat zijn de bevindingen van de IEA Gas Market Report?
Hoe kan het dat de Chinese steenkoolmachine maar doordendert? Wat is het échte verhaal achter de ontdekking van het Groningen-gasveld? Dat en meer in deze editie van Blik op Olie en Gas met HCSS Energie Specialist Jilles van den Beukel.

De podcast van Studio Energie is hier te beluisteren.

https://soundcloud.com/studio-energie/20-blik-op-olie-en-gas-met-jilles-van-den-beukel

Rob de Wijk in AD: EU sterker dan we denken: ‘Ook de Russen spreken vol ontzag over Europa’

Voor China is Europa een wingewest. Rusland probeert het te ontwrichten. Wordt Europa een speeltuin voor anderen of blijft het een speler in de wereld? “Het laatste,” zegt Rob de Wijk, “Europa is veel sterker dan we denken. Ze bijten er hun tanden op stuk.’’

Zijn jongste betoog over het oude continent, vervat in De Slag om Europa, is verrassend van toon. Niks zwartkijken. Europa is geen bejaard, onmachtig museum in wording waar Chinezen en Russen ongestoord kunnen ravotten. Veiligheidsanalist Rob de Wijk (66) ziet Europa als een bruisend laboratorium met veel dynamiek en veerkracht. Een continent dat Rusland en China kan weerstaan.

“Toen ik hier aan begon dacht ik ook dat het met Europa nooit meer goed zou komen. China probeert ons leeg te roven, de Russen zijn bezig ons te ondermijnen. Maar het klopt niet. Chinezen klagen dat er met ons geen land te bezeilen is. De Russen vinden ons een lapzwans maar ook zij spreken vol ontzag over Europa,” zegt de hoogleraar Internationale Betrekkingen (Leiden) en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS).

Hoe komt dat?
“Kijk eens naar alle crises die we hier hebben doorstaan. Daar is Europa elke keer sterker door geworden. De bankencrisis heeft bijvoorbeeld geleid tot een sterkere bankensector met meer toezicht. Natuurlijk, het is niet allemaal even mooi wat je in een Europese crisis ziet. Maar kijk eens naar onze eigen Tweede Kamer. Als daar de pleuris uitbreekt stelt toch ook niemand de vraag: verdwijnt Nederland nu? Natuurlijk niet. Uiteindelijk komt er een besluit en ga je over tot de orde van de dag. Zo is het in Europa ook. Bij een crisis denk je dat heel de boel instort maar als er maatregelen zijn genomen is het weer rustig. Tot de volgende crisis.”

U gebruikt voor dat proces een heel mooie omschrijving: ‘Europa wordt sterker door voortmodderen tot kunst te verheffen’.
“Precies. Dat is wat democratie doet. Dat is ook het verschil met Rusland. Als Poetin graag de rest van zijn leven president wil blijven wordt dat er in het parlement doorheen gejast. Dat komt omdat Rusland een dictatuur is. In een democratie heb je soms oeverloos gezeur en gezanik, een botsing van meningen. Mensen hebben daar te veel oog voor, ze kijken niet naar de uitkomst ervan. Dan zie je dat Xi Jinping, Vladimir Poetin en na Donald Trump nu ook Joe Biden zich stuklopen op de grote dossiers. Neem de handelsakkoorden. Die heb je nodig om je eigen economie te laten groeien, om toegang te krijgen tot de interne Europese markt. Maar Europa speelt het hard. De Europese Unie gebruikt de aantrekkelijke interne markt om op andere terreinen iets voor elkaar te krijgen in de wereld. Dat is een niet te onderschatten macht.”

Kunt u een voorbeeld geven?
“De internationale regelgeving is een prachtig voorbeeld. De Europese Commissie komt nu met nieuwe wetgeving om techbedrijven als Amazon en Google aan te pakken. Zij moeten op hun platforms iedereen gelijk behandelen en schadelijke inhoud verwijderen. Dat wordt dus door Europa opgelegd aan Amerikaanse techbedrijven. En als de Europese Commissie dat wil moet Facebook worden opgesplitst. Dan heb je in Brussel dus een enorme macht. Veel mensen realiseren zich niet dat de Commissie besluiten kan nemen over machtige bedrijven uit landen waar ze niet over gaat. In ‘regelmacht’ is Europa internationaal de nummer 1. Na Barack Obama roept Joe Biden dat hij dat niet zal pikken maar ook hij kan hier niet tegenop.”

