News

Weerstand tegen blauwe waterstof moet van (klimaat)tafel

September 12th 2018 - 09:22

Rob de Wijk over dat het voorlopige gebruik van ‘blauwe' waterstof geproduceerd met aardgas essentieel is in de transitie naar waterstof gemaakt met groene elektriciteit.

Mijn collega is een overtuigd Teslarijder en probeert mij al jaren te bekeren. Tot nu toe zonder succes. Ik geef toe dat zo'n elektrische auto, afgezien van het verslavende geluid van een V6, geweldig rijdt. Maar ik ben niet onder de indruk van het bereik. Pogingen om mij aan de hand van de een of andere app ervan te overtuigen dat ik toch echt mijn huisje in Frankrijk kan bereiken leiden tot niets. Ik moet volgens die app omrijden en uren opladen. Geen alternatief dus.  

Wat dan wel? Ik probeer mijn collega te overtuigen van de zegeningen van de waterstofauto. Dat is tanken zoals ik gewend ben en een bereik waardoor ik mijn huisje in een keer kan bereiken. BMW is een van die grote autofabrikanten die na 2020 voorzichtig waterstofmodellen op de markt gaan brengen en dat vijf jaar later massaal wil gaan doen. Met de kennis van nu lijken we in de toekomst voor de korte afstand met de stekker te gaan rijden en voor de langere afstand dat op waterstof doen.  

Dit betekent dat we nu echt haast moeten gaan maken met de vraag hoe we waterstof een plaats in de energietransitie kunnen geven. Plannen te over. Afgezien van de bouw van een keten van waterstofpompen is er het idee om parallel aan de afbouw van het Groninger gas, de provincie om te bouwen tot de waterstofproducent van Nederland en deze energiedrager als een alternatief voor gas te gaan ontwikkelen.  

Technisch zou het mogelijk zijn om het gasnet voor het transport ervan te gebruiken, en uiteindelijk zou op waterstofgas ook gekookt en verwarmd kunnen worden. Maar het vreemde is dat over dit soort plannen nauwelijks een publiek debat wordt gevoerd. Ik denk dat dit komt door de discussie over de wijze waarop waterstof voorlopig moet worden geproduceerd.

Berenschot en TNO deden vorig jaar een onderzoek naar ‘blauwe waterstof' die wordt geproduceerd met aardgas, waarbij de vrijgekomen CO2 vervolgens ondergronds wordt opgeslagen. Deze techniek zou schoon zijn en gemakkelijk kunnen worden uitgerold omdat gebruik kan worden gemaakt van de bestaande gasinfrastructuur en ondergrondse opslag onder de zeebodem. Deze infrastructuur moet dan later worden gebruikt voor groene waterstof die wordt geproduceerd met groene elektriciteit. Ik heb plannen zien langskomen om dit op zee te doen, waarbij gebruik kan worden gemaakt van afgedankte boorplatforms en windmolenparken.  

Hoopgevend is dat waterstof in het Klimaatakkoord een belangrijke rol speelt en dat groene waterstof wordt omarmd door een brede coalitie van bedrijven variërend van Greenpeace tot Gasunie, en van Natuur en Milieu tot VNO/NCW. Zij zien dit als essentiële bouwsteen voor de energietransitie. Deze waterstofcoalitie roept de regering en de partijen van het Klimaatakkoord op om hieraan prioriteit te geven. Over blauwe waterstof rept hun manifest niet, terwijl die wel eens essentieel zou kunnen zijn in de transitie naar groene waterstof. Behalve Berenschot en TNO kwam het onderzoeks- en adviesbureau CE Delft een paar maanden geleden tot een soortgelijke conclusie.  

De politiek worstelt echter met een maatschappelijk probleem. De publieke perceptie is negatief. Bij het horen van de woorden ‘ondergrondse opslag' en het idee dat gas moet worden gebruikt om waterstof te produceren, steigeren burgers en delen van de milieubeweging. Ondergrondse opslag is ‘gevaarlijk' en we willen nu juist van het gas af. Deze weerstand maakt het lastig om waterstof een belangrijke rol te laten spelen in de energietransitie van Nederland. Wil ik binnenkort op waterstofgas naar mijn huisje in Frankrijk kunnen tuffen, dan zal de politiek die weerstand snel moeten doorbreken.  

Rob de Wijk schrijft maandelijks een column voor Energiepodium!

Rob de Wijk is the founder of The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) and Professor of International Relations and Security at the Institute of Security and Global Affairs at Leiden University. He studied Contemporary History and International Relations at Groningen University, and wrote his PhD dissertation on NATO’s ‘Flexibility in Response’ strategy at the Political Science Department of Leiden University.