Filosoof en veiligheidsethicus Gerben Bakker ziet dat de moderne maatschappij hoge eisen stelt aan de overheid: die moet alle risico’s wegnemen en zo een volledig veilige samenleving creëren. ‘Burgers zijn verleerd mensen zelf op hun gedrag aan te spreken.’ Deel 4 van een serie over veiligheid in het Financieele Dagblad [bron].
Af en toe zwemt Gerben Bakker zelf in de fuik waar hij als filosoof en veiligheidsethicus al jaren tegen ageert. Onlangs gebeurde dat nog bij het invullen van het vaccinatieformulier voor zijn huwelijksreis naar Sao Tomé, ‘een enigszins obscuur eiland ergens voor de kust van Afrika’. Lachend: ‘Over onveilige keuzes gesproken. We houden wel van plekken die nog onontdekt zijn.’ Op het formulier werd hij gewezen op alle mogelijke ziektes die hij en zijn kersverse echtgenote konden oplopen op hun romantische trip. ‘Toen ging ik als gewaarschuwd mens natuurlijk nadenken over al die risico’s. En dat is precies de pest met kennis. Het zou beter zijn als we soms wat minder weten, zodat we ons vrijer kunnen bewegen.’
Nog maar net hersteld van de bijwerkingen van de prik tegen gele koorts – ‘Ik wist niet dat je daar zó ziek van kon worden’ – zit Bakker aan de lange vergadertafel in het monumentale pand van The Hague Centre for Strategic Studies. Daar doet hij in opdracht van de politie onderzoek naar de gevaren in de samenleving. Eerder promoveerde hij juist op de hoge veiligheidsbegeerte en controledrift in de westerse maatschappij. In zijn boek Dansen met de hydra betoogt Bakker aan de hand van het gedachtegoed van filosoof Hannah Arendt hoezeer we onze eigen vrijheid beperken door ons voortdurende streven naar een ultraveilige samenleving.
Waar komt die fixatie met veiligheid vandaan?
‘Tijdens de verlichting, in de 18de eeuw, ontstond het idee dat we door de toenemende kennis – ook van het leven, het menselijk lichaam en sociale dynamieken – meer grip zouden krijgen op de toekomst. Zoals Arendt aangaf: we gingen geloven in een maakbare samenleving. De ontwikkelingen in AI hebben dat geloof verder versterkt. Met de beschikking over een eindeloze hoeveelheid data kun je inderdaad veel gebeurtenissen voorspellen en daarop anticiperen. Van de overheid verwachten we dat die als een soort veiligheidsinstantie ingrijpt bij alles wat mis dreigt te gaan.’
Wat is daar niet goed aan?
‘Doordat we alles zo dichttimmeren, staan we minder open voor het toeval en onverwachte gebeurtenissen. Juist daarin vind je vaak het geluk en de schoonheid van het leven. Bovendien maakt die risicoaverse houding ons lui. In plaats van dat we zelf verantwoordelijkheid nemen en keuzes maken, verwachten we dat de politiek alle risico’s voor ons wegneemt.’
Toch gebeuren er nog steeds vreselijke dingen, zoals afgelopen zomer de moord op Lisa, in Amsterdam.
‘Als je kijkt naar de hoogte van de criminaliteit en het aantal moorden is de samenleving de afgelopen decennia steeds veiliger geworden, maar er vinden inderdaad nog steeds verschrikkelijke incidenten plaats. De reactie van mensen is dan vaak dat die met de juiste maatregelen voorkomen hadden kunnen worden. Dat is de risicoregelreflex. Burgemeester Halsema kondigde na de moord op Lisa ook meteen meer verlichting en camera’s op straat aan. De vraag is of je deze moord daarmee had kunnen tegenhouden.’
U denkt van niet.
‘Deze afschuwelijke gebeurtenis duwt ons met de neus op het feit dat er altijd risico’s blijven bestaan. We moeten accepteren dat we niet in een risicoloze maatschappij leven. Het is belangrijk dat bestuurders dat ook onderkennen en burgers laten weten dat ze niet alles voor hen kunnen oplossen. Ook al hangen we overal in Nederland verlichting op, er zullen nog steeds vrouwen vermoord worden. Bovendien versterk je met zo’n kortetermijnmaatregel weer andere risico’s.’
Welke?
‘Te veel verlichting verstoort ecosystemen en de nachtrust van mensen. In mijn boektitel verwijs ik naar de hydra, een mythisch veelkoppig monster, dat staat voor het gevaar. Als je één kop afhakt, groeien er twee terug. Een aantal jaar geleden verdronk een 9-jarig Syrisch meisje in Rhenen bij het schoolzwemmen. Ze was aan de aandacht van de badmeesters ontsnapt. Een enorme tragedie, die ertoe leidde dat een aantal basisscholen in Utrecht stopten met het aanbieden van schoolzwemmen. Maar kinderen van wie de ouders het niet noodzakelijk vinden dat ze leren zwemmen, vormen zo een nieuwe risicocategorie.’
‘Hoe meer je je richt op het verhogen van veiligheid, hoe meer risico’s er juist optreden’
Als coördinator van de Strategische Monitor Politie brengt u de gevaren in de Nederlandse samenleving in kaart. Versterkt u daarmee zelf ook niet die fixatie op veiligheid?