En als we kijken naar de Chinezen?
“Xi Jinping wil meer handel drijven met Europa. Hij moest eind vorig jaar echter eerst een investeringspact afsluiten. Een verdrag dat de Chinezen dwingt onze Europese regels voor consumenten, voor anti-dumping over te nemen en zich daaraan te houden. Voor een gelijk speelveld. Daar was Xi niet blij mee, maar het gebeurde wel. Als je wat van de EU wil, moet je bereid zijn je binnenlandse politiek aan te passen. Europa eist van China dat het een einde maakt aan dwangarbeid. Europese bedrijven die zaken doen met China moeten zich ervan vergewissen dat de geleverde producten vrij zijn van dwangarbeid. Zo niet, dan heb je een probleem. Dat gaat effect hebben in China.”

Moet je met de Russen anders omgaan dan met de Chinezen?
“Er zijn grote verschillen. Om in voetbaltermen te spreken: de Chinezen spelen offensief, met de punt naar voren. Zij handelen uit sterkte, gewapend met grote zakken geld. China is een roofstaat die Europa ziet als wingewest. De Russen spelen anti-voetbal. Zij proberen met hard spel te voorkomen dat Europa scoort. Zij handelen uit zwakte. Rusland is geen supermacht, het is een opstandig kind dat op het schoolplein zijn zin niet krijgt. Zo’n kind kan alleen maar schreeuwen en de boel ontregelen. China is van een ander formaat. Dat is een supermacht in wording.”

Over optimisme gesproken: U geeft analisten die de Unie zien als de belangrijkste speler van de wereld in de 21ste eeuw, voorzichtig gelijk.
“Voorzichtig, omdat ik het natuurlijk niet zeker weet. Maar ik zie een belangrijke ommekeer, bij de twee Euro-toppen van vorig jaar, in juli en in oktober. Wat er toen gebeurd is, is historisch, heeft me positiever gestemd. Er werd besloten gezamenlijke leningen aan te gaan, Eurobonds. De Unie nam een schuldenlast op zich (750 miljard) en als je dat doortrekt wordt het een heel ander verhaal. 

Er komen ook Europese belastingen. Europa steekt veel geld in een industriële revolutie, innovatie, kunstmatige intelligentie. Dat maakt de Unie autonomer, minder kwetsbaar. We gaan met de Unie de goede kant op. Zij past zich beter aan aan de nieuwe wereldorde. Als je door alle geschreeuw heen kijkt is het logisch wat hier gebeurt. Ik zie het op sociale media. Als je twee jaar terug iets positiefs zei over de Unie dan werd je verrot gescholden. Dat is nu bijna weg. Vergeet niet dat 80 procent van de burgers het samen wil doen binnen Europa. Als je je best doet dan overtuig je nog 10 procent. Die resterende 10 procent zul je nooit kunnen overtuigen.”

Waarom niet?
“Onder de groep burgers die Europa afwijzen, zitten krachten die meelopen met de Russen, met de Chinezen. Kijk naar de pro-Russische partijen. Van de Lega Nord (Italië), AfD (Duitsland) tot het Forum voor Democratie in Nederland. Sommigen laten zich betalen om Russische propaganda uit te dragen en Rusland te verdedigen. Anderen zijn naïeve handlangers. Ik noem hen ‘nuttige idioten’. Die term komt uit de Koude Oorlog. Zij propageren Russische visies die haaks staan op de belangen van Nederland.”

Europa is zich weer aan het uitvinden. Waar gaan we naartoe?
“Een droomschets heb ik niet. De Unie zal nooit een Europese superstaat worden. Dat zou ik ook niet willen. Daar is Europa veel te divers voor. Maar zij zal wel meer aan machtspolitiek moeten doen. Het interessante is dat we nu een discussie zijn begonnen over samenwerking voor bescherming tegen kwalijke invloeden van buiten. De Unie als een veelkleurige paraplu waaronder je samen kunt schuilen. Alles wat beschermt, vooral op economisch gebied en op buitenlands en veiligheidsbeleid leg je bij Brussel neer. De rest laat je bij de lidstaten. Met zo’n Europa hebben we nog meer te winnen.”

Dit artikel verscheen voor het eerst in Algemeen Dagblad.

“De Slag om Europa” is hier te bestellen, zowel als paperback en als e-book.

