Een analyse van de Nederlandse Defensiestrategie voor Klimaatverandering en Veiligheid

Klimaatverandering is niet langer alleen een milieuvraagstuk, maar een strategische factor die de operationele gereedheid van krijgsmachten direct beïnvloedt. In haar analyse van de nieuwe Defensiestrategie voor Klimaatverandering en Veiligheid concludeert Laura Birkman, Directeur Klimaat, Water en Voedselzekerheid Programma bij HCSS, dat Nederland een belangrijke stap zet door klimaat als veiligheidsvraagstuk te benaderen. Tegelijkertijd waarschuwt zij dat een solide strategie alleen niet volstaat: zonder concrete uitvoering, robuuste data-infrastructuur en een sterkere nationale verankering dreigt de ambitie achter te blijven bij de werkelijkheid.

De op 3 juli gepubliceerde Nederlandse Defensiestrategie voor Klimaatverandering en Veiligheid is een noodzakelijke en inhoudelijk solide stap vooruit. Tegelijk mist de strategie nog een stevig nationaal anker, een duidelijke operationalisering en expliciete keuzes om klimaat niet alleen als dreiging te zien, maar juist als strategische kans voor militaire effectiviteit, energiezekerheid en logistieke weerbaarheid. De echte toets wordt het actieplan: daarin moet Defensie klimaat expliciet verbinden met gevechtskracht, energie- en dataveiligheid, en een sterke internationale positie.

Klimaat als strategische noodzaak

Klimaatverandering raakt direct de kern van militaire operaties: energie, logistiek, personeel en informatie. Voor Defensie is klimaat daarmee niet alleen een risico, maar ook een strategische kans: de energietransitie kan de afhankelijkheid van kwetsbare logistieke ketens en fossiele brandstoffen verminderen, de inzetbaarheid van systemen vergroten en de autonomie in operaties versterken.

De Defensiestrategie voor Klimaatverandering en Veiligheid erkent klimaat expliciet als operationeel en strategisch vraagstuk. Dat is een duidelijke stap vooruit ten opzichte van een klassieke duurzaamheidsbenadering. De indeling langs de vier sporen anticipatie, adaptatie, mitigatie en samenwerking sluit goed aan bij Europese ontwikkelingen, zoals de EU Strategic Compass en A New Outlook on the Climate-Security Nexus.[1] Tegelijk sluit deze benadering aan bij de Nederlandse nationale veiligheidsstrategie waarin klimaatverandering wordt erkend als risico voor vitale infrastructuur, ketens en het functioneren van de samenleving.[2]

Wat de strategie goed doet

De inhoudelijke kracht van de strategie ligt in de expliciete koppeling tussen klimaatverandering en operationele gereedheid. Energiezekerheid en strategische autonomie worden terecht als mission critical gezien. Daarmee kiest Defensie nadrukkelijk voor een benadering waarin klimaatadaptatie en mitigatie worden gepositioneerd als versterking van de gevechtskracht, niet als losse duurzaamheidsdoelstelling.

Dit past bij eerdere analyses. HCSS concludeerde in Resilient and Robust: Climate-Proofing the Military for Increased Military Effectiveness (2023) dat klimaatmaatregelen binnen de krijgsmacht urgent en onvermijdelijk zijn, en dat bestaande dual use groene technologieën belangrijke operationele voordelen kunnen opleveren, onder meer door de afhankelijkheid van kwetsbare logistieke ketens en fossiele brandstoffen te verkleinen.[3] De NAVO benadrukt in het Climate Change and Security Action Plan (2021) dat diversificatie van energiebronnen en de inzet van innovatieve energietechnologieën kunnen bijdragen aan mission endurance and operational effectiveness van de krijgsmacht.[4]

Tot slot is het positief dat Defensie de strategie wil uitwerken in een actieplan met concrete maatregelen, verantwoordelijkheden en tijdlijnen, en dat Nederland wil bijdragen aan het NAVO Climate Change and Security Center of Excellence (CCASCOE). Dat versterkt toegang tot internationale kennis en biedt kansen op een zichtbaardere rol binnen de internationale gemeenschap op het gebied van klimaat en veiligheid.[5]

Drie aandachtspunten

  1. Een wankel institutioneel anker

Hoewel de Nederlandse strategie inhoudelijk goed aansluit bij de operationele inzichten die binnen de NAVO de afgelopen jaren zijn ontwikkeld, positioneert zij haar doelstelling nadrukkelijk als invulling van afspraken binnen de NAVO en de EU. Dat institutionele vertrekpunt is minder stabiel dan de strategie suggereert. Klimaatveiligheid is binnen beide organisaties geen stabiele beleidsprioriteit, maar een thema dat meebeweegt met politieke aandacht en strategische framing.

