Wat als internet uitvalt en een groot deel van de arbeidsmigranten plotseling moet vertrekken? Hoe blijft de Nederlandse tuinbouw draaien als de stroom uitvalt en klimaatcomputers worden gehackt? Wat als morgen alles anders is?
Tijdens het Nationaal Tuinbouwcongres in FloriWorld stond niet alleen de innovatiekracht van de sector centraal, maar vooral ook de kwetsbaarheid ervan. Aan de hand van verschillende crisisscenario’s gingen ondernemers, beleidsmakers en kennisinstellingen onder begeleiding van HCSS met elkaar in gesprek over de vraag hoe de tuinbouw overeind blijft als vanzelfsprekendheden wegvallen.
Geopolitieke spanningen, klimaatverandering, de beschikbaarheid van grondstoffen en voedselzekerheid vragen om een gezamenlijke aanpak. Ook het terugdringen van de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen blijft een belangrijke opgave voor de langere termijn.
Efficiënt, maar ook kwetsbaar
Centraal stond de weerbaarheid van de agrifoodsector in een wereld waarin geopolitieke spanningen steeds vaker gevolgen hebben voor handel, productie en transport. Michel Rademaker, plaatsvervangend directeur van HCSS, leidde dit onderdeel van het programma. Freek Vossenaar, Strategic Advisor Food & Agriculture bij HCSS, ging in op de positie van de Nederlandse tuinbouw en de risico’s die achter het succes schuilgaan.
De sector staat internationaal bekend om innovatie, efficiëntie en de hoge toegevoegde waarde. Maar juist die efficiëntie kan ook een zwakke plek zijn. Bedrijven hebben processen geoptimaliseerd en marges verkleind. Dat maakt ze efficiënt, maar laat soms weinig ruimte over om verstoringen op te vangen.

Ook internationale afhankelijkheden spelen een rol. De oorlog in Oekraïne liet bijvoorbeeld zien hoe verstoringen in de export van graan en zonnebloemolie wereldwijd kunnen doorwerken in prijzen en beschikbaarheid. Daarnaast kunnen grondstoffen zoals kunstmest onderdeel worden van geopolitieke machtsmiddelen.
Meer zelfvoorzienend worden is daarbij niet automatisch de oplossing. Ook Europa is voor bepaalde grondstoffen, zoals potas voor kunstmest, afhankelijk van andere landen. Handel kan in tijden van crisis helpen om tekorten op te vangen, maar kan in een verder versplinterende wereld ook problemen veroorzaken.
De boodschap van Freek Vossenaar was dat de sector niet alleen moet kijken naar de kans dat er iets misgaat, maar vooral naar de gevolgen als dat gebeurt. Verstoringen zouden bovendien niet langer als uitzonderlijke incidenten moeten worden beschouwd, maar als situaties waarop bedrijven zich structureel moeten voorbereiden.
Wat als de klimaatcomputer uitvalt?
Na de keynote van Freek werd die gedachte concreet tijdens een serious game. Deelnemers werden verdeeld over drie groepen en kregen verschillende crisisscenario’s voorgelegd. Via interactieve discussies en online stemrondes beoordeelden ze de gevolgen en bespraken ze welke maatregelen nodig zijn om de situatie het hoofd te bieden.
Een van de scenario’s was dat de Verenigde Staten de fytosanitaire erkenning opschorten en de export stilleggen. Wat betekent dat voor de sector als een belangrijke handelsstroom plotseling wegvalt? Het woord ‘Trumpiaans’ viel al snel in de discussie.

