Een alliantie die haar eigen voorwaarden niet meer gelooft, hoeft niet te worden verslagen om te verdwijnen.
Door Ghassan Dahhan en Tim Sweijs, gepubliceerd op 4 april 2026 in Trouw.
Soms houdt een systeem op te bestaan zonder dat iemand het hardop erkent. Alles gaat door zoals altijd: er wordt vergaderd, besluiten worden genomen, verklaringen afgelegd. Juist omdat alles blijft draaien, valt het niet op dat er iets is weggevallen. Het geheel blijft bestaan, maar meer uit gewoonte dan uit overtuiging.
Zo ging het ook met de Sovjet-Unie en het Warschaupact. Aan de buitenkant veranderde er lange tijd weinig. De instellingen bleven functioneren, de taal van continuïteit bleef in gebruik. Alles wees op stabiliteit, behalve datgene waar het werkelijk om draaide: het geloof dat het systeem droeg. Dat was al verdwenen, nog voordat iemand bereid was dat onder ogen te zien.
Iets vergelijkbaars is nu zichtbaar binnen de Navo. Niet omdat het bondgenootschap plotseling uiteenvalt, maar omdat het geloof dat het systeem draagt is verdwenen. In dat proces speelt Trump een rol die herinnert aan Gorbatsjov in de nadagen van de Sovjet-Unie. Door zijn acties wordt duidelijk dat het al niet meer wordt gedragen. Wat overblijft, is een alliantie die van buiten bezien nog functioneert, maar waaruit de ziel is verdwenen.
In Brussel wordt nog steeds vergaderd, topontmoetingen volgen elkaar op, verklaringen worden afgelegd, Artikel 5 wordt herhaald, troepen verplaatst, oefeningen aangekondigd. Alles beweegt zoals het hoort te bewegen. En juist dat maakt het lastig te zien wat er ontbreekt.
Maar van binnenuit wordt de alliantie uiteengedreven door krachten die elkaar tegelijk versterken en ondermijnen. Het is niet één oorzaak die doorslaggevend is, maar hun samenloop die geleidelijk hetzelfde effect heeft: het oplossen van de kern.
Allereerst was daar het verdwijnen van haar oorspronkelijke tegenhanger en bestaansrecht: de Sovjet-Unie. Met het instorten daarvan verdween niet alleen een vijand, maar ook de noodzaak die de alliantie bijeenhield. Wat resteerde, was een structuur zonder existentiële rechtvaardiging.
In plaats van dat probleem onder ogen te zien, werd het toegedekt: met operaties buiten het eigen gebied, en met een steeds breder takenpakket, van hervorming van de veiligheidssector tot rampenbestrijding. Dat klonk lange tijd overtuigend, maar bracht de noodzaak niet terug.
Innerlijke verdeeldheid
Na de inname van de Krim door Rusland in 2014, en nog duidelijker na de inval in Oekraïne in 2022, leek het alsof het bondgenootschap zijn noodzaak had hervonden. Een gemeenschappelijke vijand herstelt immers vaak wat in tijden van vrede verzwakt. Navo-leden verhoogden hun uitgaven, breidden hun aanwezigheid aan de grenzen uit en spraken af sneller en met grotere aantallen strijdkrachten te kunnen optreden. In woorden en maatregelen leek de eenheid hersteld.
Maar zoals vaker gebeurt, verhulde deze uiterlijke versterking een innerlijke verdeeldheid. De meningsverschillen over steun aan Oekraïne, dat geen deel uitmaakt van het bondgenootschap, toonden al aan dat niet allen hetzelfde wilden of hetzelfde risico wilden dragen. Uiteenlopende belangen werden slechts door diplomatiek kunst- en vliegwerk bijeengehouden.
Er vond ook een fundamentelere verschuiving plaats: van loyaliteit naar ‘voor-wat-hoort-wat’-politiek. Men herhaalt in defensiekringen graag het cliché dat veiligheid niet gratis is en vrede niet vanzelfsprekend. Binnen een alliantie moet het omgekeerde gelden: loyaliteit is vanzelfsprekend en gratis.