Deze gevoeligheid voor politieke windrichtingen blijkt onder meer uit de aanpassing van het taalgebruik in NAVO-documenten na het aantreden van de regering Trump (van green technologies naar innovative technologies, en climate werd in sommige contexten vervangen met operational environment)[6] en het ontbreken van klimaatveiligheid op de agenda’s van zowel de NAVO-top in Den Haag (2025) als die in Ankara (2026). Dat laat zien dat de politieke positionering van klimaatveiligheid minder stabiel is dan de onderliggende militaire inzichten.

Juist op operationeel niveau blijft bredere overeenstemming bestaan over het belang van energiezekerheid, logistieke weerbaarheid en klimaatveiligheid voor de gevechtskracht, terwijl de politieke framing van het onderwerp gevoeliger is voor veranderende prioriteiten.

Een strategie die zich primair beroept op internationale afspraken wordt daardoor gevoelig voor veranderingen in bondgenootschappelijke prioriteiten. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang de strategie daarnaast stevig leunt op een nationale veiligheidsanalyse. Nederland beschikt over een brede nationale veiligheidsstrategie waarin klimaatverandering expliciet wordt genoemd als grensoverschrijdend risico, maar die nationale analyse wordt in de defensiestrategie nog te weinig aangehaald als referentiepunt.

Klimaatveiligheid verdient niet alleen prioriteit omdat de EU en de NAVO daar afspraken over maken, maar vooral omdat het direct raakt aan Nederlandse veiligheidsbelangen: de bescherming van vitale infrastructuur, de weerbaarheid van logistieke ketens, de inzetbaarheid van de krijgsmacht en het bredere strategische voortzettingsvermogen van Nederland.

Een robuuste strategie moet ook overtuigend blijven als bondgenootschappelijke prioriteiten verschuiven. Dat vraagt om een explicieter nationaal anker: klimaat als vast onderdeel van de Nederlandse veiligheids- én defensiestrategie, verankerd in eigen veiligheidsbelangen in plaats van wisselende internationale agenda’s.

  1. Data-afhankelijkheid als strategisch risico

Strategische anticipatie op klimaatrisico’s staat of valt met betrouwbare klimaat-, weer- en oceaandata. Voor een maritiem land als Nederland is dat cruciaal. Zowel het IPCC[7] als de WMO[8] benadrukken dat mondiale observatie- en monitoringssystemen essentieel zijn om veranderingen in oceaancirculatie, weersextremen en systeemrisico’s tijdig te detecteren.

Dat geldt in het bijzonder voor de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC). Wetenschappelijke studies wijzen op een mogelijke structurele verzwakking, met grote gevolgen voor weerpatronen, zeespiegelstijging en maritieme planning.[9] Europa heeft met Copernicus een sterke observatiecapaciteit, maar die vervangt mondiale data-infrastructuren niet volledig.[10]

Tegelijk staat de internationale, vooral Amerikaanse, klimaat- en oceanografische observatiecapaciteit onder druk: het $368 miljoen Ocean Observatories Initiative [11] wordt ontmanteld en de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) wordt geconfronteerd met bezuinigingen.[12] Dat raakt direct het anticipatievermogen van Europese staten. Deze data-afhankelijkheid wordt in de Nederlandse strategie nauwelijks benoemd, terwijl zij strategisch cruciaal is: zonder betrouwbare data wordt anticipatie een blinde vlek.

Het aangekondigde actieplan zou deze kwetsbaarheid expliciet moeten adresseren: welke datastromen zijn mission critical voor Nederlandse operaties, hoe borgt Nederland toegang, redundantie (back-ups) en kwaliteit, en welke rol kan Defensie spelen in Europese investeringen in observatie- en monitoringscapaciteit?

  1. Ambitie en voortgang uit balans

De geloofwaardigheid van het mitigatiespoor wordt ondermijnd door de eigen uitvoeringsgeschiedenis. De krijgsmacht loopt achter op eigen klimaatdoelen: ambities en plannen zijn er voldoende, maar aantoonbare voortgang blijft achter.[13] Het bijmengen van duurzame vliegtuigbrandstof, gepland voor 2024, is nog niet gerealiseerd. In het HCSS-rapport No Fuel, No Fight: The Dutch Fuel Industry and European Military Readiness (2026) wordt gesteld dat het Europese brandstofsysteem onvoldoende voorbereid is op langdurige crisis of hoogintensief conflict. Afnemende raffinagecapaciteit en groeiende importafhankelijkheid creëren een structurele spanning tussen civiele efficiëntie en militaire paraatheid.[14]

Klimaat- en energiebeleid kan niet normatief blijven. Het moet expliciet worden gekoppeld aan logistieke veerkracht, voorraadbeheer, alternatieve brandstoffen en crisisbestendige infrastructuur. Juist de groene energietransitie biedt hier een strategische kans: door de afhankelijkheid van kwetsbare aanvoerlijnen en centrale raffinagecapaciteit te verkleinen, kan Defensie haar voortzettingsvermogen in crisis en conflict vergroten.

