Column

Column: Geen Europees land is groot genoeg om niet de speelbal van Rusland en China te kunnen worden

November 6th 2020 - 16:33

Toen ik hoorde dat president Trump op grond van niks de verkiezingsoverwinning opeiste, de Democraten van fraude beschuldigde en aankondigde naar het Hooggerechtshof te gaan, zonk de moed me in de schoenen. Het enige verschil met autocraten als Poetin en Kim Jong-un is dat hij de verkiezingen niet zo kan manipuleren dat hij met 85 procent van de stemmen wint. Trumps actie versterkte mijn gevoel dat we ongeacht de uitkomst van de verkiezingen onze relatie met deze gemankeerde democratie moeten herzien. Die opvatting valt ook steeds vaker in Brussel te horen.

Bill Clinton was de laatste president in een lange, onafgebroken rij die de Westerse wereld leidde. Maar zijn opvolger George W. Bush gooide het roer om. Hij kreeg steun voor zijn interventie in Afghanistan na de verschrikkelijke aanslagen van 11 september 2001. Maar hij verloor alle krediet toen hij een desastreuze interventie in Irak startte en internationale verdragen opschortte. Dat laatste leidde de afbraak van de westerse wereldorde in. Onder Obama werd het weer even ‘normaal’, maar Trump zette vervolgens de sloop van de wereldorde in een hogere versnelling. Het patroon was duidelijk. Democraten willen internationale samenwerking, Republikeinen slopen die.

Dreigingen voor Europa

Omdat elke president de koers 180 graden kan verleggen, is de Verenigde Staten in krap twintig jaar een onbetrouwbare partner geworden. Dit wordt verergerd omdat elke volgende president een antwoord moet geven op de opkomst van China. Trump startte een machtsstrijd die mogelijk nog decennia doorgaat.

Europa moet in dit spel zijn positie bepalen. Waar de Amerikaanse president zich primair op China richt, moeten de Europeanen ook rekening houden met de Russische assertiviteit, de strijd in Wit-Rusland, de vluchtelingenproblematiek, de voortgaande strijd in Syrië, de betrokkenheid van Navo-lid Turkije bij het conflict in Libië en Nagorno-Karabach en de strijd om de gasvelden in het oosten van Middellandse Zee.

Al die dreigingen in de omgeving van Europa vereisen een antwoord. De toekomst van de Navo is onzeker, maar de veiligheidsrisico’s worden er niet minder op. Bovendien is geen Europees land groot genoeg om niet de speelbal van Rusland en China te kunnen worden.

Rare euroscepsis

Zelfs Nederland niet, waarvan velen denken dat dit het centrum van de wereld is en wij het alleen wel kunnen redden. Dit getuigt van een onthutsend gebrek aan kennis over de wereld waarin wij leven. Bovendien is het een onderschatting van de kwetsbaarheid van een open economie als de onze. Al deze uitdagingen en het feit dat Amerika al lang geen consistente koers meer vaart, leidt tot de onontkoombare conclusie dat de EU het voortouw moet nemen.

Daarom moeten we ophouden met die rare euroscepsis die vooral bezit van de Tweede Kamer heeft genomen. Bijna driekwart van de Nederlanders vindt de EU best wel oké. Het is onvoldoende om Europese integratie te verdedigen met financieel gewin. Inderdaad is elke Nederlander in ruil voor 150 euro aan Brusselse afdracht er 3000 tot 5000 euro beter op geworden. Dit financiële gewin zal echter verdampen, als we niet verder integreren.

Alle Europese landen, ook Nederland, zijn immers te klein om zich los van Amerika tegen alle uitdagingen te beschermen.

Rob de Wijk is hoogleraar internationale relaties en veiligheid aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij schrijft wekelijks over internationale verhoudingen. Lees zijn columns hier terug.

Rob de Wijk is the founder of The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) and Professor of International Relations and Security at the Institute of Security and Global Affairs at Leiden University. He studied Contemporary History and International Relations at Groningen University, and wrote his PhD dissertation on NATO’s ‘Flexibility in Response’ strategy at the Political Science Department of Leiden University.