Column
HCSS in the media

Column: Voer geopolitiek via landbouw

November 5th 2020 - 09:34

Met 94,5 miljard euro export, waarvan zo’n 25% buiten de EU, is Nederland is een grootmacht op het gebied van de agrofood. Onze landbouwpositie biedt mogelijkheden om invloed op China uit te uitoefenen, al dan niet in Europees verband.

Nederland is een grootmacht op het gebied van de agrofood. Met 94,5 miljard euro export (Jukema et al., 2020), waarvan zo’n 25 procent buiten de EU, is het de tweede speler ter wereld.

Die positie kunnen we benutten om de toenemende reikwijdte te beïnvloeden van autocratische landen zoals China. Hun afwijkende waardesystemen, agressief economisch handelen en groeiende invloed op het internationale toneel is voor een handelsnatie als Nederland niet wenselijk, bijvoorbeeld omdat China steeds de spelregels naar zijn hand wil zetten. Helaas heeft de westerse wereld hierop momenteel geen passend strategisch antwoord. Onze landbouwpositie biedt mogelijkheden om invloed op China uit te uitoefenen, al dan niet in Europees verband.

China kiest geopolitiek gezien voor een investeringsstrategie, met grote projecten zoals de ‘nieuwe zijderoute’ (HCSS, 2018). Naast de aankoop en aanleg van strategische infrastructuur als havens en wegen wordt er langs die routes ook landbouw ontplooid. Je ziet dit ook in Europa met bijvoorbeeld investeringen in olijfolie, alfalfa en soja. Daarmee wil China de eigen voedselzekerheid veiligstellen. Die Chinese landbouworiëntatie biedt handvaten om onze agrofood-positie geopolitiek beter uit te nutten.

Er liggen meerdere strategieën voor de hand. Een eerste buitengewoon machtig instrument dat we kunnen inzetten zijn de handelsverdragen van de Europese Unie. Producten die niet aan onze standaarden voldoen, worden van de EU-markt geweerd. Dit dwingt buitenlandse producenten om onze standaarden over te nemen. Dat geeft de EU veel macht in de wereld, en creëert een handelsblok waar andere grootmachten, zoals China, hun tanden op stukbijten. Nederland zou hier in de EU voor kunnen ijveren.

Een tweede strategie, om onze positie verder te versterken, is om de importafhankelijkheden te verminderen. Nederland importeert ook 64,1 miljard aan agrofood (WUR, 2020). De landbouw is daarmee van vele derde landen afhankelijk. Met het in 2014 uitgebrachte WRR-rapport Naar een voedselbeleid is de discussie gestart over de vraag of we nog wel voor volumelandbouw moeten gaan. De huidige discussies over de transitie naar een kringlooplandbouw – waarin het grondstoffengebruik wordt verminderd, substituten worden ontwikkeld of hergebruik wordt gestimuleerd – zouden kunnen helpen om de afhankelijkheden van derde landen te verkleinen. Veel van de producten die Nederland importeert, zoals cacao, zijn luxeproducten waarvan we best met minder kunnen, danwel voedsel voor dieren waarvan we er ‘te veel’ hebben.

Tegelijkertijd kan je met circulaire productie de invloed van derde landen maar deels verminderen. Zo was de EU in 2019 goed voor de import van zo’n tien procent van de wereldwijde sojaproductie (Nieuwe Oogst, 2019) en zijn de substitutiemogelijkheden voor soja beperkt. Een gesloten kringloop is in theorie interessant, maar dat lukt nooit helemaal want grote supermarktketens kopen veelal mondiaal in omdat de lokaal geproduceerde hoeveelheden te klein zijn.

Een derde strategie is het creëren van onderlinge afhankelijkheden, bijvoorbeeld door Chinese agrifood-behoeften te koppelen aan behoeften die wij hebben, al dan niet in Europees verband. Vanwege de ongelijke handelsbalans tussen Nederland en China is een gecoördineerde aanpak over meerdere domeinen heen verstandig. In China is een enorm tekort aan producten als melkpoeder en varkensvlees. Die behoefte zou je bijvoorbeeld kunnen koppelen aan essentiële materialen die China kan leveren aan Europa.

Zo ontstaat er een vorm van interdependentie, die beide partijen niet op het spel willen zetten omdat het voor beide negatieve gevolgen heeft. Overigens moeten we hierbij wel voorzichtig zijn met onze agrarische technologie, zoals zaadveredeling. De Chinezen kijken daar met grote interesse naar en we zouden daar als land goed op moeten letten en er meer strategisch mee om moeten gaan.

Als we de verschillende strategieën combineren en onze landbouwpositie goed uitspelen, dan zal Nederland zijn relatieve geopolitieke ‘invloed’ verder kunnen uitbreiden (HCSS, 2018). Om zo te zeggen: we could punch even more above our weight.

Literatuur

HCSS (2018) Power and influence in a globalized world. The Hague Centre for Strategic Studies, rapport, 20 februari. Te vinden op hcss.nl.

Jukema, G., P. Ramaekers en P. Berkhout (2020) De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband. Wageningen Economic Research en CBS, Rapport 2020-001.

WRR (2014) Naar een voedselbeleid. WRR Rapport, 93.

Nieuwe Oogst (2019) Nevedi: weinig kennis over import en gebruik soja, 31 augustus. Artikel op www.nieuweoogst.nl.

Deze column verscheen oorspronkelijk op de website van Economische Strategische Berichten (ESB).

Michel Rademaker is the deputy Director of HCSS. He has fifteen years of hands-on experience as an officer in The Royal Netherlands Army, where he held various military operational and staff posts and also served a term in former Yugoslavia. He has a masters degree obtained at the University of Tilburg. After leaving the armed forces, Mr. Rademaker went on to work at the Netherlands Organisation for Applied Scientific Research (TNO) as a project and program manager and senior policy advisor on security topics for ten years. Eg. as NATO RTO project leader, he and his team developed serious gaming assessment methods and conducted several assessments of security technologies, and worked on numerous strategic security topics.