De Nederlandse overheid zet in op droneproductie, zowel voor defensie als voor civiele doeleinden. Maar in hoeverre is de Nederlandse economische structuur geschikt voor droneproductie?
In het kort
- De industrie in Duitsland is veel beter geëquipeerd voor de productie van drones dan Nederland.
- Nederland heeft wel een sterke positie op het gebied van software en bepaalde hoogwaardige onderdelen van drones.
- Nederland kan meeproduceren in Europese waardenketens of moet meer investeren in eigen productiecapaciteit.
De afgelopen jaren is defensie een steeds belangrijker onderwerp geworden in de Nederlandse politiek. Dat komt door de veranderende veiligheidssituatie in Europa (Zandee en Ellison, 2026). Met name de inval van Rusland in Oekraïne in 2022 schudde veel landen wakker. Vorig jaar heeft Nederland in NAVO-verband nieuwe toezeggingen voor defensie-uitgaven gedaan. Het gaat om 3,5 procent van het bruto binnenlands product aan directe defensie-uitgaven en 1,5 procent aan defensiegerelateerde infrastructuur (NAVO, 2025).
Een belangrijk onderdeel van de defensie-industrie is de zogeheten dual-use-sector. Dat is de sector die producten en diensten maakt die zowel civiel als militair gebruikt kunnen worden. Als we kijken naar de oorlog in Oekraïne springt vooral de productie van drones eruit. Drones zijn inmiddels verantwoordelijk voor ongeveer zeventig procent van alle militaire slachtoffers in deze oorlog (OSW Centre for Eastern Studies, 2025). Ze worden daarnaast veelvuldig gebruikt om grotere doelen op een kosteneffectieve manier uit te schakelen. De manier van oorlog voeren op de grond is hierdoor sterk veranderd en de vraag naar in Europa geproduceerde drones voor militaire doeleinden is sterk toegenomen.
In Oekraïne is inmiddels een echte drone-sector ontstaan. Maar liefst 96 procent van de gebruikte Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s) tegen Rusland in 2024 waren van Oekraïense makelij (Kyiv Independent, 2025). Ze produceerden dat jaar meer dan 1,5 miljoen FPV-drones. Dit zijn kleine drones die via een bril op afstand worden bestuurd.
Nederland wil ook een rol spelen in de drone-industrie. In de nationale dronestrategie DroneBoost heeft Nederland aangegeven de eigen productie van drones te willen stimuleren (Rijksoverheid, 2025). Binnen Europa zijn er echter meerdere landen met dezelfde ambitie: naast Nederland hebben zeven andere Europese landen een expliciete strategie voor droneproductie en -ontwikkeling. In Frankrijk wordt bijvoorbeeld al flink geïnvesteerd in een dronewaardeketen (Ministère des Armées, 2024). Ook Polen, Finland en Duitsland hebben grootse plannen (Finnish Defence and Aerospace Industries, 2025; Polish Investment & Trade Agency, 2025; RBC Ukraine, 2026). De vraag is hoe de Nederlandse dronestrategie zich verhoudt tot de ambities en activiteiten in andere Europese landen, en wat dit betekent voor het succes van de Europese drone-industrie.
In dit artikel gaan we dieper in op de mogelijkheden voor de drone-industrie in Nederland. We onderzoeken welke rol Nederland kan spelen en welk onderdeel van de Europese dronewaardeketen daarbij het meest logisch is. We kijken daarbij naar sectorale data op EU-niveau. Ook kijken we welke landen, op basis van hun industriële structuur en kennis, de grootste kans hebben om een sterke drone-industrie op te bouwen. We vertrekken vanuit de aanname dat het voor een land of regio makkelijker is om een sector te ontwikkelen die dicht bij bestaande sectoren ligt (Neffke et al., 2011; Xiao et al., 2018). We kijken daarom specifiek naar aan drones verwante sectoren. Dat betekent niet dat een dronestrategie onmogelijk is in landen met minder industriële aanknopingspunten. Het betekent wel dat daar waarschijnlijk meer inspanning nodig is via structurele investeringen en gericht beleid.
Read the full piece ESB
Ron Stoop, Strategic Analyst & Rens van Dam, Research Scientist





