Den Haag, 12 mei 2026 | EU wordt structureel afhankelijk van import, juist terwijl brandstoffen cruciaal blijven.
Nederland en Europa lopen risico op ernstige brandstoftekorten in het geval van een grootschalig conflict. Dat blijkt uit een nieuw rapport van HCSS door Irina Patrahau, Ron Stoop en Lucia van Geuns. Volgens het rapport is het Europese brandstofsysteem vooral ingericht op efficiëntie in vredestijd en onvoldoende bestand tegen de schokken van een oorlogssituatie.
Sinds 2009 is meer dan 20 procent van de Europese raffinagecapaciteit verdwenen, met name door een ongelijk speelveld. Als het huidige beleid wordt voortgezet, kan de totale productiecapaciteit richting 2040 met circa 65 procent afnemen.
Door de afname van raffinagecapaciteit in Europa en de trage ontwikkeling van alternatieve brandstoffen ontstaat een structureel probleem: de vraag naar brandstof kan in crisistijd niet snel genoeg worden opgevangen door het aanbod. De kloof tussen vraag en aanbod dreigt – zonder ingrijpen – de komende jaren toe te nemen. Dat leidt vooral tot kwetsbaarheid op het gebied van militaire inzetbaarheid.
“De volgende verstoring van de aanvoer van olie, kerosine of diesel zal dus nog een veel grotere impact hebben dan de huidige,” aldus onderzoeker Irina Patrahau.
De grootste knelpunten liggen bij vliegtuigbrandstof (kerosine). Tegen 2040 kan de EU maar tegemoetkomen aan ongeveer een vijfde van de eigen vraag naar vliegtuigbrandstof door Europese productie. Dit heeft directe gevolgen voor luchtoperaties van de krijgsmachten, en via het NAVO Single Fuel Concept ook voor andere militaire voertuigen.
Daar komt bij dat Europa steeds afhankelijker wordt van import. In 2030 zal de EU al voor de helft van zijn kerosine afhankelijk zijn van import, en zonder aanvullende maatregelen kan dit in een crisissituatie in 2040 oplopen tot 72 procent. Dat vergroot de kwetsbaarheid voor verstoringen in internationale handelsroutes en geopolitieke spanningen.
“Europa kan er niet van uitgaan dat brandstoffen in crisistijd overal en altijd beschikbaar zijn,” zegt Patrahau. “Zonder structurele veranderingen kan brandstoflogistiek een knelpunt worden voor de Europese defensie.”
Voor Nederland zijn de risico’s groter dan gemiddeld in Europa. Als knooppunt in de Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen (ARA)-hub en als NAVO Host Nation speelt Nederland een centrale rol in de aanvoer, opslag en distributie van brandstoffen. In een grootschalig conflict kan daardoor tot 35 procent van de vraag naar kerosine en 13 procent van de vraag naar benzine en diesel niet worden gedekt.
Het rapport doet vijf aanbevelingen: het aanstellen van een nationale coördinator brandstofzekerheid, het behoud van kritieke raffinagecapaciteit, het versterken van alternatieve brandstofketens, betere bescherming van vitale infrastructuur en nauwere samenwerking tussen de EU en NAVO op het gebied van voorraden en crisisplanning.
“Brandstofzekerheid moet worden gezien als een kerntaak van nationale veiligheid,” zegt strategisch analist Ron Stoop. “Daarvoor is nú actie nodig, om te voorkomen dat Europa in een crisis vastloopt op logistieke beperkingen.”
“Als we afschrikking serieus willen nemen, moeten we de brandstofvoorziening voor onze strijdkrachten serieus nemen,” aldus Nico Tak, gepensioneerd driesterrengeneraal en strategisch adviseur van HCSS. “Dit rapport laat eens te meer zien dat afschrikking en defensie inspanningen zijn die de hele samenleving aangaan. Als wij in Nederland in geval van een crisis op onze bondgenoten willen kunnen rekenen, moeten wij onze verantwoordelijkheid op het gebied van brandstofvoorziening beter kunnen invullen.”
- Auteurs: Irina Patrahau, Ron Stoop en Lucia van Geuns
- Bijdrages van: Michel Rademaker, Nico Tak, Tom Middendorp, en Marit Weurding.
- Data analytics: Maria-Antigone Rumpf, Energex Partners
Het onderzoek is in opdracht van VEMOBIN, de Vereniging Energie voor Mobiliteit en Industrie, uitgevoerd door het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt uitsluitend bij de auteurs.









