Nederlandse bedrijven zijn sterk afhankelijk van een wereld die steeds minder voorspelbaar wordt. Oorlogen, sancties, sabotage, cyberaanvallen en politisering van handel raken direct aan markten, toeleveringsketens en infrastructuur. Toch staat geopolitieke risicobeheersing bij veel ondernemingen nog in de kinderschoenen, schrijft HCSS expert Sven Koopmans in zijn column voor het FD. Verzekeren tegen politieke risico’s biedt maar beperkt bescherming; anticiperen vraagt om inzicht, scenario’s en handelingsopties. Geopolitieke due diligence zou daarom een vast onderdeel van bedrijfsvoering moeten worden. Niet om Trump of Poetin te voorspellen, maar om voorbereid te zijn op wat hun beslissingen voor Nederlandse ondernemingen kunnen betekenen — én kansen tijdig te herkennen.
Kan je je verzekeren tegen Poetin en anticiperen op Trump? Hoe belangrijk is de internationale politiek eigenlijk voor onze ondernemingen, en beseffen Nederlandse bedrijven dat voldoende?
Collega Matthijs Bouman wijst erop dat ondanks alle geopolitieke spanningen de macro-economische cijfers voor Nederland positief zijn: de economie groeit, inkopers zijn optimistisch: so far, so good.
Maar het totaalplaatje mag gunstig lijken, de problemen worden met de dag groter: oorlogen, Russische sabotage, Noord-Koreaanse hacks, Chinese en Amerikaanse politisering van handel, kwetsbaarheid van onze infrastructuur.
De Minister van Financiën ziet er extra reden in voor zijn strenge beleid, gekoppeld aan een forse investering in defensie. Toegang tot essentiële materialen, vaak uit China, wordt nu door belangstellenden permanent gemonitord.
De risico’s komen ook uit eigen doos: de EU kan markten afsluiten, zoals gebeurde met Rusland. Commitment aan ESG doelen dwingt tot soms tot afscheid van leveranciers. Andermans oorlogen leiden thuis tot consumenten-gedreven boycots.
Maar crises kunnen ook kansen bieden: Bouman noemde al de impuls voor de Nederlandse chemie- en raffinagesector. Ook de defensiesector groeit. Velen verdienen aan de diversifiëring van toeleveringskanalen. Zelfs ontwikkelingssamenwerking profiteert, nu de Minister – op aandringen van de oppositie – erin wil investeren, wellicht ook omdat het, indien bijvoorbeeld gekoppeld aan handelsmaatregelen, kan bijdragen aan strategische zekerheid.
Het kunnen anticiperen op politieke veranderingen kan dus waardevol zijn, hoewel in mijn gesprekken met bedrijven en organisaties angst vaak een grote drijfveer blijft. Als internationale rechters in Den Haag en een Italiaanse internetprovider kunnen worden afgesloten van email en bankenverkeer, waarom dan niet straks de Hoge Raad of een NV?
Weinig geopolitieke risico’s worden gedekt door traditionele nationale of internationale investeringsbescherming. Enkel afkopen is ook geen strategie: ‘political risk insurance’ is duur en vaak contentieus, beschermt nauwelijks tegen een handelsoorlog, en wordt moeilijk als je niet meer kan e-mailen of betalen. Je kan je verzekeren tegen ‘Acts of God’ zoals natuurrampen, maar dat biedt geen schild tegen daden van Trump. Goed dus om je daarop voor te bereiden – en ook de voordelen te zien.
Het valt dan op dat hoewel Nederland bij uitstek gevoelig is voor geopolitiek door onze buitengewoon open en internationaal gerichte economie, volgens VNO-NCW de meeste bedrijven zich hier nog onvoldoende bezighouden. Misschien is dat een reden dat de wereld van geopolitieke due diligence nog in kinderschoenen staat.
Natuurlijk, ASML heeft een eigen geopolitieke afdeling. Shell is al decennia bekend om scenario-planning. Sommige bestuursvergaderingen hebben er nu meer tijd voor, maar vaste inbedding in het bedrijf, zoals in een internationaal politiek risico-comité, lijkt zeldzaam. Soms zegt de CEO ‘ik doe hier de geopolitiek’, soms is het belegd bij de CIO, COO of anderen. Maar vaak ontbreekt voldoende ervaring, zowel in Nederland als elders. Voor veel partijen, klein en groot, is de buitenwereld, en het effect daarop thuis, nog iets exotisch.
De oplossing hoeft niet moeilijk te zijn. Net als voor bijzondere juridische kennis een advocatenkantoor wordt ingeschakeld, ligt het voor veel bedrijven voor de hand om voor geopolitieke risico’s en kansen externe adviseurs in te schakelen, naast of in plaats van ze permanent in-house te hebben. Een Chief Geopolitical Officer (CGO) zal ongetwijfeld een uitzondering blijven,
Vraag is dan wel wie de nodige inzichten kan bieden: een bekend gezicht van een talkshow, een consultant in internationale bedrijfsprocessen, een groot public relations kantoor, of een denktank met ex-diplomaten en data-experts? De keuze is reuze, ook omdat iedereen zich geopolitiek kenner kan noemen.
Bij zowel vragers als aanbieders lijkt het soms nog te ontbreken aan structuur. Nu niemand Trump kan voorspellen, gaat het niet om waarzeg-kunde. Geopolitieke bedrijfsvoering is pas serieus door inzicht in markten te koppelen aan diplomatiek-, politiek- en veiligheidsbegrip. Dat kan bijvoorbeeld door serious gaming, waarin scenario’s, consequenties en handelingsopties worden onderzocht. CEOs hebben ook veel aan handzame modellen voor het inschatten van geopolitieke kansen en impact, om daarmee bedrijfsprocessen door te lichten.
Het gaat dan niet alleen om het businessmodel en de infrastructuur (wat als de telefoon niet meer werkt?), maar ook om de werknemers: aan welke signalen herken je de infiltrant, en wie bel je om je de gearresteerde CFO te repatriëren? En je kan leren om te gaan met bewogen consumenten die ageren tegen het Midden-Oostenbeleid, of vóór culturele gevoeligheden.
Het zijn kleine investeringen in onzekere tijden. Misschien dat het nog goede macro-economische plaatje daar ruimte voor biedt.
Sven Koopmans is oud-VVD-kamerlid en hoofd onderhandeling en conflictoplossing bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Een kortere versie van deze column werd op 22 september gepubliceerd in het Financieele Dagblad: “Het Nederlandse bedrijfsleven heeft een geopolitieke wake-up call nodig”.
Lees hier al zijn FD columns.



