HCSS in the media

Rob de Wijk in Den Haag Centraal: ‘Corona versnelt opmars China en neergang Westen’

July 23rd 2020 - 14:09

We zaten nog nauwelijks in lockdown of het regende al toekomstvisies. Na de coronacrisis zouden we alles anders gaan doen, was het parool. We halen de fabrieken terug uit China, de globalisering heeft zijn tijd wel gehad. Allemaal flauwekul, verzucht Rob de Wijk (65), in een uitgebreid interview met Den Haag Centraal. “We zouden hier weer medicijnen moeten gaan produceren. En waar halen we de grondstoffen vandaan? Die moeten alsnog uit China, India en Afrika komen. We hebben niks in dit land. Mensen roepen maar wat.”

In een fraaie vergaderruimte aan het Lange Voorhout ontvouwt Rob de Wijk zijn kijk op de wereldpolitiek in coronatijd. Het is een bezorgde blik. De kaarten zijn slecht geschud voor West-Europa, constateert de hoogleraar internationale betrekkingen (Universiteit Leiden) en oprichter van denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). De pandemie maakt het alleen maar erger.

Wat legt de coronacrisis bloot over de verhoudingen op het wereldtoneel?

Rob de Wijk: “Gek genoeg niet zoveel. Het versnelt slechts een aantal ontwikkelingen, zoals de opkomst van China, de assertiviteit van Rusland en de neergang van het Westen. De impact is niettemin groot. Dit is de eerste crisis waarin Amerika geen mondiaal leiderschap toont. China is in dat gat gesprongen. Dat wilde Beijing al een hele tijd, door corona hebben ze het kunnen doen.”

Welke stroomversnelling ziet u in de Europese Unie?

“Dezelfde trend als tien jaar geleden. Bij de financiële crisis hebben we gezien dat de EU meer één is geworden. Er is een bankenunie gekomen, om maar wat te noemen. Nu is een cruciaal onderdeel van het coronasteunpakket van 750 miljard euro het gezamenlijk aangaan van schulden (‘eurobonds’, red). Dat is weer een stap verder, een versnelling van de Europese integratie. Al moeten we nog zien of het door de Tweede Kamer komt, want Nederland is een van de dwarsliggers in Europa.”

U keurt de starre houding van het kabinet af?

“Het leidt alleen maar tot verliezers. Ten eerste kun je als Nederland niet op tegen Duitsland en Frankrijk (die gezamenlijk voor eurobonds pleiten, red.). Prima dat we voorwaarden willen stellen aan gedeelde schulden, maar door zó de hakken in het zand te zetten, manoeuvreert Nederland zich compleet naar de zijlijn. Je kunt landen niet zo schofferen en ongeclausuleerd dingen over Italië roepen die niet kloppen. Italië heeft de afgelopen decennia een primair overschot gehad. Vijfentwintig jaar lang heeft het, op twee crisisjaren na, minder uitgegeven dan er binnenkwam. De schuldenproblemen stammen uit de jaren tachtig. Je kunt dus niet zeggen dat Italianen niet met geld kunnen omgaan en wij wel.”

De teneur in Nederland is tegen verdere integratie van de EU.

“De euroscepsis wordt niet gesteund door de bevolking. 75 procent van de Nederlanders is voor een Europese Unie (EU) op een of andere manier. Ik heb ook mijn bedenkingen over Brussel, maar evengoed over de Nederlandse politiek. De middenpartijen nemen anti-Europese argumenten van de extremen over die niet op de juiste feiten zijn gebaseerd. Door politieke incompetentie kunnen echt ongelukken gebeuren, dat hebben we gezien met de brexit. De politiek moet zich oprecht afvragen wat het beste is voor het land.”

Minder Brussel, zullen eurosceptici zeggen.

“Zulke kreten klinken lekker, maar in internationale betrekkingen heb je weinig speelruimte. Nederland, neem het van mij aan, is echt een klein land. In een wereld die zo geglobaliseerd is, ben je nu eenmaal afhankelijk van het buitenland, of je het wilt of niet. Intussen zijn de trans-Atlantische relatie en de NAVO op sterven na dood, al willen we het niet geloven in dit land. Het enige wat we nog hebben om onze belangen te verdedigen is de EU. En we zijn ook nog bezig om die om zeep te helpen.”

Toen De Wijk in 2007 een denktank in Den Haag begon, wilde hij het anders aanpakken. Geopolitieke en strategische analyses stoelden tot dan toe vooral op anekdotisch bewijs. Hij besloot in te zetten op ‘big data’. “Je kunt gewoon uitrekenen welke landen onze belangrijkste partners zijn,” legt hij uit. Op bestelling maakt het HCSS risico- en veiligheidsanalyses voor het bedrijfsleven en met name de overheid. Vanaf het Lange Voorhout beziet De Wijk de opkomst van China als wereldmacht met argusogen. Vorig jaar publiceerde hij er een boek over, met als onheilspellende ondertitel: ‘Hoe China sluipenderwijs de macht overneemt.’

Uitgerekend in China brak het coronavirus uit. Is dat geen grote dreun voor het Chinese imago?

“Nee, want ze hebben het slim rechtgetrokken door allerlei hulpmiddelen te sturen naar Servië, Italië en later de rest van de wereld. Om die hulpgoederen uit te rollen gebruikt China primair zijn nieuwe zijderoute, het Beld and Road Initiative (enorm infrastructuurproject in Azië, Afrika en Europa, red.). Zo hebben ze hun positie in Europa versterkt.”

De mondkapjesdiplomatie.

Rob de Wijk: “Exact. In het Chinese staatskapitalisme is economie politiek. China heeft onwaarschijnlijk veel geld in Europa gestoken. In Oost-Europa zijn het investeringen in grote infrastructuurprojecten, bijvoorbeeld de overname van de Piraeushaven in Griekenland en de aanleg van een spoorlijn tussen Hongarije en Servië. China probeert daar grip te krijgen op de handelspolitiek. In West-Europa investeren ze meer in hightech en autofabrikanten. Volvo is bijvoorbeeld in Chinese handen.”

Presenteert China zich in Oost-Europa als alternatief?

“Ja. Er zijn Europese landen lid geworden van het Belt and Road Initiative om Brussel en Rusland duidelijk te maken: wij hebben een alternatief voor jullie. Je ziet al schuivende loyaliteiten. Daar is te weinig oog voor. Neem de Piraeushaven, die Griekenland onder druk van EU-landen heeft geprivatiseerd. Ik heb een aantal hoofdrolspelers gevraagd of ze destijds hadden bedacht dat China weleens in het gat kon springen. Het antwoord is ‘nee’.”

Lees het hele interview met Rob de Wijk in de papieren versie van Den Haag Centraal.

 (Foto: DHC/Brian Mul)

 

Rob de Wijk is the founder of The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) and Professor of International Relations and Security at the Institute of Security and Global Affairs at Leiden University. He studied Contemporary History and International Relations at Groningen University, and wrote his PhD dissertation on NATO’s ‘Flexibility in Response’ strategy at the Political Science Department of Leiden University.