Den Haag, 18 februari 2026 – Een verbod op het woonlandbeginsel in de zeevaart kan leiden tot een grootschalig vertrek van schepen uit het Nederlandse vlagregister. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en Deloitte, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De studie verwacht dat tussen de 50% en 70% van de onder Nederlandse vlag varende schepen zal omvlaggen wanneer toepassing van het woonlandbeginsel niet langer mogelijk is.
Het internationaal gebruikte woonlandbeginsel bepaalt dat zeevarenden worden beloond op basis van het prijspeil in hun woonland. Het College voor de Rechten van de Mens vond in recente niet-bindend oordelen dat deze praktijk discriminatoir kan zijn. Dit creëert voor reders grote onzekerheid. Het onderzoek brengt voor het eerst systematisch in kaart wat de potentiële gevolgen zijn van een mogelijk verbod op toepassing van dit beginsel.
De economische gevolgen zijn aanzienlijk. Het loslaten van het woonlandbeginsel leidt tot hogere kosten voor reders, verlies van internationale concurrentiekracht, afname van werkgelegenheid en aantasting van het bredere maritieme cluster in Nederland. Ook bestaat het risico dat reders hun administratieve en operationele activiteiten naar het buitenland verplaatsen.
Strategisch betekent een kleinere Nederlands vloot minder grip op nationale veiligheid, crisisinzet en maritieme autonomie. Daarnaast neemt de Nederlandse invloed af in internationale maritieme fora, zoals de IMO en ILO, en verslechtert de positie van Nederlandse zeevarenden, vakbonden en opleidingen.
Het rapport concludeert dat de effecten van het loslaten van het woonlandbeginsel haaks zouden staan op het Nederlandse industrie- en maritiem beleid, en druk op het nationale vestigingsklimaat versterken. De onderzoekers adviseren vervolgonderzoek naar de bredere economische en strategische gevolgen.
Auteurs: Sven Koopmans (HCSS), Robert Jan ter Kuile (Deloitte), Michiel van Keulen (Deloitte), Frank Bekkers (HCSS).
Dit rapport is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze rapportage is het resultaat van onafhankelijk onderzoek. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt volledig bij de auteurs.