Zodra steun afhankelijk wordt gemaakt van bijdragen en verrekeningen, is hij al opgegeven. Wat Cicero schreef over vriendschap, is ook van toepassing op bondgenootschappen: ‘niets is duurzaam wat onbetrouwbaar is’ en ‘het is onmogelijk dat iemand loyaal blijft die onberekenbaar en grillig van aard is, of iemand die niet gevoelig is voor dezelfde dingen, simpel gezegd wiens innerlijk niet past bij een vriend.’
Gedreven door angst
Hetzelfde fenomeen is zichtbaar nu de Verenigde Staten openlijk in termen van kosten en baten spreken over de Navo. Het bondgenootschap is geen vanzelfsprekendheid meer. Wat verloren gaat, is niet militair maar iets eenvoudigers: de bereidheid er te zijn voor elkaar, zonder eerst te rekenen. Dat is per definitie niet rationeel, net als vriendschap. Een goede vriendschap ontstaat niet omdat ze iets oplevert; ze levert iets op omdat ze er is. Zodra je haar gaat wegen en uitleggen, is ze in feite al voorbij.
Daarnaast werd ons handelen sinds Oekraïne sterker gedreven door angst dan door strategisch inzicht. De reactie op Rusland was niet uitsluitend weloverwogen. In de haast om de reële Russische dreiging te trotseren, zochten Europese Navo-landen houvast zonder alle gevolgen te overzien.
Dat mechanisme doet denken aan de fabel van Aesopus over het hert dat, op de vlucht voor jagers, de grot van een leeuw binnengaat: wie zonder nadenken aan een gevaar probeert te ontsnappen, kan juist in een ander gevaar terechtkomen. Precies dat lijkt hier te zijn gebeurd: vanwege de dreiging van Rusland zijn we dieper in de Amerikaanse grot terechtgekomen.
Het Navo-bondgenootschap gleed steeds verder af toen onder de tweede termijn van Trump de ruil ontaardde in openlijke dwang. Dat wordt nu zichtbaar in de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. De Verenigde Staten handelen zonder hun bondgenoten te raadplegen, zaaien dood en verderf en veroorzaken daarmee een wereldwijde economische schok, om vervolgens steun te eisen van de Navo.
Dat maakt zichtbaar hoe wij in de greep van Washington zijn geraakt: uit angst zijn wij in een afhankelijkheidspositie beland, en juist die afhankelijkheid wordt nu gebruikt om ons mee te trekken in een oorlog die niet de onze is.
Zelden gelijkwaardige partners
Dit patroon raakt aan een oudere waarheid over macht en bondgenootschappenzoals Thucydides beschreef in zijn werk over de Peloponnesische Oorlog. Kleine en middelgrote staten zijn in dit soort allianties zelden gelijkwaardige partners; zij bewegen mee met de wil van de machtigste.
Wie denkt dat een defensieve alliantie per definitie bescherming biedt, miskent de les van de Delische Bond: bescherming kan omslaan in onderwerping. Wat begon als een bond van Griekse staten tegen het machtige Perzië, kantelde geleidelijk in een instrument van Atheense dominantie. Aanvankelijk leverden bondgenoten vrijwillig schepen en middelen voor de gemeenschappelijke verdediging; later werden financiële bijdragen afgedwongen en dienden die niet langer primair de veiligheid, maar de macht en glorie van Athene. Uittreden was geen recht, maar een risico: wie zich wilde onttrekken, werd desnoods militair tot gehoorzaamheid gedwongen. Samenwerking werd zo afhankelijkheid.
De Delische Bond viel uiteindelijk uiteen – ruim zeventig jaar na haar oprichting – nadat kleine staten hun kans grepen om zich los te maken, toen Athene verzwakte. De Navo is momenteel net iets ouder dan haar klassieke tegenhanger. De vraag is: hoeveel tijd rest de Navo?
Ook in de onderlinge verhoudingen tekent het verval zich af. De toon tussen bondgenoten is verhard, wantrouwend en openlijk minachtend. De druk wordt intussen expliciet opgevoerd. Donald Trump dreigt met vertrek uit de ‘papieren tijger’ Navo, en met strafmaatregelen tegen landen die zijn oorlog niet steunen. Wat begon als een defensief bondgenootschap, verandert zo in een instrument van dwang. Wie niet meebeweegt, wordt gestraft; wie wel meebeweegt, bevestigt de afhankelijkheid.