Een gemiste kans: kennispositie en internationale positionering

Nederland beschikt over een sterk kennisecosysteem op het gebied van klimaatveiligheid, maar benut dat nog onvoldoende als strategisch instrument. De International Military Council on Climate and Security (IMCCS), waarbij HCSS en Clingendael zijn aangesloten als uitvoeringspartners, brengt een wereldwijd netwerk van militaire leiders, veiligheidsexperts en kennisinstellingen samen dat klimaatgerelateerde veiligheidsrisico’s analyseert en vertaalt naar beleidsaanbevelingen.[15] Het World Climate and Security Report (2024) onderstreept dat militaire innovatie, energiezekerheid en klimaatadaptatie steeds nauwer met elkaar verweven raken.[16]

Ook het Water, Peace and Security Partnership, een samenwerking tussen het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en een consortium van zes partners – HCSS, IHE Delft, Deltares, WRI, International Alert en Wetlands International – laat zien wat een geïntegreerde klimaatveiligheidsbenadering in de praktijk kan betekenen.[17] Dit partnerschap ontwikkelt instrumenten om klimaat- en water-gerelateerde veiligheidsrisico’s vroegtijdig te signaleren. Daarnaast verkent het hoe defensie- en veiligheidsactoren, als ‘vierde D’, naast diplomacy, development en disaster relief, kunnen bijdragen aan een geïntegreerde respons in fragiele contexten. Daarmee onderstreept het de meerwaarde van samenwerking over beleidsdomeinen heen.[18]

Deze voorbeelden staan niet op zichzelf. Universiteiten, kennisinstellingen, NGOs en het bedrijfsleven beschikken gezamenlijk over expertise die relevant is voor de paraatheid van de Nederlandse krijgsmacht: van risicoanalyse en datamonitoring tot logistiek, energie, infrastructuur en technologische innovatie. De strategie noemt samenwerking als vierde spoor, maar benut deze kennispositie nog onvoldoende als basis voor nationale beleidsontwikkeling, internationale profilering en de uitvoering van het actieplan.

Conclusies

  1. De strategie is inhoudelijk solide en markeert klimaat terecht als strategisch en operationeel vraagstuk, in lijn met NAVO- en EU-ontwikkelingen.
  2. Nederland beschikt over een bredere nationale veiligheidsanalyse, maar de expliciete koppeling tussen die analyse en de defensiestrategie voor klimaatveiligheid blijft beperkt, waardoor de strategie sterk leunt op internationale kaders.
  3. Data-afhankelijkheid voor klimaat- en oceaandata vormt een strategisch risico dat nauwelijks benoemd wordt, terwijl het cruciaal is voor anticipatie, maritieme planning en klimaatinlichtingen.
  4. Ambities op mitigatie en energie lopen achter op uitvoering: de energietransitie wordt nog onvoldoende expliciet benut als bron van militaire effectiviteit, energiezekerheid en logistieke weerbaarheid.
  5. Nederland heeft een sterk kennisecosysteem dat nog niet volledig wordt ingezet voor beleid, uitvoering en internationaal leiderschap op het snijvlak van klimaat en veiligheid.

Aanbevelingen

  1. Versterk de koppeling met de nationale veiligheidsstrategie.

Maak in het actieplan expliciet hoe klimaatveiligheid voortbouwt op de bestaande nationale veiligheidsstrategie, bijvoorbeeld ten aanzien van vitale infrastructuur, ketens, en strategische afhankelijkheden.[19]

  1. Operationaliseer de strategie met harde mijlpalen.

Formuleer per spoor (anticipatie, adaptatie, mitigatie, samenwerking) concrete doelen, tijdlijnen, KPI’s, verantwoordelijke uitvoerende partijen, en bijbehorende middelen.

  1. Benut de energietransitie expliciet als strategische kans.

Koppel klimaat- en energiebeleid direct aan logistieke weerbaarheid en mission endurance: een kleinere logistieke footprint, alternatieve brandstoffen en meer energie-autonome eenheden.