Podcast: “Techno-Nationalism” and the US-China Technological Battle with Prof. Dr. Rob de Wijk

In this third episode of “In Retrospect”, the rise of “Techno-Nationalism” will be discussed, in particular the impact it has on the ongoing technological race between the China and the United States. Professor Rob De Wijk recently published his latest book called “De Slag om Europa” in which he describes what Europe should do in response to ongoing developments in the world order. This podcast will explain the main components of the Tech Race, American foreign policy and the hegemony of the US Dollar. 

Listen to the podcast here.

Column: De ontdekking van het Groningen gasveld

Wat er over het Groningen gasveld gezegd of geschreven wordt, is niet altijd bezonnen of rationeel. De enorme omvang van het veld, de invloed die het gehad heeft op de Nederlandse economie en de ondoorzichtigheid van het gasgebouw hebben ertoe geleid dat er veel mythes in omloop zijn. Dat geldt ook voor de ontdekking van het veld. Het doel van dit artikel is kort de ontdekking van het Groningenveld te beschrijven, met name vanuit aardwetenschappelijk oogpunt en zoveel mogelijk gebaseerd op primaire bronnen.

In 1948 vond de NAM bij Coevorden gas in carbonaten in het onderste gedeelte van het Zechstein (dat verder vooral uit zout bestaat). In een tijd dat de kennis van de Nederlandse ondergrond nog zeer beperkt was, volgde deze exploratieput (Coevorden West-2) op de ontdekking en ontwikkeling van het Schoonebeek olieveld in de jaren 40.

Het bij Coevorden gevonden gas werd vanaf 1951 geproduceerd en gedistribueerd in een lokaal gasnet. Dergelijke lokale gasnetten waren in Nederland reeds op grote schaal aanwezig; het stadsgas dat met deze lokale netten werd gedistribueerd, werd verkregen uit steenkool. In de omgeving van IJmuiden werd ook cokesgas, afkomstig van Hoogovens, gedistribueerd als stadsgas. Stadsgas was een mix van waterstof, methaan en koolmonoxide.

Na de vondst bij Coevorden werd er op meerdere plaatsen in Noord-Nederland door de NAM verder gezocht naar gas. Er werden vergelijkbare vondsten als in Coevorden gedaan (meestal, maar niet uitsluitend, in Zechstein carbonaten) in De Wijk (1949), Staphorst (1950), Wanneperveen, Tubbergen (1951) en Denekamp (1952). In de jaren 50 werd stadsgas in veel gemeenten in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en een gedeelte van Gelderland vervangen door het veel schonere aardgas uit deze nieuwe velden.

Naar het noorden

Na de ontdekking van deze velden in Drenthe en Overijssel besloot men dit ook verder naar het Noorden te gaan proberen. In 1952 werd een put bij Haren geboord (Haren-1) met als doel een dergelijk gasveld (wederom in de carbonaten aan de basis van het Zechstein) dicht bij de stad Groningen te vinden. Het is goed mogelijk dat men daarnaast, in deze vroege fase van de exploratie in Noord-Nederland, de hoop koesterde hier olie te vinden; het expliciete doel was echter gas.

Haren-1 vond geen gas in het Zechstein. Men boorde echter verder door en vond een dikke zandlaag, het Rotliegend, die ook in Duitsland vaak onder het Zechstein wordt aangetroffen. Een dergelijke zandlaag is, mits er nog maar genoeg ruimte zit in de poriën tussen de zandkorrels, een goed reservoirgesteente voor een olie- of gasveld.

In Haren werd geen gas aangetroffen in deze Rotliegend-zandlaag (eigenlijk: een laag van zandsteen, want op deze diepte zijn de zandkorrels aan elkaar vastgekit). Maar het wakkerde wel de interesse aan in de Rotliegend play (een play is een specifiek type olie- of gasveld). Haren-1 was de eerste van een aantal putten die een cruciale rol hebben gespeeld bij het vinden van het Groningen gasveld.

Men realiseerde zich dat het bovenliggende Zechstein-zout een goede afsluiter was (net als bij de reeds bestaande velden). Het Rotliegend bleek hier uit reservoirgesteente van goede kwaliteit te bestaan (alleen zat er in Haren-1 geen gas in). En van het Carboon onder het Rotliegend nam men aan dat het gas kon genereren (gas dat men ook gevonden had in de toen reeds aangeboorde velden in het Zechstein). Alle elementen waren dus aanwezig om naast gas in de Zechstein carbonaten ook, bij aanwezigheid van een closure, gas in het Rotliegend te vinden (een closure is een structuur; dat wil zeggen een geometrie van de top van het Rotliegend die geen ontsnapping van het gas in laterale zin mogelijk maakt).

