Op woensdag 23 september hield de vaste commissie voor defensie van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de nieuwe Defensienota 2026, met onder andere HCSS oprichter Prof. Dr. Rob de Wijk. Een van de grootste geopolitieke veranderingen voor Nederland is dat de Verenigde Staten niet meer als onvoorwaardelijke bondgenoot kan worden gezien. Dat vergt scherpe keuzes, vooral op het gebied van Defensie. Maar het kabinet maakt die niet, vinden de experts.

Voor het eerst in 35 jaar werd defensie-expert Rob de Wijk niet gevraagd om input te leveren aan de Defensienota. “Dat is veelzeggend”, zei De Wijk woensdag in de Tweede Kamer. “Daarmee worden controversiële geluiden buiten gehouden, zoals hoe je moet omgaan met de VS die het als belangrijkste bondgenoot laat afweten.”

Defensieminister Dilan Yesilgöz stuurde de Defensienota voor de zomer naar de Kamer. Daarin staan de belangrijkste doelen, prioriteiten en plannen voor de Nederlandse krijgsmacht. De Wijk (The Hague Centre for Strategic Studies) was net als Bart van den Berg (Instituut Clingendael) en Niels van Willigen (hoogleraar Strategische Studies) uitgenodigd om te komen praten over de Defensienota die voor de zomer door het kabinet werd gepubliceerd.

De Wijk miste sowieso details en concrete plannen in de Defensienota. Daardoor kon hij geen goed oordeel geven. “Ik vind dat een probleem”, zei de defensie-expert. “Omdat dat een democratisch debat in de Kamer ondermijnt, maar ook het publieke debat. Binnen dertig dagen kan er iets gebeuren vanuit Russische kant, wat dan? Je hebt ook een plan voor de korte termijn nodig, ik zie dat niet terug.”

Er vindt veel vaker Russische sabotage plaats in Nederland dan bekend wordt gemaakt. Volgens Yeşilgöz wordt hier bewust geen ruchtbaarheid aan gegeven, om de Russen niet wijzer te maken. Rob de Wijk zet vraagtekens bij die strategie. “Ik ben een groot voorstander van zo veel mogelijk op straat gooien wat er op dit gebied gebeurt.” Hij wijst op Duitsland, dat constant het doelwit is van digitale sabotage en waar dat besef ook steeds meer doordringt bij de overheid.

De Wijk wil die openheid ook van de Nederlandse overheid. “Om te laten zien dat de inlichtingendiensten goed doorhebben wat er gebeurt. En dat je daar dus ook op kan acteren. Het grote probleem, merk ik vaak, is dat men in de politiek geen angst wil zaaien. Maar het is wel wat het is, op dit ogenblik. En een klein beetje angst kan ook wel helpen om de naïviteit eraf te krijgen, mits je maar een handelingsperspectief hebt.”

Yesilgöz heeft meermaals opgemerkt dat haar ministerie weinig details deelt om de vijand niet wijzer te maken dan die is. Maar dat vindt De Wijk geen goede reden. “De vijand ziet tegenwoordig toch wel wat er gebeurt.” De Wijk noemde de desinformatiecampagnes tijdens het rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden ‘gewoon sabotage’. “Dat is het saboteren van politieke besluitvorming van landen en tussen landen.”

Lessen van de Oekraïne-oorlog

De gedachtewisseling met Tweede Kamerleden gaat veel over de lessen die de Oekraïne-oorlog ons leert. Rob de Wijk, schetst een ‘richtingenstrijd’ tussen oude en nieuwe ideeën over de oorlog van nu. “Wat nu in Oekraïne gebeurt, is nieuw. De hele defensieplanning is daar op z’n kop gegooid. Doctrines worden overboord gegooid, heel jonge officieren leiden brigades. Er is daar een totale revolutie gaande.”

Daartegenover staan oude ideeën, en die klinken door in de Defensienota, zegt De Wijk. “Natuurlijk is er een plan, maar dat plan zal continu veranderd moeten worden.”

Een van de belangrijke zaken die kenners missen, is hoe bijvoorbeeld de razendsnelle drone-revolutie concreet doorwerkt in onze krijgsmacht. Weliswaar stelt Defensie als ambitie ‘dat over vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met onbemande systemen wordt bereikt’, maar wat daarmee concreet wordt bedoeld, blijft in de lucht hangen, volgens de experts.

De Rekenkamer haalde eerder al hard uit naar Defensie omdat er regelmatig wordt afgeweken van reguliere aanbestedingstrajecten met bijbehorende stroperige en strenge regels. Terwijl critici juist opmerken dat er nog altijd te weinig haast wordt gemaakt, waardoor Nederland in een rap veranderende defensiewereld achter de feiten aanloopt.

“Ik verbaas mij erover dat het makkelijker is om bij het Nederlandse bedrijf Destinus drones voor Oekraïne te laten maken dan voor onze eigen krijgsmacht”, zegt De Wijk. “Dat laatste duurt jaren. We verzanden in procedures.”

Defensienota 2026 “Samen Voorwaarts!

De Defensienota 2026 “Samen Voorwaarts!” schetst de ontwikkeling van de Nederlandse krijgsmacht in een sterk veranderende veiligheidssituatie. Ter voorbereiding voor het rondetafelgesprek met de Tweede Kamer heeft De Wijk een position paper opgesteld waarin hij ingaat op de strategische keuzes en uitvoerbaarheid van de nieuwe Defensienota.

In zijn position paper benadrukt De Wijk dat de verslechterde Europese veiligheidssituatie vraagt om een krijgsmacht die niet alleen op langere termijn wordt versterkt, maar ook tijdig beschikbaar en inzetbaar is. De nota biedt volgens hem belangrijke richting, maar laat op een aantal punten nog vragen open over de concrete omvang, inrichting en planning van de krijgsmacht.

Een belangrijk aandachtspunt is de snelheid waarmee Nederland zijn militaire capaciteiten kan versterken. De Wijk wijst daarbij op de noodzaak om procedures rond materieelverwerving te versnellen en bureaucratische belemmeringen weg te nemen. “Vasthouden aan vredesbedrijfsvoering terwijl een groot conflict dreigt, is gevaarlijk. De tegenstander innoveert in weken. Wij kunnen ons procedures van jaren niet langer veroorloven.”

Bronnen: RTL Nieuws / Trouw / NU.nl / Telegraaf

Experts

© The Hague Centre for Strategic Studies