Column

Met schuldvragen kun je de geschiedenis niet rechtzetten

January 29th 2018 - 09:00

Doe het niet, zei ik tegen ex-Oost-Duitsers, Polen en Hongaren die begin jaren negentig de sporen van het communistische verleden uitgumden.

Socialistisch-realistische schilderingen werden van de muur gekrabd, Marx en Lenin verdwenen uit het straatbeeld, het mausoleum van de Bulgaarse leider Dimitrov werd opgeblazen en in Berlijn werd het communistische Palast der Republik vervangen door een replica van een koninklijk paleis. Behalve afzichtelijke flatgebouwen is er tegenwoordig weinig dat in Oost-Europa aan de communistische tijd doet denken.

Er was kennelijk een onbedwingbare neiging voorbije tijden met hedendaagse maatstaven te beoordelen en de geschiedenis te wissen.

De recente relletjes over Sinterklaas en Zwarte Piet, de muur van Mussert in Lunteren en de verwijdering van een buste uit het Mauritshuis laten zien dat dit sentiment ook in Nederland leeft. Het museum verklaarde dat de buste was verwijderd vanwege de 'groeiende maatschappelijke discussie over hoe we in Nederland (en in musea) omgaan met het slavernijverleden'.

Ex-helden

Inmiddels kent Nederland al een rijtje postuum vermoorde ex-helden onder wie Witte de With en Jan Pieterszoon Coen. Zij zijn afgeserveerd als brute schenders van mensenrechten. Als het aan de geschiedenisrechtzetters ligt, moeten hun namen en beeltenissen uit het straatbeeld worden verbannen. Zo geredeneerd is de volgende stap dat de nalatenschap van ons verwerpelijke verleden wordt uitgewist door het slopen van de binnenstad van Amsterdam. Want die toenmalige kooplieden schraapten hun rijkdommen bijeen over de ruggen van onderdrukte volkeren en slaven. Vervang dan de grachtenpanden door sociale woningbouw. Hef ook het koningshuis op en verwijder alle vorstelijke standbeelden die in Nederland te vinden zijn. Dit zijn slechts symbolen uit een tijd waarin maatschappijen ongelijk waren. De volgende stap in deze beeldenstorm is het verwijderen van alles wat aan de premiers uit de koloniale tijd doet denken. We houden 1963 aan. Toen werd Nederlands Nieuw-Guinea onafhankelijk. Dus ook Drees, onze grootste premier, heeft geen recht meer op welke herinnering dan ook.

En als we toch bezig zijn: haal alle standbeelden van de pioniers van de industrialisatie zoals Philips en Fokker weg, want zij gaven de aanzet tot verspilling van grondstoffen, vervuiling en klimaatverandering.

Laten we ook bepalen wie in de toekomst fout zal zijn. Dat zijn al diegenen die onze planeet naar de rand van de ondergang brengen omdat ze geen maatregelen nemen om klimaatverandering en de uitputting ervan tegen te gaan. Ruttes ploeg met zijn halfslachtige klimaatbeleid is bij voorbaat schuldig en niemand heeft recht op een mooie plek in de geschiedenis. Dat geldt ook voor populisten die onder het mom van de wil van het volk de democratie willen afschaffen en de macht naar zich toe willen trekken.

Ik wil hiermee slechts zeggen dat het rechtzetten van de geschiedenis door het stellen van schuldvragen onzin is. De veroordeling van het verleden levert misschien een goed gevoel op, maar draagt niet bij aan een beter inzicht. Een volk dat het verleden naar zijn hand wil zetten, verwordt tot een verweesde samenleving die losgeslagen is van haar wortels en onmachtig is zich aan te passen aan de eisen van de nieuwe tijd.

De column van Rob de Wijk verschijnt wekelijks in Trouw.

Rob de Wijk is the founder of The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) and Professor of International Relations and Security at the Institute of Security and Global Affairs at Leiden University. He studied Contemporary History and International Relations at Groningen University, and wrote his PhD dissertation on NATO’s ‘Flexibility in Response’ strategy at the Political Science Department of Leiden University. Prof.