De volgende cruciale put was Ten Boer-1 die geboord werd in 1955 en 1956. Ook deze put had gas in carbonaten onder in het Zechstein als hoofddoel. Net als in Haren-1 werd er hier geen gas gevonden in de Zechstein en boorde men verder door. Door technische problemen moest men stoppen met boren op ongeveer 40 meter onder de basis van het Zechstein, in het meer kleiige gedeelte (sindsdien bekend als Ten Boer) aan de bovenkant van het Rotliegend. De Ten Boer is een klei (strikt genomen een siltsteen; silt is een relatief grofkorrelige klei) met daarin dunne zandlagen; naar de onderkant neemt het percentage zand geleidelijk toe. In de Ten Boer werd wel gas aangetroffen maar het was niet mogelijk verdere metingen te doen (laat staan een productietest). Wel realiseerde men zich dat dit gas een andere samenstelling had dan het gas in de Zechstein carbonaten.

Slochteren-1 put in 1959

Daarop volgde de beroemde Slochteren-1 put in 1959. Dat verhaal is bekend; dit keer kon men wel het hele Rotliegend-zandsteen doorboren en testen. En voor de goede orde: Slochteren-1 werd, net als Haren-1 en Ten Boer-1 geboord met gas als doel.

Men had nu een gasveld gevonden met lokaal een grote dikte van de gaskolom, maar men had geen idee hoe groot de oppervlakte van het veld was. De kaart van de top van het Rotliegend was gebaseerd op een beperkte hoeveelheid seismiek van slechte kwaliteit. Die seismiek bestreek niet de hele provincie Groningen en evenmin het volledige Groningenveld zoals we het nu kennen. De onzekerheden waren groot; Slochteren-1 vond de top van het Rotliegend ongeveer 200 meter dieper dan verwacht. Wel was het nu duidelijk dat het grootste potentieel voor gas in Noord-Nederland zich bevond in het Rotliegend en niet in het Zechstein.

In 1960 boorde men vervolgens Delfzijl-1; in wat op de kaart stond als een lokale structuur aan de oostkant van de provincie Groningen. Ook deze put vond een grote gaskolom in het Rotliegend. Op dat moment liet de kaart van de top van het Rotliegend nog een uitgebreid gebied tussen de putten Slochteren-1 en Delfzijl-1 zien met een top van het Rotliegend op relatief grote diepte. Bedenk wel hoe slecht de seismiek in deze begintijd was en hoe groot de onzekerheid in de diepte van het Rotliegend: meerdere honderden meters. Zodoende is het dat de op dat moment berekende volumes veel kleiner waren dan de nu bekende volumes van het Groningen veld.

Daarnaast waren de op dat moment naar buiten gebrachte volumes de bewezen volumes. Zeker in de beginfase van de appraisal van een veld, waarin er nog grote onzekerheden zijn, kunnen bewezen volumes veel kleiner zijn dan de werkelijke volumes (appraisal is de fase tussen ontdekking en ontwikkeling waarin de grootte van het veld bepaald wordt, vaak door extra putten te boren, en het ontwerp wordt gemaakt van de ontwikkeling van het veld).

‘Enormous excitement’

Wel realiseerde men zich na Delfzijl-1 dat het onvoorstelbare, een groot veld over een groot gebied tussen deze twee putten, met een vergelijkbare dikte van de gaskolom zoals aangetroffen in Slochteren-1 en Delfzijl-1, waar zou kúnnen zijn. In de woorden van Jan Oele, geoloog en een latere directeur van de NAM, bij de veertigste verjaardag van de ontdekking van het veld: “The story goes, that the chief geophysicist at the time, Fred Althuis, having looked at the well results and the maps which indicated small separate closures paced up and down the corridors of the office for hours, before he decided to go to his boss. He then discussed the possibility of a very, very large structural closure and you will appreciate the enormous excitement this brought about.

Dat er inderdaad sprake was van een enorm veld werd bevestigd door de resultaten van de volgende putten in 1962 en 1963 en het construeren van een nieuwe kaart gebaseerd op deze putresultaten en nieuwe en meer uitgebreide seismiek.

