Online extremisme is geen randverschijnsel meer, maar vormt een razendsnel groeiende dreiging. In een nieuw HCSS rapport laten strategisch analisten Gerben Bakker en Thijs van Aken zien hoe digitale broedkamers van haat en geweld jongeren aantrekken en vormen tot een nieuwe generatie extremisten – vaak onzichtbaar voor opsporingsinstanties. De impact reikt verder dan incidenten: het tast mentale weerbaarheid aan, beschadigt de democratische rechtsorde en ondermijnt de maatschappelijke stabiliteit.
Achter de façade van memes en digitale inside jokes schuilt een groeiende dreiging. Jongeren – soms pas acht jaar oud – raken verstrikt in online subculturen waar haat, geweld en antidemocratische denkbeelden genormaliseerd worden.
In het nieuwe rapport Van Meme Tot Moord waarschuwen HCSS-strategisch analisten Gerben Bakker en Thijs van Aken voor de opkomst van een nieuwe generatie extremisten, gevormd in de diepste krochten van het internet.
“Dit is geen incident, dit is een systeem,” stelt Bakker. “We zien een digitale voedingsbodem ontstaan waar geweld wordt genormaliseerd, gegamificeerd, ideologieën samensmelten tot radicale mengvormen, en extremisme zich vermomt in memes en beeldtaal die voor buitenstaanders nauwelijks te ontcijferen is.”
Het rapport identificeert niet alleen risico’s – zoals radicalisering, mentale schade bij jongeren en ondermijning van de rechtsorde – maar komt ook met drie heldere strategische aanbevelingen.
Allereerst moet meer geïnvesteerd worden in de kennisinfrastructuur, zoals de opleiding en werving van OSINT-specialisten, de ontwikkeling van monitoring-instrumenten en meer grip op digitale platformen. Daarnaast is het nodig om wet- en regelgeving beter af te stemmen op de aard van online dreiging, met oog voor zowel veiligheid als rechtsstatelijkheid. Tot slot is er behoefte aan een meer adaptieve en integrale preventiestrategie, met aandacht voor opvoeding, bewustwording en contranarratieven.
“We hebben een aanpassingsslag te maken aan de digitale dreiging: maatschappelijk en ook professioneel is meer aandacht nodig voor hoe extreme ideologieën en geweldsbeelden zich via een zeer ontwikkeld ecosysteem vastzetten in de leefwereld van sommige jongeren. De klassieke bril van extremismebestrijding volstaat niet meer,” aldus hoofdauteur Gerben Bakker. “Extremisme anno nu komt binnen via de internetkabel, en is verweven met internet-eigen communicatie en gedrag, zoals meme-propaganda, doxxing en sextortion. Dit maakt het ongrijpbaarder en daarmee ook gevaarlijker.”
De boodschap van het rapport is duidelijk: Nederland moet eindelijk sneller, slimmer en doortastender omgaan met extremismevormen die ten diepste verknoopt zijn geraakt met de digitale leefwereld van jongeren.
Lees het rapport via:
***
Auteurs: Gerben Bakker, Thijs van Aken, Philippe van Pappelendam en Julie Jeuken. Met medewerking van: Paul Sinning.
Met dank aan: Team Strategieontwikkeling Nederlandse politie, “Mary” (Capitol Terrorists Exposers), en diverse heimelijke onderzoekers en OSINT-analisten die bijdroegen aan deze analyse.
Dit onderzoek is verricht door HCSS in opdracht van de Nederlandse politie, als onderdeel van het meerjarige programma Strategische Monitor Politie, dat HCSS uitvoert in opdracht van de strategieafdeling van de Nederlandse politie. Het onderzoek voor dit rapport is afgerond in augustus 2025. Gebeurtenissen of ontwikkelingen die plaatsvonden in de periode tussen afronding en publicatie zijn niet van invloed geweest op de bevindingen.