Decennialang gold het kernwapen als het ultieme afschrikmiddel. Maar terwijl de nucleaire dreiging afneemt, dienen zich nieuwe technologieën aan die minstens zo ontwrichtend kunnen zijn, schrijft Sven Koopmans van het HCSS in zijn column voor het FD.

Zouden we al die tijd onnodig bang zijn geweest? Sinds in 1945 een atoomwapen viel op Hiroshima is de wereld in de ban van de bom. Ten tijde van de Doe Maar-hit ‘Als de bom valt’ in 1982 waren er 67.000 kernkoppen. Nu telt onderzoeksinstituut SIPRI er bijna 10.000. 83% is in handen van de Verenigde Staten en Rusland.

De wapens zijn zo verschrikkelijk dat ze anderen zouden weerhouden van aanvallen. De vraag is of dat zo is en of we wel de juiste angsten hebben, in tijden van drones en kunstmatige intelligentie.

Doe maar niet

‘Laat maar vallen dan, het komt er toch wel van, het geeft niet of je rent’, zong Doe Maar. Inmiddels voert Oekraïne, dat in 1994 afstand deed van Sovjetkernwapens, talloze droneaanvallen uit op Rusland. Europa, dat in 2022 nog bang was om Kyiv zware wapens te bieden, levert nu materieel dat tot in Moskou vernietiging brengt. Toch rekent niemand op nucleaire vergelding, Poetins dreigementen niettegenstaande. Wat is er aan de hand?

Nadat ook China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een arsenaal hadden gebouwd, probeerden ze anderen ervan te weerhouden hetzelfde te doen. Met het non-proliferatieverdrag van 1968 zagen 186 landen vrijwillig af van kernwapens. Het hielp dat ze zo moeilijk en duur zijn dat alleen staten ze kunnen bouwen.

Slechts een paar landen doen niet mee aan het verdrag: India, Israël, Pakistan en Noord-Korea. Andere landen houden zich rustig. Met uitzondering van Iran, dat beweert geen kernwapens te willen, maar wel verdacht bezig was. Dat zou dan ook de voornaamste reden zijn voor de aanvalsoorlog van Israël en de VS.

Juist die oorlog lijkt te suggereren dat atoomwapens minder belangrijk zijn dan gedacht. Hoe kan het dat Washington en Jeruzalem, met de beschikking over de ‘ultieme’ wapens, het afleggen tegen een land dat volgens hen op het punt stond ze te maken?

Of werkt een kernbom alleen als verdedigingsmiddel, maar niet bij aanvalsoorlogen? Zou het dan Rusland uitmaken of de aanvallen op Moskou als ‘eigen schuld’ worden gezien, en het daarom geen kernwapens inzet? De redenen liggen elders: de bom gebruiken is onaanvaardbaar en uiteindelijk nutteloos.

Nucleaire paradox

Als oorlog, zoals de Pruisische militair denker Carl von Clausewitz schreef, de voortzetting van politiek met andere middelen is, dan vormt het gebruik van de atoombom juist een zelfgekozen politiek einde – nog los van de militaire vergelding die kan volgen. Wie als eerste een atoombom inzet, zal waarschijnlijk nooit bereiken wat hij of zij beoogt, omdat het doel van de strijd – territorium, veiligheid, prestige of rijkdom – daardoor zijn waarde verliest.

Deze nuancering betekent nog niet dat angst voor atoomwapens ongegrond is. Gekken bestaan. Een stervende dictator kan voor anderen het licht willen uitdoen. Het tegengaan van verdere verspreiding en veiligheidsmaatregelen tegen ongelukken blijven daarom essentieel. Ook blijft het nuttig zelf met kernwapens te kunnen dreigen om gekken af te schrikken. Toch zijn er twee vitale lessen te trekken.

De eerste is dat tegenover een kleinere nucleaire dreiging ook minder bescherming staat. Dat geldt ook voor Nederland, dat hoopt te kunnen schuilen onder andermans nucleaire paraplu, of die nu Amerikaans of Frans is. De vijand kan ons nog altijd overrompelen en mogelijk zelfs vernietigen.

De tweede les is dat we onze aandacht daarnaast meer moeten richten op andere dreigingen. Drones zijn preciezer dan een atoombom, veroorzaken minder nevenschade en dragen een minder afschrikwekkend imago. Ze zijn bovendien vele malen goedkoper en daardoor op grote schaal inzetbaar. Maar juist daarin schuilt het gevaar. Als één drone één persoon kan doden, wat gebeurt er dan wanneer een zwerm van honderdduizenden of zelfs miljoenen autonome drones tegelijk wordt ingezet? En hoeveel kost dat?

Dronetijdperk

Terwijl kernwapens alleen door staten worden gemaakt, zijn simpele drones al te knutselen door tieners en grotere drones door relatief kleine organisaties. Dat maakt de atoombom heerlijk ouderwets. Een dronenon-proliferatieverdrag tussen staten is al bijna onmogelijk en afspraken met terroristen zeker. Maar hoe vecht je dan tegen robots? In 2018 initieerde ik in de Tweede Kamer een onderzoek over drones en killerrobots. Inmiddels is de realiteit verder dan wat velen toen nog sciencefiction vonden.

De uitkomst was een Nederlands wereldwijd initiatief voor de regulering van AI in het militaire domein, ondergebracht bij denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS), waar ik inmiddels werk. Maar die ambitie blijkt nu al te beperkt. Ook in het civiele domein kunnen AI-modellen uitgroeien tot massavernietigingswapens, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van biologische wapens of het uitschakelen van vitale mondiale systemen, geïllustreerd door het gevaar van Mythos. Maar nu AI-modellen zichzelf kunnen schrijven en verbeteren, rijst een fundamentelere vraag: hoe en tegen wie verdedigen wij ons nog? Zoals Doe Maar zong: ‘Ik heb jou nooit gekend, wil weten wie jij bent, wil weten wie jij bent…’

Sven Koopmans is oud-VVD-kamerlid en hoofd onderhandeling en conflictoplossing bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Deze column werd op 28 juni gepubliceerd in het Financieele Dagblad. Lees hier al zijn FD columns.

Experts

© The Hague Centre for Strategic Studies