Achteraf is het duidelijk dat de lokale structuren op de kaarten uit de jaren 50, waarop de putten Haren-1, Ten Boer-1, Slochteren-1 en Delfzijl-1 alle gelokaliseerd waren, artefacten waren (‘pull-ups‘). Al deze putten bevonden zich onder zoutkoepels. De geofysici misten in deze tijd de benodigde informatie over de seismische snelheden in dit gebied om de conversie van tijd (seismische metingen zijn in tijd; de tijd tussen een explosie en de aankomst van een in de ondergrond gereflecteerd signaal) naar diepte op correcte wijze te kunnen doen.

De informatie die de NAM van 1960 tot 1963 naar buiten bracht was beperkt en dat had twee redenen. Ten eerste wilde men de concurrentie niet wijzer maken. Op dat moment had men geen idee of, en in welke mate, er nog andere grote gasvelden te vinden waren. Ten tweede had men, hoe onvoorstelbaar dit ook mag klinken naar huidige maatstaven (waar men nooit een exploratieput zal boren als de voorwaarden voor een concessie voor de ontwikkeling van het veld, in geval van succes, nog niet volledig geregeld zijn) op dat moment nog geen harde development-concessie verkregen (of duidelijkheid over de bepalingen in zo’n development-concessie).

De NAM heeft, behalve het verdiepen van de bestaande Ten Boer-1 put, tussen 1960 en 1962 niet verder geboord. Een logische verklaring daarvoor lijkt dat men eerst uitzicht wilde hebben op een development-concessie. Dit kwam er nadat de Tweede Kamer in oktober 1962 unaniem akkoord ging met de in juli 1962 naar de Kamer verzonden nota De Pous.

Uitermate ongemakkelijk

Er was bij de ontdekking van het Groningenveld slechts de afspraak met de overheid dat deze al het gevonden gas zou afnemen (met vooruitbetaling) tegen een prijs van ongeveer 2 cent per kuub (bij grote hoeveelheden). Bij het maken van deze afspraak was men uitgegaan van de beperkte hoeveelheden gas die tot dan toe gevonden waren. Met deze afspraak voelden zowel de overheid (die strikt genomen ineens een groot bedrag op tafel moest leggen) en de NAM (waarvoor de development-concessie nog niet binnen was) zich uitermate ongemakkelijk.

Overheid en NAM aandeelhouders hebben vervolgens, in lijn met de nota De Pous, de maatschap Groningen opgezet. Dat de details van de toen getroffen regelingen lang verborgen bleven, lag aan de wens van de NAM-aandeelhouders om niet wereldkundig te maken dat de Nederlandse overheid het voor die tijd ongekend hoge percentage van ruim 65% van de opbrengst van het Groningen gas overhield. Dat dit percentage begin jaren 70 verhoogd werd tot ongeveer 90% (wederom ongekend hoog voor die periode) heeft Nederland aan minister Lubbers te danken.

‘Als er een naam gekoppeld zou kunnen worden aan het Groningenveld, dan is dat naar mijn inschatting de naam van Henk Stheeman.’

Ik ben altijd benieuwd geweest of het Groningenveld gekoppeld kan worden aan de naam van een geoloog of geofysicus die een bepaalde put (bv Slochteren-1), of play (de Rotliegend play, na Haren-1), heeft opgewerkt. Voor het Groningen veld is het beeld dat naar voren komt veel meer dat van een team effort; dat van het exploratie en geologie team van de NAM in die jaren.

Als er een naam genoemd dient te worden is dat naar mijn inschatting de naam van Henk Stheeman, directeur van de NAM van 1954 tot 1961. Hij geloofde in de aantrekkelijkheid van gas in Nederland en het geologisch potentieel daarvoor in het noorden van het land. Hij zorgde ervoor dat er geld beschikbaar was om deze putten in 1955/1956 (Ten Boer-1) en 1959 (Slochteren-1) te boren. Het hoofdkantoor van Shell in Den Haag was daar niet echt enthousiast over. Men zag daar gas in Nederland niet als een bijzonder grote en commercieel aantrekkelijke propositie.

Dat was ook niet geheel onbegrijpelijk gezien de beperkte winst die er met de bestaande gasvelden door NAM gemaakt werd. Zowel Slochteren-1 als Delfzijl-1 waren reeds kort na de resultaten van de Ten Boer-1 put technisch opgewerkt. Dat het tot 1959 duurde voordat de eerste put werd geboord lag aan de Suez-crisis die tot gevolg had dat tijdelijk prioriteit werd gegeven aan het boren van development-putten in bestaande olievelden.

