Research
Nederland speelt een sleutelrol in de militaire mobiliteit binnen Europa. Als logistieke toegangspoort richting het Europese achterland zal het aantal militaire transporten via Nederland naar verwachting toenemen als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen en NAVO-verplichtingen. Nieuw onderzoek van HCSS laat zien dat de uitdaging niet alleen ligt in het beschikbaar maken van spoorcapaciteit, maar vooral in het beter organiseren van de volledige civiel-militaire keten die nodig is om militaire spoortransporten veilig, tijdig en voorspelbaar uit te voeren.
Het rapport “De reis van een militaire trein”, opgesteld door Pieter-Jan Vandoren, Fiona De Cuyper en Marit Weurding, brengt voor het eerst de volledige keten achter een militair spoortransport in kaart. De analyse identificeert meer dan dertig betrokken organisaties en ruim zeventig processtappen die nodig zijn om een militaire trein van vertrekpunt naar de Duitse grens te krijgen.
De onderzoekers concluderen dat de Nederlandse aanpak in vredestijd goed functioneert, maar dat het huidige systeem onvoldoende is ingericht op een situatie waarin meerdere, grotere of urgentere militaire transporten gelijktijdig moeten plaatsvinden. Knelpunten ontstaan vooral door afhankelijkheden tussen vergunningverlening, spoorcapaciteit, terminalplanning, beveiliging, documentatie en internationale afstemming.
“Militaire mobiliteit draait niet alleen om treinen die rijden, maar om een complexe civiel-militaire keten die vooraf goed georganiseerd moet zijn. Juist daar liggen de grootste kansen om snelheid, voorspelbaarheid en schaalbaarheid te vergroten,” aldus hoofdauteur Pieter-Jan Vandoren.
Het rapport doet zes aanbevelingen om de keten structureel te versterken. Centraal staan onder meer betere regie en interdepartementale samenwerking, een gedeeld operationeel beeld, schaalbare vergunningverlening en documentatie, structurele voorbereiding van havens, terminals en grensovergangen als militaire knooppunten, en investeringen in kennis, oefeningen en internationale samenwerking.
“Nederland beschikt over een sterke basis. De volgende stap is om die basis zo te versterken dat militaire mobiliteit ook onder hogere druk betrouwbaar blijft functioneren. Dat vraagt om gezamenlijke keuzes en tijdige actie van alle betrokken beleids- en uitvoeringsorganisaties.”
Dit rapport is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Deze rapportage is het resultaat van onafhankelijk onderzoek. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt volledig bij de auteurs.
Vanwege de gevoelige aard van het onderzoek wordt uitsluitend de managementsamenvatting van het rapport openbaar gemaakt.
Auteurs: Pieter-Jan Vandoren, Fiona De Cuyper en Marit Weurding
Met bijdragen van: Michel Rademaker en Björn de Heer







