Research
De internationale zeevaart is een sterk concurrerende mondiale markt waarin arbeidsvoorwaarden van zeevarenden een cruciale rol spelen.
Nederland hanteert, net als veel andere Europese landen, het woonlandbeginsel: zeevarenden worden beloond op basis van het prijspeil in het land waar zij wonen. Deze cao’s houden rekening met de jaarlijks afgesproken mondiale ILO-minimumnorm. Met het woonlandbeginsel verdienen zeevarenden die in de Filipijnen en Indonesië wonen minder dan in Nederland wonende collega’s. Recente, niet-bindende oordelen van het College voor de Rechten van de Mens (CvRM) zetten echter druk op deze praktijk.
Dit nieuwe onderzoek van HCSS en Deloitte, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, brengt de economische en strategische gevolgen van een mogelijk verbod op het woonlandbeginsel in kaart. De bevindingen zijn aanzienlijk: naar verwachting zal 50% tot 70% van de Nederlands gevlagde vloot omvlaggen wanneer toepassing van het woonlandbeginsel niet langer mogelijk is.
Economisch leidt een eventueel verbod op toepassing van het woonlandbeginsel tot forse kostenstijgingen voor reders en verlies van internationale concurrentiekracht. Door het vervolgens kiezen voor een buitenlandse vlag voor hun schepen dreigt in Nederland een substantiële vermindering van werkgelegenheid, niet alleen van zeevarenden maar ook in de maritieme keten: van opleidingen tot certificering en van administratie tot tonnagebelasting. Het risico bestaat dat reders niet enkel omvlaggen, maar zich geheel of gedeeltelijk buiten Nederland vestigen, met verzwakking van het maritieme cluster als gevolg.
De strategische impact is minstens zo groot. Een kleinere Nederlandse vloot betekent minder grip op nationale veiligheid en strategische autonomie, waaronder door fors mindere inzetbaarheid van schepen en zeevarenden in tijden van crisis. Ook verliest Nederland invloed in internationale maritieme beleidsfora- van IMO tot ILO- waar Nederlandse reders en vakbonden nu een belangrijke rol spelen. De achteruitgang raakt daarmee ook doelen op het gebied van duurzaamheid, scheepsveiligheid, arbeidsvoorwaarden en criminaliteitsbestrijding.
Het onderzoek concludeert dat het loslaten van het woonlandbeginsel verstrekkende gevolgen heeft voor de Nederlandse economie, veiligheid en internationale positie. Het vormt een bedreiging voor het maritieme cluster, het vestigingsklimaat en de Nederlandse strategische autonomie. Nader onderzoek is nodig naar de bredere gevolgen, waaronder mogelijke bedrijfsverplaatsing.
Auteurs: Sven Koopmans (HCSS), Robert Jan ter Kuile (Deloitte), Michiel van Keulen (Deloitte), Frank Bekkers (HCSS).
Dit rapport is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze rapportage is het resultaat van onafhankelijk onderzoek. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt volledig bij de auteurs.