‘Vanuit mijn functie draag ik zelf eigenlijk ook bij aan het veiliger maken van de samenleving. Dus dat is inderdaad een beetje een gekke paradox. Maar bij die monitor gaat mijn aandacht niet zozeer uit naar de risico’s die we al kennen en die we het meest vrezen. Ik kijk vooral naar fenomenen die we nog niet begrijpen en waar vaak veel grotere risico’s aan zitten. Zo heb ik net een uitgebreide studie gedaan naar extremistische onlinenetwerken die kwetsbare kinderen tussen 8 en 12 jaar op sociale media benaderen en via chantagemiddelen zoals sextortion aanzetten tot sadistische spellen met elkaar, automutilatie of zelfs suïcide. Dit zijn netwerken die ineens opduiken en ook weer snel verdwijnen, dus het is onmogelijk om die te elimineren. Ik vind dat we als maatschappij moeten nadenken over hoe we hiermee om willen gaan.’
Hoe kijkt u daarnaar als vader van twee jonge kinderen?
‘In mijn onderzoek kwam ik dikke handleidingen tegen voor sextortion en het plegen van zelfmoord. En dan heb ik het nog niet over de filmpjes over automutilatie. Als vader vond ik dat moeilijk om te zien. Maar als we als ouders beter gaan begrijpen wat voor risico’s onze kinderen lopen op sociale media, kunnen we ze daar ook bewuster van maken.’
In uw boek schrijft u dat we te veel bezig zijn met het beschermen van onze kinderen tegen risico’s. U verwijst naar een onderzoek van Stichting Veiligheid Nederland waaruit blijkt dat steeds meer kinderen met botbreuken in het ziekenhuis belanden, doordat ze niet meer leren vallen.
‘Ja, daar zie je duidelijk de veiligheidsparadox. Hoe meer je je richt op het verhogen van veiligheid, hoe meer risico’s er juist optreden. Het is belangrijk dat kinderen de vrijheid krijgen om hun grenzen op te zoeken. Daar worden ze weerbaarder van.’
Laat u uw eigen kinderen ook los?
‘Ik denk dat mijn aanpak een beetje middle-of-the-road is. Ik laat ze lekker in bomen klimmen zonder ernaast te staan om ze op te vangen. Maar een vriend van mij laat zijn dochter van 5 zonder toezicht bij het kampvuur rondlopen. Ze heeft zich een paar keer verbrand, maar snapt volgens hem nu dat ze uit de buurt van het vuur moet blijven. Zover zou ik niet gaan. Mijn boek is geen pleidooi om alles maar los te laten, maar een milde verzetsdaad tegen de risicoaverse maatschappij. Hoe meer we de richting op gaan van veiligheidsconsumenten, hoe afhankelijker we worden van experts en hoe minder eigenaarschap we over ons leven houden.’
Hoe kunnen we dat weer terugkrijgen?
‘Net als Arendt pleit ik voor meer burgerlijke ongehoorzaamheid en het afgeven van signalen aan de overheid over te vergaande begrenzingen. Tijdens corona zag je weinig verzet tegen de strikte maatregelen. We zijn steeds meer makke schapen geworden.’
‘Ook vind ik dat we meer met elkaar moeten praten over de maatschappelijke moraal. We zijn volgens mij gevoelens van onveiligheid gaan verwarren met die van onbehagen. Zo zien we groepen hangjongeren als een veiligheidsprobleem. De lokale politiek bedenkt regels voor waar ze niet mogen staan en hangt camera’s op. De discussie over de helmplicht voor fatbikes vind ik ook interessant. Er heerst een enorme aversie tegen deze elektrische fiets. Die staat voor veel mensen gelijk aan asociaal rijgedrag. Maar dat probleem los je met een verplichte helm niet op. Burgers zijn verleerd mensen zelf op hun gedrag aan te spreken.’
Ze zijn waarschijnlijk bang om in elkaar geslagen te worden.
‘Ik denk dat ze ook te veel wegkijken. Ook dit gaat over eigenaarschap nemen en moed tonen. Uit onze publieksmonitor blijkt dat 80 procent van de burgers vindt dat Nederlanders huftergedrag vertonen. De vraag is of ze hun eigen aandeel daarin erkennen. Als ze dat niet doen, zoeken ze ook niet de oplossing bij zichzelf.’
Spreekt u zelf mensen weleens aan op asociaal gedrag op straat?
‘Daar heb ik wel een handje van. Ik vind dat ik ook die morele plicht heb na alles wat ik hierover heb geschreven. Laatst zag ik een man zijn auto pontificaal op de stoep parkeren, waardoor er niemand langs kon lopen. Daar heb ik wat van gezegd.’
Hoe reageerde hij?
‘Hij begon me uit te schelden. Maar het zou mij niets verbazen als die man ’s avonds bij het eten zelf zijn beklag doet over de verhuftering van de samenleving. Op papier is die veiliger geworden, maar op straat lijkt er meer agressie te zijn. In plaats van dat we zo op veiligheid gefixeerd zijn, kunnen we ons beter gaan richten op dat onbehagen.’
Bron: Financieele Dagblad, door Map Oberndorff, 19 november 2025
Gerben Bakker (1982) is filosoof en strategisch analist bij The Hague Centre for Strategic Studies. Eerder was hij docent wijsbegeerte aan De Haagse Hogeschool. In 2021 promoveerde hij op de filosofie van de veiligheid. Hij publiceerde boeken als ‘Over politieke correctheid’ (2018, met Gert Jan Geling) en ‘Dansen met de hydra’ (2022).