Een ander scenario draaide om een cyberaanval die klimaatcomputers buiten werking stelt. Wat doe je als de systemen waarop de teelt draait niet meer beschikbaar zijn? De suggestie dat je dan met een gietertje langs twintig hectare moet, zorgde voor gelach. Maar hoe realistisch is het om handmatig over te schakelen? Vanuit de zaal klonk dat dit wel erg makkelijk werd gedacht.
De vraag is namelijk of er op bedrijven nog voldoende mensen zijn die weten hoe ze processen zonder de gebruikelijke automatisering moeten uitvoeren. De tuinbouw is sterk afhankelijk van ICT. Als die systemen wegvallen, is er niet vanzelfsprekend een werkbaar alternatief. Een week analoog werken zou daarom een nuttige stresstest kunnen zijn om kwetsbaarheden bloot te leggen.
Als arbeidsmigranten plotseling vertrekken
Het meest ingrijpende scenario combineerde twee problemen. Door oorlogshandelingen aan de oostflank roepen Polen, Roemenië en Bulgarije reservisten en dienstplichtigen op. Daardoor vertrekt binnen enkele dagen een groot deel van de arbeidsmigranten uit Nederland. Tegelijkertijd wordt de Nederlandse communicatie- en internetinfrastructuur aangevallen, waardoor telefoon- en internetverbindingen grotendeels wegvallen.
Wat dan? De grap dat er in dat geval geklaverjast kan worden, werd al snel gevolgd door de minder luchtige constatering dat mensen dan zelf de kas in moeten om het werk uit te voeren. Ook kwam de vraag op hoe vrachtwagens blijven rijden als chauffeurs worden opgeroepen voor militaire dienst.
Het scenario maakt duidelijk hoe afhankelijk de sector is van mensen, digitale systemen en logistieke verbindingen. Tegelijkertijd roept het de vraag op welke activiteiten in een oorlogssituatie voorrang krijgen. Als voedselzekerheid de hoogste prioriteit krijgt, komt de sierteelt mogelijk op de achtergrond te staan.
Een plan B is niet vanzelfsprekend
Tijdens de afsluitende bespreking met Michel Rademaker, Freek Vossenaar en Laura Birkman, directeur van het klimaat-, water- en voelselveiligheid programma bij HCSS, kwam naar voren dat de land- en tuinbouw gewend is om onder druk snel te schakelen. Bedrijven zijn bereid elkaar te helpen bij problemen, bijvoorbeeld rond droogte of waterbeheer. Die onderlinge solidariteit is een kracht, maar improvisatie is niet voldoende als een crisis lang duurt of meerdere systemen tegelijk uitvallen.

Een duidelijk plan B ontbreekt op veel plekken. Door de verregaande automatisering is terugvallen op analoge processen lastig. Ook is er behoefte aan betere afspraken over verantwoordelijkheden, communicatie en besluiten die vooraf kunnen worden vastgelegd. Daarmee kan in een crisissituatie sneller worden gehandeld.
Daarnaast werd gewezen op het belang van één duidelijke stem vanuit de sector. De overheid moet beter zicht krijgen op de vitale processen van de land- en tuinbouw, terwijl ook consumenten meer inzicht kunnen krijgen in het belang en de kwetsbaarheden van de sector. Brancheorganisaties en investeerders zouden nadrukkelijker bij de crisisvoorbereiding betrokken moeten worden.
Voorbereiden op het onverwachte
De belangrijkste boodschap van de middag was dat weerbaarheid meer vraagt dan snel kunnen improviseren. De sector moet niet alleen kijken naar afzonderlijke bedrijven, maar ook naar de gevolgen voor de hele keten en de Nederlandse economie. Regelmatig oefenen met scenario’s kan helpen om zwakke plekken eerder te ontdekken en afspraken te maken voordat een crisis zich voordoet.
De sector werd opgeroepen om te laten zien hoe vitaal de tuinbouw is. Als anderen zonder stroom zitten, moet de sector waar mogelijk kunnen blijven functioneren. Hetzelfde geldt voor water en andere essentiële voorzieningen. En als die beschikbaar zijn, is het zaak om ze ook te delen.
Daarmee bleef de vraag van het congres hangen: niet alleen hoe de tuinbouw kan blijven groeien bij tegenwind, maar vooral hoe ze overeind blijft als meerdere zekerheden tegelijk wegvallen.
Bron: BPnieuws, 15 oktober 2026





