Op dit moment heeft Nederland niet de industriële capaciteit om een volledige drone-industrie te hebben. Dat stellen onderzoekers Ron Stoop en Rens van Dam van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) in de BNR-podcast In het Defensief. ‘Wij zien zeker waarde in droneproductie in Nederland, maar neem het Europese perspectief daarin mee’.

Drones worden steeds belangrijker, zowel op het slagveld als in de civiele economie. In de Oekraïne-oorlog zijn drones verantwoordelijk voor ongeveer 70% van alle militaire slachtoffers, meldt het centrum voor Oost-Europese Studies. Maar ook in civiele sfeer spelen ze een steeds grotere rol: van landbouw- en haveninspecties tot de bescherming van kritieke infrastructuur.

Den Haag wil dat Nederland een ‘droneland’ wordt. In de Defensienota en in de nationale dronestrategie, geeft Nederland duidelijk aan de eigen productie van drones te willen stimuleren. Maar in die wens is Nederland niet alleen. Ook andere Europese landen investeren flink. En die hebben vaak veel meer industriële capaciteit dan Nederland, stellen onderzoekers Ron Stoop en Rens van Dam.

Industriële basis

De HCSS-onderzoekers brachten de Europese toeleveringsketen voor drones in kaart. Op basis van Europese data analyseerden zij welke regio’s over de juiste industriële basis beschikken om een drone-industrie op te bouwen. Daaruit blijkt dat Zuid-Duitsland, Noord-Italië en delen van Tsjechië sterk scoren. Die regio’s beschikken over een brede maakindustrie, met kennis die aansluit op het produceren van drones. Die productiecapaciteit mist Nederland.

‘Ik hoop dat dat het Nederland lukt om een belangrijk droneland te worden’

Nederland scoort op een ander vlak juist goed. Regio’s als Noord-Brabant beschikken over veel kennis op het gebied van hightech, softwareontwikkeling en systeemintegratie. Dat maakt het relatief eenvoudig om onderdelen en technologieën samen te brengen tot een compleet systeem.

Kiezen

Volgens de onderzoekers staan beleidsmakers daarom voor een fundamentele keuze. De eerste mogelijkheid is om Nederland te laten specialiseren in onderdelen van de keten waarin het al sterk is, zoals software, fotonica, sensortechnologie en systeemintegratie.

De tweede optie is ambitieuzer: een volledige Nederlandse drone-industrie opbouwen, van componenten tot eindproduct. Dat vraagt volgens de onderzoekers om langdurige investeringen, uitbreiding van productiecapaciteit en politieke keuzes. De drone-industrie concurreert namelijk met andere sectoren om personeel en ruimte.

De onderzoekers benadrukken dat hun analyse niet bedoeld is als pleidooi tégen een Nederlandse drone-industrie. Integendeel: zij zien juist veel economische kansen. ‘Ik hoop dat dat het Nederland lukt om een belangrijk droneland te worden’, zegt Stoop. ‘Ik denk dat het heel goed zou zijn voor Nederland’. De onderzoeker vult daarbij aan dat áls je een eigen industrie hebt, dat ook neerslag heeft op de economie.

Afhankelijkheid

Uitdaging daarbij is wel de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers. Een groot deel van de onderdelen die in Europese drones worden verwerkt, komt nog altijd van buiten Europa. Ook in Oekraïense drones zijn veel Chinese componenten verwerkt. Volgens de onderzoekers maakt dat Europa kwetsbaar. Niet alleen de eindproducten, maar ook de grondstoffen en elektronische componenten aan het begin van de productieketen zijn vaak afkomstig uit China.

Bron: BNR, In Het Defensief, 29 juli 2026

Experts

© The Hague Centre for Strategic Studies