En daarmee wordt definitief een grens overschreden. Een alliantie waarin voorwaarden worden gesteld aan hulp, waarin steun afhankelijk wordt gemaakt van politieke, financiële en zelfs militaire tegenprestaties, is geen bondgenootschap meer, maar een juk. De grote fout die Europese leiders kunnen maken, is te wachten op een formeel breekpunt, of zich vast te klampen aan de gedachte dat het Congres nog een laatste waarborg vormt. Maar zulke momenten doen er niet toe. Het bondgenootschap eindigt niet wanneer de stekker er officieel uit wordt getrokken, maar wanneer steun voorwaardelijk wordt gemaakt. Dat moment ligt achter ons.
Militaire uitgaven
Wie zegt dat woorden er niet toe doen, ontkent datgene wat een relatie überhaupt mogelijk maakt, zeker ook in de internationale betrekkingen. Afschrikking berust immers niet alleen op militair vermogen maar ook op het geloof van de tegenstander dat de bereidheid bestaat om deze in te zetten. Juist daarom is het misleidend om Trumps uitvallen af te doen als stijl, of als iets waar je ‘doorheen moet luisteren’. Als woorden geen gewicht hebben, hebben toezeggingen dat evenmin. En zonder geloofwaardige toezeggingen valt er niets meer serieus te nemen.
Het enige wat ons voorlopig nog beschermt, is dat tegenstanders deze ontwikkeling niet volledig hebben doorzien. Rusland behandelt de Navo nog steeds als een samenhangend geheel, als een bondgenootschap waarvan de onderlinge verplichtingen in laatste instantie overeind zullen blijven. Zolang dat beeld standhoudt, functioneert de afschrikking nog, maar het is onzeker hoe lang een werkelijkheid kan blijven bestaan die in toenemende mate op schijn berust, net als het Warschaupact in zijn nadagen.
Tegelijkertijd verschuift de aandacht steeds nadrukkelijker naar militaire uitgaven, alsof daarin de oplossing ligt, en alsof het verhogen van middelen alleen het verlies aan samenhang kan compenseren. Maar afschrikking heeft nooit in de cijfers gezeten en berust daar nog steeds niet op. Zij was geworteld in de bereidheid om, zo nodig tegen het eigen belang en zelfs met het risico van zelfvernietiging, voor elkaar op te komen, in een vorm van solidariteit die geen voorwaarden kende en juist daardoor geloofwaardig was. Wie gelooft nog dat staten bereid zijn zich op te offeren voor elkaar, wanneer zij daar eerst onderling over onderhandelen?
Kwestie van afweging
Nu de bereidheid ontbreekt om elkaar zonder voorbehoud te helpen, verliest het bondgenootschap zijn grondslag. Wat resteert, zijn middelen waarvan het gebruik onzeker is en toezeggingen die niet langer als bindend worden ervaren. Afschrikking wordt daarmee een kwestie van afweging. En wat afhankelijk is van afweging, kan worden uitgesteld, herzien of verworpen. Zodra dat zichtbaar wordt, verliest het zijn werking.
Voorlopig rust het geheel nog op de aanname dat het systeem werkt, dat de onderliggende logica standhoudt en dat de belofte van Artikel 5 nog geldt. Maar deze aannames blijven slechts overeind zolang zij niet worden beproefd, en de geschiedenis leert dat juist op dat moment zichtbaar wordt wat al eerder het geval was.
De conclusie dringt zich dan ook op dat de Navo niet in de eerste plaats van buitenaf wordt bedreigd, maar van binnenuit wordt verzwakt door de verschuiving van loyaliteit naar calculatie en door het vervagen van het onderscheid tussen wat zij is en wat zij niet is.
Wat resteert is een verband dat nog functioneert, maar niet meer steunt op wat het ooit droeg; de vorm blijft herkenbaar, terwijl de inhoud geleidelijk verdwijnt. Dat verschil blijft niet onzichtbaar. Op een gegeven moment wordt het duidelijk, en dan zal blijken dat wat is blijven bestaan, niets meer is dan de naam.
Bron: Trouw, 4 april 2026