  1. Maak klimaatinlichtingen en data-infrastructuur een expliciet onderdeel van het actieplan.

Definieer welke klimaat-, weer- en oceaandata mission critical zijn, hoe Nederland afhankelijkheden van externe systemen wil verkleinen en welke rol Europese initiatieven zoals Copernicus daarbij spelen.

  1. Ontwikkel een Paraat-Klimaatprogramma binnen het Nationaal Defensie- en Veiligheidsinnovatieprogramma (NADI).

Richt een geïntegreerd innovatietraject in dat de strategie vertaalt naar concrete projecten rond klimaatbestendige infrastructuur, alternatieve brandstoffen, datagedreven anticipatie en energieoplossingen voor inzetbare eenheden.

  1. Ontwikkel een gerichte internationale inzetstrategie.

Bepaal in welke NAVO-, EU- en andere relevante fora Nederland structureel wil deelnemen, welke analyses en programma’s het wil inbrengen, en op welke niches het zich wil profileren, zoals maritieme klimaatveiligheid, energie/logistiek en klimaat-water-veiligheid.

Nederland heeft de mensen, de kennis en de instituties om op het snijvlak van klimaat en veiligheid het verschil te maken. De strategie heeft de koers bepaald. Tijd om te gaan varen.

Laura Birkman, HCSS Programmadirecteur Klimaat, Water en Voedselzekerheid


[1] European External Action Service. (2022). A Strategic Compass for Security and Defence. https://www.eeas.europa.eu/eeas/strategic-compass-security-and-defence-1_en

[2] Rijksoverheid, Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023–2029, 3 april 2023.

[3] Patrahau, I., Birkman, L., Rademaker, M., Middendorp, T., & MacLaughlin, E. (2023). Resilient and Robust: Climate-Proofing the Military for Increased Military Effectiveness. HCSS. https://hcss.nl/report/resilient-and-robust-climate-proofing-the-military/

[4] NATO. (2021). Climate Change and Security Action Plan. https://www.nato.int/cps/en/natohq/topics_185174.htm

[5] NATO Climate Change and Security Centre of Excellence. (z.d.). About CCASCOE. https://ccascoe.org/

[6] Politico. (2025, april). Revealed: NATO downplays climate and gender language to appease Trump. https://www.politico.eu/article/nato-downplays-climate-and-gender-language-to-appease-trump/

[7] IPCC. (2023). Synthesis Report of the Sixth Assessment Report (AR6). https://www.ipcc.ch/report/ar6/syr/

[8] WMO. (2023). State of the Global Climate 2023. https://public.wmo.int/en/our-mandate/climate/wmo-statement-state-of-global-climate

[9] RealClimate. (2025, oktober). High-resolution fingerprint images reveal a weakening Atlantic Ocean circulation (AMOC). https://www.realclimate.org/index.php/archives/2025/10/high-resolution-fingerprint-images-reveal-a-weakening-atlantic-ocean-circulation-amoc/

[10] Oceanographic Magazine. (2025). EU ramps up ocean observation as US scales back. https://oceanographicmagazine.com/news/eu-ramps-up-ocean-observation-as-us-scales-back/

[11] CNN. (2026, juni 3). The oceans are in deep trouble: The Trump administration just ditched a vital deep-sea monitoring system. https://www.cnn.com/2026/06/03/climate/ocean-monitoring-system-amoc-trump-administration

[12] ProPublica. (2025). Trump’s NOAA budget cuts could gut critical climate modeling. https://www.propublica.org/article/trump-noaa-budget-cuts-climate-change-modeling-princeton-gfdl

[13] Argos/VPRO. (2026, mei). Defensie niet op koers voor eigen klimaatdoelen. https://argos.vpro.nl/artikelen/defensie-niet-op-koers-voor-eigen-klimaatdoelen

[14] HCSS. (2026). No Fuel, No Fight: The Dutch Fuel Industry and European Military Readiness. https://hcss.nl/wp-content/uploads/2026/05/No-Fuel-No-Fight-HCSS-2026.pdf

[15] International Military Council on Climate and Security. (z.d.). About IMCCS. https://imccs.org/about/

[16] IMCCS. (2024). World Climate and Security Report 2024. https://imccs.org/2024/07/10/world-climate-and-security-report-2024/

[17] Water, Peace and Security Partnership. (z.d.). About WPS. https://waterpeacesecurity.org/info/partners

[18] HCSS. (2025). WPS Symposium: From Fragility to Resilience: Engaging Defence and Security Actors in Water Security. https://hcss.nl/news/wps-symposium-from-fragility-to-resilience-engaging-defence-and-security-actors-in-water-security/

[19] Rijksoverheid, Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023–2029, 3 april 2023.

Experts

© The Hague Centre for Strategic Studies