Column

Column: Europa moet zelf voor zijn defensie gaan zorgen

November 8th 2019 - 08:00
Rob de Wijk Trouw

Dertig jaar na de val van de Berlijnse Muur zijn we terug bij af. Rusland is weer assertief en wordt als een bedreiging gezien. Het grote verschil met de Koude Oorlog is dat Amerika daar niet mee zit. Daardoor kan gebeuren wat volgens de tegenstanders van de Navo allang had moeten gebeuren, namelijk de ontmanteling van het bondgenootschap. Want als Trump als leider van deze militaire organisatie niet meer bereid is zijn militairen voor de verdediging van Europa in te zetten, dan heeft dit bondgenootschap geen zin meer, schrijft Rob de Wijk in zijn wekelijkse column voor Trouw.

Voor Frankrijk komt dat goed uit. Al in 2017 stofte president Macron oude ideeën af voor een zelfstandige, door Frankrijk geleide geloofwaardige Europese defensie. De recente twijfel aan de Amerikaanse veiligheidsgarantie voor Europa en daarmee aan de geloofwaardigheid van de Navo verschaft Macrons ideeën een nieuwe urgentie. Bovendien verschaft Trumps isolationisme Macron een overtuigend argument om de Europese Unie om te bouwen tot een volwaardige militaire speler.

Gigantische kosten

Echter, de kosten die hieraan verbonden zijn, zijn gigantisch. Het IISS in Londen berekende dat het wegvallen van de Amerikaanse bescherming van de aanvoerlijnen over zee en de verdediging van de Baltische staten en Polen tientallen extra oorlogsschepen, landmachtbrigades en honderden extra gevechtsvliegtuigen vereist. Dat gaat de Europese belastingbetaler het ontmoedigende bedrag van ruim 467 miljard dollar kosten. Dat is een onhaalbare kaart gezien de onmacht om de belofte waar te maken die de Europeanen deden in Wales in 2014. Toen beloofden ze plechtig om 2 procent van hun bbp, of 102 miljard dollar extra, aan defensie te besteden. Het hele defensiebudget van alle Europese Navo-landen is overigens 264 miljard dollar.

Dit leidt tot de vraag wat er feitelijk van het idee van ‘Europese strategische autonomie’ kan worden waargemaakt. Ik denk weinig. Niet alleen ontbreekt het geld, maar ook de politieke bereidheid om grootschalig te investeren. Bovendien is er geen bereidheid om nationale soevereiniteit in te ruilen voor echte samenwerking. Veel Europese politici hopen daarom dat het na Trump weer als vanouds wordt. 

Russische destabilisering van Europa

Helaas dringt de tijd. Het is verbijsterend dat een artikel in The New York Times (8 oktober) over de Russische destabilisering van Europa nauwelijks aandacht kreeg. Rusland tracht bewust met cyberaanvallen, desinformatiecampagnes en andere ondermijnende activiteiten de Navo als geheel te verzwakken. Achter de poging tot staatsgreep in Montenegro, de ondermijning van Moldavië, de moord op een wapenhandelaar in Bulgarije en de moordaanslag van vorig jaar op de voormalige Russische spion Skripal in Salisbury en talloze cyberaanvallen zou dezelfde organisatie zitten: de GU, de inlichtingen- en veiligheidsdienst van de Russische generale staf.

Ontkennen van Ruslands nieuwe assertiviteit is ­naïef. In het licht van de terugtrekkende bewegingen van Amerika dwingt dit tot nadenken over een Europese autonome defensiecapaciteit. Met de brexit in het vooruitzicht heeft Macron de beste kaarten om hier een sleutelrol te spelen. Bovendien is Frankrijk na het vertrek van de Britten de enige kernwapenstaat van de Unie. Ook al willen we het niet horen: deze wapens zijn de enige garantie voor onze veiligheid als wij Europeanen onze defensie niet op orde kunnen of willen brengen.

Rob de Wijk  is  hoogleraar internationale relaties en veiligheid aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij schrijft wekelijks over internationale verhoudingen. Lees zijn columns hier terug.

Rob de Wijk is the founder of The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) and Professor of International Relations and Security at the Institute of Security and Global Affairs at Leiden University. He studied Contemporary History and International Relations at Groningen University, and wrote his PhD dissertation on NATO’s ‘Flexibility in Response’ strategy at the Political Science Department of Leiden University.