Voor de NAM was het in de jaren 50 moeilijker om budget te verkrijgen voor exploratieputten met gas als doel in het noorden van het land dan voor putten met olie als doel in het westen van het land.

Maar het is wel gelukt.

Dit artikel verscheen voor het eerst in Energeia en is geschreven door HCSS Energie Specialist Jilles van den Beukel.

Bronnen:

Anon., Aardgasnota aan de tweede kamer verzonden, 1962, Geologie en Mijnbouw, v.41, p. 365-369.

Bakker, V., en Salverda, F. 1983. De jacht op ons aardgas. Bijlage Vrij Nederland.

Correljé, A., van der Linde, C. en Westerwoudt, T., 2003. Natural gas in the Netherlands.

Dijksman, N., en Steenbrink, J., Managing a giant, 50 years of Groningen gas.

van Hulten, F., 2009. A brief history of petroleum exploration in the Netherlands

Oele, J.A., Geologie en Mijnbouw, v. 80 (2001). Groningen 40 years anniversary special issue, Conference wrap up.

H.J. de Ruiter, G. van der Laan and H. G. Udink, Development of the North Netherlands gas discovery in Groningen, 1967, Geologie en Mijnbouw, v.46, p. 255-265.

Nammogram, 1963, Speciale editie Groningen concessie.

Nammogram, 1987, Speciale editie 40 jaar NAM.

Stäuble, A.J. en Milius, G., 1968. Geology of the Groningen gas field, AAPG Bulletin v. 52, p. 359-369.

Stheeman, H.A. & Thiadens, A.A. (1969) A history of the exploration for hydrocarbons within the territorial boundaries of the Netherlands. In: Hepple, P. (ed.) The Exploration for Petroleum in Europe and North Africa. Institute of Petroleum, London, pp. 259-69.

Jack Thompson bij ND: Wie krijgt na China voet aan de grond in Afrika: de EU of misschien wel Turkije?

Afrika is het strijdtoneel van nieuwe grootmachten als China, India en Rusland. De economische positie van de Europese Unie wordt er bedreigd. Zelfs Turkije begint met een opmars op het continent. ‘Afrika is een stuk belangrijker dan veel Europeanen denken.’

‘Er zijn heel veel redenen voor de EU om aandacht aan Afrika te besteden’, zegt Jack Thompson, analist bij The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). Veel grondstoffen komen ervandaan en Europese landen en bedrijven investeren er aanzienlijk. Ondertussen groeit de aanwezigheid van China en Rusland, wat het voor de EU nog belangrijker maakt haar aanwezigheid in Afrika te laten gelden. En sluipenderwijs rukt ook Turkije op; president Recep Erdogan bezocht de afgelopen jaren al 28 Afrikaanse landen.

Maar wil de EU een rol van betekenis spelen, dan moet er wel een gedegen visie zijn, geënt op gelijkwaardigheid, zegt Thompson. We moeten af van het idee dat Afrika een verzameling probleemlanden is die gemanaged moet worden. ‘Dus investeer niet alleen op korte termijn in het aanleggen van wegen en bruggen en pomp niet simpelweg geld in een land om migratie tegen te gaan, maar ontwikkel strategische, duurzame relaties.’

De aanpak van de klimaatverandering is bij uitstek een onderwerp waarop de Europese Unie en de Afrikaanse Unie strategisch moeten samenwerken, meent Thompson. De migrantencrisis in Europa is ten minste gedeeltelijk het gevolg van klimaatonzekerheid in de Sahel en Noord-Afrika, schrijven Thompson en twee collega’s in de Strategische Monitor 2021. Er dreigt zo’n crisis. Alles wijst erop dat Europa binnen enkele jaren te maken krijgt met de gevolgen van een grote oorlog in Afrika of het Midden-Oosten, ‘die wordt uitgevochten om de toegang tot water’.

De vernieuwde slag om Afrika is nog maar net begonnen en de belangen zijn groter dan ooit tevoren. Of zoals analist Jack Thompson van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) het duidt: ‘Afrika is veel belangrijker dan veel mensen in Europa denken.’

Lees het volledige artikel in Nederlands Dagblad.