Column

Opzeggen kernwapenverdrag betekent einde aan tijdperk van optimisme

February 11th 2019 - 16:45

Wie dood en verderf anno 1987 wil zien moet naar het Air and Space Museum in Washington gaan. Kernwapens, de Russische SS-20 en de Amerikaanse Per­shing II, staan daar gebroederlijk naast elkaar.

Het zijn relicten uit de Koude Oorlog waartegen in Nederland onder leiding van Mient Jan Faber ooit een half miljoen mensen op de been kwam. Dat het museumstukken zijn, is onderdeel van het INF-akkoord dat nu door president Trump wordt opgezegd.

Ruim dertig jaar later doen die kernraketten ons herinneren aan een voorbije tijd die na de val van de Berlijnse Muur in 1989 begon met het optimisme van ‘nooit meer oorlog’. Die tijd eindigt nu met vijandschap tussen de grootmachten en sneuvelende verdragen.

Wapenwedloop

Of, zoals NRC-Handelsblad afgelopen maandag op de voorpagina veronderstelde, door het opzeggen van het INF-akkoord de veiligheid van Europa op het spel staat, weet ik niet. Dat bleek ook niet het geval toen president Bush jr. in 2002 het ABM-akkoord opzegde. Dat verdrag legde de raketverdediging van Oost en West aan banden. Ook toen werden apocalyptische voorspellingen over een nieuwe wapenwedloop gedaan. Rusland en Amerika zouden hun grenzen hermetisch met antiraketraketten gaan afsluiten en nieuwe offensieve wapens gaan ontwikkelen waarmee die verdedigingslinies geslecht konden worden.

Die wapenwedloop kwam er niet. Wel werd twee jaar later een akkoord gesloten dat het aantal strategische kernwapens waarmee Rusland en Amerika elkaar kunnen vernietigen drastisch reduceerde en de wereld wat veiliger maakte.

Het INF-akkoord moet er volgens Trump aan geloven omdat de Russen een geavanceerde kruisraket, de 9M729 of SSC-8, ontwikkelen. Volgens het Kremlin heeft die een bereik van minder dan 500 km en is deze volgens het verdrag toegestaan.

Dat de Amerikanen argwaan voor Rusland koesteren is niet zonder reden. In maart 2018 kondigde president Poetin in een oorlogszuchtige rede een hele serie nieuwe generatie wapens aan zoals een hypersonische raket waarmee de Amerikaanse raketverdediging omzeild kan worden. Het leek deels grootspraak, maar de toon was gezet.

Wereldorde

Een andere reden voor de teloorgang van het INF-verdrag is het feit dat landen als China en Noord-Korea niet onder het verdrag vallen en vrij zijn raketten binnen de limieten van 500 tot 5500 kilometer te fabriceren. Zo bezien is het afschaffen van het INF-akkoord het logische gevolg van de nieuwe wereldorde waarin Amerika zich grotere zorgen over China en Noord-Korea maakt, dan over Rusland. Maar het China-Noord-Korea-argument is onzin omdat Amerika daar geen raketten voor de middellange afstand nodig heeft en voldoende heeft aan zijn wapens die vanaf schepen, vliegtuigen en vanuit Amerika zelf kunnen worden gelanceerd.

Het opzeggen van dit verdrag is daarom de zoveelste roekeloze daad die de stabiliteit zal verminderen en de opmaat kan zijn naar het opzeggen van de strategische wapenbeheersingsverdragen die in 2021 aflopen. Daardoor worden voor het eerst sinds 1972 kernwapens niet langer aan banden gelegd en wordt de orde die na het einde van de Koude Oorlog stabiliteit en veiligheid bracht, verder gesloopt.

Een lichtpuntje is dat Trump in zijn State of the ­Union heronderhandeling van het INF-verdrag niet uitsloot. Die strohalm moeten de Europese leiders met beide handen aanpakken.

Lees wekelijks de column van Rob de Wijk in Trouw.

Rob de Wijk is the founder of The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) and Professor of International Relations and Security at the Institute of Security and Global Affairs at Leiden University. He studied Contemporary History and International Relations at Groningen University, and wrote his PhD dissertation on NATO’s ‘Flexibility in Response’ strategy at the Political Science Department of Leiden University.